home
Nostradamus homepage

Nostradamus 2012 einde der tijden...

 

gratis ebook


Hoofdstuk 1/7

gratis flipboek (online lezen in flash)
gratis ebook in pdf
gratis e-book in doc

© 2006 Eric Mellema
Alle rechten voorbehouden



Hoofdstuk 8



De verzwakte wereld bloeit op
Langdurige vrede heerst overal
Men reist door lucht, over aarde en zee
Dan zal er weer oorlog komen


De afgesloten deur van de studeerkamer werd opengebroken, waarop Anne met trillende knieën de ruimte instapte, bang om haar man dood aan te treffen. Na haar thuiskomst had de huismeid haar verzocht de geleerde - op zijn verzoek - onder geen beding te storen. Hij was bezig met een belangrijke proef. Maar het duurde haar nu te lang. Dagenlang had hij niet van zich laten horen en even leek het of haar zorg bewaarheid werd. Ze trof manlief languit op de vloer aan.
'Hij is dood!' jammerde ze.
'Kon je niet gewoon even kloppen?' vroeg Michel, die verrassend bij zijn positieven was. Een moment stond ze op het verkeerde been, maar toen werd ze heel boos.
'Je hebt je al drie dagen opgesloten! We hebben vele malen geroepen, geklopt, getoeterd en gejengeld, en je deed maar niet open. Ik hield het niet meer.'
'Er is niets aan de hand met mij,' verzekerde hij kalmpjes.
'Je kon wel dood zijn,' ging ze in alle staten verder. 'Ik moest wel ingrijpen en tussen twee haakjes: de koningin wil je zien. Ik dacht dat je dat wel wilde weten...'
'Dat is inderdaad fantastisch nieuws. Dan ga ik subiet mijn spullen pakken,' en hij maakte aanstalten. 'Idioot, eerst ga je een paar dagen aansterken. Je ziet eruit als een weekdier,' brulde ze en haar echtgenoot beloofde het te doen.
'Waar was papa nou?' vroeg de driejarige Pauline, de volgende dag aan het ontbijt.
'Papa brengt het hiernamaals in kaart,' antwoordde César.
'Geef mij het brood eens aan,' verzocht vader, waarop zijn zoon het hem aanreikte.
'Volgens mij was hij weer fratsen aan het uithalen,' zei Paul ondeugend.
'Jullie vader verliest inderdaad zijn haren, maar nog niet zijn streken,' viel Anne hem bij. Haar man nam intussen een teug vruchtensap en hoorde het allemaal geamuseerd aan.
'Jullie vader gaat binnenkort de koningin ontmoeten,' deelde moeder iedereen mee. 'Paul, laat César eens los!' Paul was nogal driftig aangelegd en kon vaak zijn ei niet kwijt.
'Als de koningin maar niet te mooi is. Dan zien we papa helemaal niet meer,' merkte Madeleine op.
'Ik wil alleen je moeder,' stelde deze haar gerust. 'Bovendien is de koningin al getrouwd met de koning.'
'Nou, dat huwelijk schijnt niet veel voor te stellen,' merkte Anne aan. 'En minnaressen in overvloed aan het hof.'
'Wat zijn dat, mam?' vroeg Pauline.
'Dat zijn vrouwen die niet met een man getrouwd zijn, maar toch van hem houden,' probeerde ze het simpel af te doen.
'Dan zit het aan deze tafel vol minnaressen,' grapte César. Zijn ouders konden daar wel om lachen en begonnen de tafel af te ruimen.
'Blijf jij even bij André?' verzocht Anne. Haar echtgenoot, alweer de oude, hield de baby in de gaten, terwijl zij het tafelkleed in de tuin ging uitkloppen.

Aan het hof was het eerste deel van De Profetieën als een bom ingeslagen en koningin Catherina de Medici verzocht de mateloos populaire astroloog voor consultatie langs te komen. Een grotere eer kon men niet bedenken en Nostradamus willigde haar wens in. Omdat Parijs ver weg lag, zou hij wel een maand van huis moeten blijven. Met moeite nam hij afscheid van zijn gezin.
'Hier jongens, vergeetmenietjes,' maar zijn kinderen renden al naar buiten, want ze hadden andere dingen aan het hoofd. Vader hield van hen allemaal, wat ze ook deden, hoewel hij met César de meeste verwantschap voelde. Een schrandere jongen aan wie hij later wellicht zijn kennis kon overdragen.
'Wees voorzichtig. Aan het hof is veel haat en nijd,' drukte Anne haar man op 't hart.
'Ik zal me afzijdig houden,' zegde hij toe en na een dikke kus stapte hij met zijn koffer in het gereedstaande rijtuig. De koninklijke gast zou van de gelegenheid gebruik maken om ook zijn uitgever Chomarat in Lyon te bezoeken.
Twee dagen later kwam hij daar aan. Zijn uitgever schudde vol ongeloof 't hoofd, toen hij de beroemde schrijver onaangekondigd zijn kantoortje zag binnenlopen.
'Ik zal de logeerkamer in orde moeten brengen,' stamelde hij.
'Fijn. Ik blijf echter maar één dag, want morgen moet ik verder naar Parijs.'
'Dan laat ik u nu meteen de drukkerij zien,' en ze liepen door het Maison Thomassin. De typografen waren eveneens overrompeld door het bliksembezoek en schutterig maakten ze ruimte voor de hoge gast. Bij de drukpers nam hun baas zenuwachtig het woord.
'Aan deze uitvinding hebt u mede uw succes te danken,' zei Chomarat, die het revolutionaire apparaat als zijn eigen kind vasthield. Hij verzocht een van de handarbeiders de drukvorm met de omslag van De Profetieën van inkt te voorzien. Die deed wat van hem werd verlangd.
'Ik zal u laten zien hoe het in z'n werk gaat,' hernam Chomarat en hij plaatste de beïnkte vorm op de onderplaat. 'Dan leggen we er nog papier bovenop en mag u de afdruk zelf maken.'
Nostradamus begon de plaat met een lier omlaag te draaien.
'Ging al het drukwerk maar zo makkelijk,' zei hij lollig, maar eer iemand erom kon lachen, gilde zijn uitgever het uit van de pijn. Zijn duim zat ertussen, en zijn gast draaide de plaat vlug terug.
'Laat me eens kijken,' verzocht die laatste.
Jammerend toonde Chomarat hem zijn verwonde duim.
'Hebt u dekverband?'
Met een verbeten gezicht wees de ongelukkige zijn kantoortje aan. Ze liepen ernaartoe en na enig zoeken vonden ze een smalle lap.
'Met de hand schrijven zit er even niet in,' zei Michel, die zijn duim omzwachtelde.
'Ik ben een drukker, geen schrijver,' bromde Chomarat, die van de schrik was bijgekomen, en de mannen gingen weer naar de werkvloer terug.
Daar draaide Nostradamus de plaat nogmaals omlaag, zodat deze stevig tegen het vel werd aangedrukt, en hij draaide hem daarna weer terug.
'Broddelwerk moet nu verleden tijd zijn,' verkneuterde hij zich, waarop hij de natte afdruk bekeek.
'Magnifiek, maar wat doet dat duiveltje op de onderste regel?' Chomarat kwam verbaasd naast hem staan en zag de onregelmatigheid.
'Welke vlegel heeft die delen aangepast?' vroeg hij kwaad. Maar niemand van het personeel scheen het gedaan te hebben. Halsoverkop rende hun baas naar de voorraad boeken van zijn klant.
Gelukkig, alle omslagen waren in orde, constateerde hij opgelucht, geen gereproduceerde duivels in duizendvoud. Ze corrigeerden de drukvorm en na alle commotie werd de lakmoesproef doorstaan. De schrijver was dik tevreden en keek nog even naar zijn eigen werk, dat hier in verschillende talen werd gepubliceerd. Zijn boeken vonden gretig aftrek in heel Europa. Daarna spraken de uitgever en hij in een restaurant om de hoek nog wat door over verbeteringen van de huidige versie.

De volgende dag werd de reis naar Parijs voortgezet. Alles zat mee en drie dagen later reden ze voorbij Fontainebleau. Het zou nu niet lang meer duren. Plotseling omsingelde een groep paardrijders het rijtuig; ze dwongen het tot stilstand.
'Struikrovers!' riep de koetsier bang, maar het bleken politieagenten te zijn en gerustgesteld volgde hij het bevel op. Een commissaris lichtte weldra de passagier in.
'Uw route wordt veranderd: u wordt onder escorte naar het paleis in Saint Germain en Laye gebracht.'
'Vanwaar deze wijziging?' vroeg Nostradamus.
'Het koninklijke echtpaar wisselt zo nu en dan van woonplaats.'
'Hè, dan moeten we nog een eindje.'
'Mijn excuses voor het ongemak.' Commissaris Morency nam naast hem plaats en ze reden verder.
'De mens reist wat af tegenwoordig,' begon de politieman te zeuren, terwijl hij zijn rijlaarzen uitdeed. 'Na die donkere eeuwen bloeit de wereld eindelijk op en gaat de vooruitgang met rasse schreden.'
'Ziet u die trekvogels daar naar het noorden vliegen?' onderbrak Michel hem.
'Ja, hoezo?'
'Die doen er tien keer sneller over dan wij.'
'Wat wilt u daarmee zeggen?'
'Dat ik in de verkeerde tijd geboren ben...'
'Ik begrijp het nog steeds niet,' zei Morency.
'Ach, ik ben wat sikkeneurig. Het zal de vermoeidheid wel zijn,' verontschuldigde de geleerde zich.
'Ik zal u met rust laten, doctor. U wordt natuurlijk door iedereen lastiggevallen.'
'Daar zegt u wat. De opdringerigheid groeit met de dag. In mijn eigen stadje kan ik al niet meer in de openbaarheid treden. Maar praat u toch gerust verder, want gezelligheid kent geen tijd.' Morency sprak over zijn loopbaan en over dat hij binnenkort met pensioen zou gaan.
'U zult nog tijdens uw werk gevangen genomen worden,' zei de helderziende opeens. De commissaris keek hem bedremmeld aan.
'Wat zegt u nu? En dat vlak voor mijn pensioen.'
'Houd de moed erin. Een vredesverdrag geeft u de vrijheid terug.'
'Ik weet niet wat ik hoor, maar ik zal het goed onthouden. Dat u dat zomaar kunt zien!'
'Tja, gebeurtenissen hangen in de lucht en ik neem ze waar, zoals een vogel de storm voelt aankomen. Hoewel de mens, in tegenstelling tot dieren, meestal zelf zijn ellende veroorzaakt.'
'Ongelofelijk. Ziet u ook uw eigen toekomst?' vroeg de commissaris, diep onder de indruk.
'Persoonlijke zaken vertroebelen jammer genoeg mijn inzicht.'
'Nou, ik ben u erkentelijk voor de waarschuwing. Bent u katholiek?'
'Ja, waarom?'
'Er is hier een politieke strijd gaande tussen de katholieke Guises en de calvinistische Coligny's. De koningin heeft de zijde van de Guises gekozen. Wat dat betreft zit u goed. Maar wees op uw hoede voor het Parijse gerecht, want ze zijn fanatiek en zoeken de minste aanleiding om iemand te veroordelen. Ik denk daarbij met name aan uw publicaties.' Een opkomende regen tikte intussen tegen het koetsdak en de mannen keuvelden tot het einde van de rit.

Daar was dan Saint Germain en Laye. De stad die door koningen zo gewaardeerd werd vanwege het prettige leefklimaat, en omringd werd door grote bossen. Toen het rijtuig onder het gebladerte vandaan kwam, knapte het weer meteen op. Ze hobbelden vervolgens langs eindeloze, koninklijke tuinen in aanleg.
'De tuinen zullen in terrasvorm over de Seine uitzien,' merkte Morency op.
'Zo te zien heb je al een dag nodig om erdoorheen te wandelen,' reageerde Michel.
'Ongeveer ja, en dan is er nog vijfduizend hectare bos. Henry II is een fervent jager.' De koets begaf zich nu langs het nieuwe paleis dat nog in de steigers stond. Er werden karren vol materialen af en aangereden en groepen werklieden waren er vlijtig in de weer. De koninklijke gast werd niettemin naar het oude kasteel er vlak achter gebracht.
'Hoeveel kamers moet dat wel niet hebben?' vroeg deze, toen het kolossale paleis in zicht kwam.
'Meer dan vierhonderd. Het nieuwe zal er nog veel meer hebben,' antwoordde zijn begeleider. De politieagenten te paard zwaaiden af en het rijtuig stopte bij de ingang. De mannen stapten uit en liepen naar de huizenhoge toegangsdeuren, die door twee lakeien werden geopend. Ze betraden de magistrale aankomsthal, waar twee wenteltrappen sierlijk om elkaar heen draaiden.
'Mijn taak zit er op. Succes!' wenste de commissaris hem toe. De geleerde zei hem gedag, ging op een verguld bankje zitten wachten en bekeek intussen het interieur. Waar hij maar keek, ieder plekje was met uiterste zorg ingericht. Zelfs het plafond was gedecoreerd. En dan te bedenken dat het nieuwe kasteel het werkelijke pronkstuk moest worden. De schatkist moest wel heel goed gevuld zijn. Een hoofdlakei verzocht hem mee te komen naar de troonzaal, waar de gasten doorgaans werden ontboden. Het koninklijke paar zat al op hun gouden tronen te wachten. Tussen hen in hing een opvallend schilderij van een vrouw met een mysterieuze glimlach. (de Mona Lisa, collectie koning Francois I)

'Nostradamus, fijn dat u er bent,' sprak Catherina de Medici gedecideerd en haar gast boog diep zoals het betaamde.
'Henry, dit is die begenadigde astroloog uit de Provence, die zo veel stof doet opwaaien,' informeerde ze haar man. 'Hij is eerder als arts werkzaam geweest en heeft toen veel van onze onderdanen van de pest weten te redden.' De koning keek de illustere landgenoot zijdelings aan. Zijn spierwitte gelaat stak scherp af tegen de zwarte flaphoed met bruine veer.
'Leuk u te zien,' zei hij pro forma. Weer zo'n intellectueel, het is jouw bezoeker, Catherina, handel het dan zelf af, dacht hij ondertussen. Michel doorzag zijn zinnen; de koning verlangde slechts naar de jacht.
'Ik ben zeer nieuwsgierig naar uw talenten,' hernam de koningin, die een leren kapje droeg, 'en ik verzoek u om morgen om acht uur naar mijn persoonlijke vertrek toe te komen, om er nader op in te gaan.'
'Zeker Majesteit.' Hij vond haar een stuk intelligenter dan haar man.
'Volgende week maandag vindt er een festijn plaats,' ging ze verder, 'ter ere van het huwelijk van de hertog Van Joyeux en jonkvrouw De Vaudemont, en vanavond is er een banket. Wij nodigen u voor beide uit.' Michels hart sloeg over na het horen van de achternaam van zijn eerste vrouw.
De Vaudemont, ongelofelijk, de bruid moet een zusje of nichtje van Yolande zijn. Mijn oude familie zal niet blij zijn met mijn komst. Een onvermijdelijke confrontatie hing in de lucht. De koning liet pardoes een wind en draaide zich ongemakkelijk op zijn gouden zetel om.
'Dank u voor de uitnodiging, ik zal aanwezig zijn,' antwoordde Michel.
'Van onze gasten wordt wel verwacht dat zij na de voorstellingen meedoen met de hofdans,' benadrukte ze. 'Kent u deze dansen?'
'In het geheel niet, Majesteit.'
'Dan kan onze balletmeester u dezer dagen de nodige passen bijleren. Maar vanavond zien we elkaar bij het banket,' en ze beval haar lakei de astroloog de troonzaal uit te geleiden. De opgetrommelde dansleraar beloofde nog diezelfde middag met de lessen te beginnen, maar voordien zou de gast de gelegenheid krijgen om wat uit te rusten.

Wat bekomen van de zware reis wandelde Nostradamus naar de balletstudio, waar Balthasar hem opwachtte.
'Nog verreisd, mijnheer?' vroeg deze.
'Een beetje, maar wat beweging zal me geen kwaad doen.'
'Ik wil u evengoed hoofse vaardigheden bijbrengen, aangezien deze onlosmakelijk met de dans verbonden zijn.' Zijn gast vond het prima en deed alvast zijn paltsrok uit.
'Bij de hoofse dans dient de kleding juist onberispelijk te zijn,' giechelde de jonge balletmeester, 'maar in ieder geval verheugt u zich op uw eerste dansles,' en zijn leerling trok het jasje weer aan.
'Hebt u al enige kennis van de dans?'
'De dans is een vrouwelijke jacht en de jacht is een mannelijke dans,' antwoordde de geleerde.
'Nou, die spreuk spijker ik boven m'n bed,' giechelde Balthasar opnieuw, die bijzonder gemakkelijk in de omgang was.
Als een paling in een emmer snot, vond Michel op de keper beschouwd.
'Laten we maar snel beginnen, want over twee uur komen de De Vaudemonts, mijn volgende leerlingen.'
'Kent u de De Vaudemonts goed?'
'Nee, ik weet alleen dat ze van adel zijn. Onze koningin grijpt iedere gelegenheid aan om een feest te organiseren,' sprak Balthasar vrijelijk en hij ving met de les aan.
'Een hoveling moet over een algemene ontwikkeling beschikken, maar bovenal wordt hij geacht zich elegant te kunnen bewegen. Alles wat men aan het hof doet, moet gracieus en moeiteloos verlopen. Zichtbare houterigheid of inspanning is uit den boze.' De heren begaven zich naar de dansvloer.
'Op een bal wordt er gedanst volgens vaste patronen. Bijvoorbeeld zo,' en terwijl de balletmeester de maat telde, deed hij enkele passen voor.
'Tegelijk dient men zich aan de sociale regels te houden. Volgt u mij alstublieft,' waarop Michel een Pas de Bourré nadeed.
'Dat is knap lastig,' zei hij toen zijn benen in de knoop raakten.
'Ik zal u een reeks oefeningen op papier meegeven, waarmee u de controle over uw motoriek kan herwinnen,' stelde de leraar voor.
'Mooi, heb ik wat te doen. Ballet is zeker de favoriete bezigheid van Catherina de Medici?'
'Klopt, aan de houding herkent men de adel, aldus onze koningin. Helaas vindt haar man dit maar niks en het is zij geweest die de verfijnde omgangsvormen aan het Franse hof heeft gebracht. Zo nam ze uit Florence, na het huwelijk, een bont gezelschap van koks, kunstenaars en musici mee. U zult ze nog wel ontmoeten,' en ze dansten verder. Dacht Michel net iets onder de knie te hebben, raakte hij weer de kluts kwijt, de aanhalige balletmeester nam hem direct bij de hand. Ten slotte oefenden ze nog een figuurdans, waarna ze de eerste les beëindigden. Morgen zouden ze verder gaan.

Het was al laat in de middag en Michel liep naar buiten om nog even een frisse neus te halen. Hij wandelde door een plantsoen, waar verscheidene tuinmannen struiken aan het poten waren. En passant bekeek hij de voortgang van het nieuwe kasteel verderop. Achter een bloemperk stond een hoveling, die ineens wild naar hem begon te zwaaien.
Nee maar, als dat markies De Florenville niet is? Mijn verleden komt nogmaals boven drijven. Het was inderdaad de kasteelheer die hem ooit een loer had willen draaien en de markies stiefelde enthousiast op hem af.
Zeker bekeerd nu ik zo beroemd ben, dacht de astroloog schamper.
'Wat een voorrecht u terug te mogen zien,' begroette de adelborst hem.
'Ja, dat is lang geleden.'
'Dat is het zeker en we zijn er niet jonger op geworden.'
'En, komt u nog wel eens in Straatsburg?' vroeg Michel.
'De laatste tijd vertoef ik vooral aan het hof, voor politieke zaken,' antwoordde De Florenville, terwijl de zon achter de horizon verdween. Het werd nu kouder en de geleerde gaf aan weer naar binnen te willen.
'Met wat voor politieke zaken houdt u zich zoal bezig?' vroeg hij, toen ze samen het paleis betraden. 'Nou, dat is een lang verhaal.'
'We hebben nog een uur voordat het banket begint,' zei Michel, waarop de markies begon te parlevinken.
'Mijn vriend Erasmus, van weleer, vond dat bepaalde delen van de Bijbel niet correct in het Latijn waren vertaald,' vertelde hij, terwijl ze door de wandelgangen liepen. 'Hij heeft toen het Griekse Nieuwe Testament vertaald en in druk uitgegeven. De Duitse Luther is daar verder op gaan borduren en zijn protestantse beweging is naar Frankrijk overgewaaid. Enkele hugenoten uit Straatsburg vroegen mij deze beweging in Parijs te vertegenwoordigen en dat kon ik niet afslaan. Zodoende. Hebt u al eens gehoord van de Coligny's?'
'Daar heb ik onlangs van vernomen, ja. Maar dat maakt u tot de politieke vijand van het koningshuis?'
'Formeel gezien wel,' beaamde De Florenville, 'maar de koning bemoeit zich niet met politiek en Catherina vindt dat de Guises te machtig zijn. Ze zoekt zelfs toenadering met ons. De gifmengster, excusez le mot, speelt de Guises en de Coligny's behendig tegen elkaar uit.'
'Ik wist niet dat er in Frankrijk zo veel animo was voor het protestantisme,' zei Michel.
'Nou, het groeit met de dag, vooral in Noord-Frankrijk. Er zijn zelfs aanhangers in de koninklijke familie te vinden. Maar vertelt u mij ook eens wat,' en de markies keek hem verwachtingsvol aan.
'De koningin heeft mij om een consult gevraagd,' liet de ziener los.
'Wat is de uitkomst?' vroeg de politicus, die op jacht was naar pikante details.
'Ik spreek de majesteit pas morgen en mag me over de inhoud ervan niet uitlaten. Beroepsgeheim. Wel kan ik zeggen dat de koning niet in astrologie geïnteresseerd is.'
'Pff, dat is geen nieuws!' wuifde de markies zijn opmerking van de hand. 'Henry II heeft namelijk nergens interesse voor. Maar er wordt gefluisterd dat hij voor de uiterst kostbare bouw van het château neuf op alle kerkschatten beslag heeft laten leggen. Kijk, dat heb je nu met katholieken, zo schijnheilig als de pest. Afgezien van enkele goeden natuurlijk. Jatten van de Kerk zal mij eerlijk gezegd een worst wezen, die is toch al te machtig...' De geleerde raakte door het geroddel aardig op de hoogte van de politieke slangenkuil, en vond het nu wel genoeg.
'Ik moet mij nog omkleden, tot zo bij het feestmaal,' kapte hij het gesprek af en hij klom via de centrale wenteltrappen naar zijn kamer op de derde verdieping.

De gesoigneerde ziener trad even later de eetzaal binnen, waar een groots banket was aangevangen. Zo stonden er twee exorbitant lange tafels opgesteld, met wel vijfhonderd gasten. De coryfee werd door een ouvreur naar de tafel met het koninklijke echtpaar gebracht. De twee zaten elk aan het hoofd en dus ver van elkaar verwijderd. De andere tafel was voor leden van de lagere adel, waar ook de markies had plaatsgenomen. De astroloog werd door de bediende verrassend tegenover de De Vaudemonts geplaatst, die bij de aanblik van hun voormalig familielid verstijfden. Perplex stootten ze elkaar aan om alle verwanten te verwittigen van de komst van de onheilsprofeet. Het waren de broers en zussen van Yolande. Hoewel ze oud en grijs waren geworden, waren ze onmiskenbaar te herkennen. Hun ouders waren hoogstwaarschijnlijk overleden. De bruid bleek Elise te zijn, de dochter van Désiree, en aan haar zijde bevond zich de hertog Van Joyeux. Ze konden Michels bloed nog steeds drinken en zijn aanwezigheid bedierf hun feestmaaltijd. Allerlei delicatessen werden intussen geserveerd en de ontboden astroloog wist ervan te genieten, ondanks de verzuurde gezichten tegenover hem. De koningin bracht nu een toost uit op het aanstaande bruidspaar en iedereen hief eensgezind het glas. Alleen de koning niet, want die amuseerde zich liever met enkele hofdames. Michel ving tijdens de vele gesprekken aan tafel op dat Catherina van een rijk bankiersgeslacht afstamde en dat het Franse koningshuis hierdoor versterkt werd. Henry II was dus nog niet zo dom. Nadat de gasten zich hadden volgegeten, sloeg de verveling toe en de conversatie werd stekelig en onderhuids. Het onderwerp veranderde in politiek en met tal van Guises en Coligny's in de zaal liep de spanning hoog op. Tijdens een fel dispuut werd Nostradamus gevraagd de religieuze toekomst van het koningshuis te voorspellen. De belangen waren aanzienlijk en er werd veel waarde gehecht aan wat de vorser der hemelen hierover zou zeggen.
'Over tachtig jaar,' sprak hij mooi, 'zie ik in dit paleis een zonnekoning geboren worden.'
'Maar is hij protestant?' drong De Coligny aan, de leider van de gelijknamige groep.
'In ieder geval christelijk,' gaf de ziener behoedzaam antwoord. Het hek was desalniettemin van de dam en er ontstond een schaamteloos gebekvecht. Michel hield het na het dessert voor gezien, terwijl de koningin moedeloos toekeek.

De volgende ochtend bezocht hij Catherina de Medici in haar persoonlijke vertrek. Ze had de zaal duidelijk naar eigen smaak ingericht, want het hing vol met schilderijen van rijke voorvaderen, die voor hun residenties in Florence poseerden.
'Komt u toch naast me zitten,' gebood de koningin, waarop Michel op de canapé plaatsnam.
'Wilt u misschien een lekkernij?' vroeg ze, terwijl ze hem een schaal met gekonfijte vruchten voorschotelde.
'Dank u wel, Majesteit,' en hij pakte een van de exquise snoepjes.
'En bevalt het u hier een beetje, buiten het gekrakeel van gisteravond?'
'Wel, ik ben zeer onder de indruk van alle pracht en praal,' antwoordde hij.
'Dat is ook de bedoeling. Er wordt ogenschijnlijk veel geld aan nutteloze zaken, zoals feesten, triomfen en paleizen, gespendeerd, maar op die manier proberen we indruk te maken op buitenlandse gasten en ambassadeurs, zodat we betere zaken doen. En met het verdiende geld kunnen we weer ons leger versterken.'
Een geslepen vrouw, begreep hij. Ze leidt vast en zeker het land achter de schermen.
'Ik heb u verzocht hier te komen,' hernam ze, 'omdat ik graag wil dat u mijn horoscoop trekt. Iedereen spreekt over u en ik ben zeer benieuwd wat de sterren over mijn leven te zeggen hebben. Kunt u dat voor mij doen?'
'Dat is zeer goed mogelijk, al heb ik daarvoor wel de exacte gegevens van uw geboorte nodig.' Ze beval direct een lakei de geboortedocumenten te halen.
'Hoeveel uur hebt u ervoor nodig?' vroeg ze.
'Dat neemt helaas enkele weken in beslag; ik heb de benodigde instrumenten niet bij me en ik kan alleen thuis goed mijn werk doen.'
'Dat is dan een misverstand, maar goed, ik zal geduld moeten betrachten. Kunt u misschien al íéts uit de doeken doen?'
'Dan zal ik mij eerst moeten concentreren, Majesteit.'
'Ga u gang,' en Nostradamus look zijn ogen. Weldra raakte hij in andere werelden en zijn hoofd begon te knikkebollen.
'Ik zie..., ik zie dat het hofballet door uw inzet een enorme ontwikkeling gaat meemaken. Er zullen speciaal voor de dans academies worden opgericht.'
'Dat is mooi nieuws. Ik ben idolaat met het ballet. Ziet u ook nog iets tijdens mijn leven gebeuren?'
'Ik krijg iets van Rome door,' welde het in hem op.
'Dat kan heel goed. Wijlen paus Leo X, die in Rome zetelde, was mijn achterneef Giovanni di Lorenzo de Medici.' De koningin zat nu op het puntje van haar stoel.
'Hm, het regeren zit u in het bloed,' mompelde hij.
'Bedoelt u dat ik het land zal regeren?'
'Dat zit er aan te komen ja.'
'Maar is mijn man dan niet meer in leven?' vroeg ze geschrokken. Michel knikte meewarig.
'Henry en ik hebben een verstandshuwelijk, maar ik hoop oprecht dat dit niet uitkomt.'
'Niets staat vast, Majesteit, alles is onderhevig aan verandering. Maar de goddelijke ideeën worden mij geopenbaard en elk idee is waar. Het is alleen de vraag hoe en wanneer. Als een beukenzaadje weinig water of licht krijgt, zal de beuk mogelijk niet verschijnen, maar een eik zal het nimmer worden.'
'Kunt u misschien vertellen wat er met mijn man staat te gebeuren? Wellicht kunnen we voortijdig ingrijpen.'
'Het wordt mij niet helder voor de geest en ik wil de koning ook niet onnodig in diskrediet brengen. Maar als uw man het wil, zal ik mij er verder in verdiepen.'
'Die kans is niet groot,' mopperde ze, waarna ze opeens als een blad aan een boom draaide; Catherina stond ineens op en liet haar jurk op haar voeten vallen. Poedelnaakt was ze en ze keek hem verleidelijk aan.
'En, wat vindt u van me?'
'Ach...' twijfelde hij op zijn hoede.
'Ja, ik ben geen slanke den meer.'
'Wel, voor de echte baas van Frankrijk ziet u er aantrekkelijk uit,' en hij boog zich naar haar toe.
'Hm, en u ruikt lekker,' zei hij, terwijl hij zijn neus tegen haar middel drukte.
'Ik lucht mijn lichaam elke dag,' verklaarde ze.
'Was ieder mens maar zo wijs. Afwisselend hete en koude baden nemen, is ook heel goed,' en hij beroerde haar billen. Behaagziek liet Catherina het zich welgevallen.
'Uw gezondheid is dik in orde,' zei de dokter toen. 'Kleedt u zich maar weer aan.'
'Goh, u bent bijna net zo geraffineerd als ik,' en geamuseerd trok ze haar jurk weer op.
De lakei kwam intussen met de geboortepapieren aangelopen.
'Onze wens is een sterk, stabiel Frankrijk en het handhaven van de macht van het koningshuis Van Valois,' hervatte de koningin serieus. 'Kunt u me adviseren hoe mijn man en ik met de politiek godsdienstige fracties moeten omgaan om dit te bewerkstelligen?'
'Ik zal eerst uw horoscoop maken, Majesteit. Daarna zal ik u inzicht geven in uw sterke en zwakke punten, waarna u de kennis zelf in de praktijk dient toe te passen. Ik mag namelijk niet het leven van een ander mens leiden, hoezeer ik ook uw wensen in vervulling zou willen brengen.'
'Bon, ik waardeer uw integriteit. Dan zullen we het nu maar laten rusten. We zien elkaar komende maandag op het bal,' en ze beëindigde het gesprek.

Het was elf uur in de voormiddag, de aanvangstijd van het theaterspektakel ter ere van het huwelijk van de Hertog Van Joyeux en Elise de Vaudemont. Michel liep de reusachtige balzaal in en flaneerde met zijn eenvoudige pofbroek tussen de extreem opgedirkte gasten, van wie hij er al een paar in de paleizen was tegengekomen. Alle dames zagen er uit als kunstwerken: zeer wijde jurken met extravagante hoofddeksels. Ook de heren droegen sprookjesachtige hoeden, of kostbare pruiken, en beide seksen bewogen zich overdreven voornaam door de zaal. Michel kreeg een programma in de hand gedrukt.
'Eens kijken wat erin staat,' mompelde hij en hij vouwde het papier open. De vermaarde astroloog was natuurlijk al lang opgevallen en een drietal op hem azende hofdames snelde toe.
'Mijnheer Nostradamus, wat leuk dat u er bent!' riepen ze, 'en dat u van ballet houdt?'
'Ach, houden van, maar ik ben zeker benieuwd naar het optreden van mijn dansleraar in het stuk Comique de la Reine,' gaf hij toe.
'Maar het ballet Comique de la Reine is het gezelschap,' verbeterde Angelique, de dame met de blauwe hoed.
'Wat spelen ze dan?'
'Circe van Homerus,' antwoordde ze.
'Aha, een van de meest bekende stukken uit de Odyssee,' wist de geleerde.
'De Beaujoyeux heeft ook de choreografie verzorgd,' kwam Collette, de dame met de roze hoed, tussenbeide.
'Ook dat is mij onbekend,' zei Michel.
'Het staat in het programma vermeld,' hernam ze.
'Ik was er nog niet aan toegekomen, dames,' en hij wilde het papier opnieuw bekijken, toen de derde hofdame zich opdrong.
'Er komen zangers, dansers, muzikanten, dieren, circusartiesten en nog veel meer,' informeerde ze hem. De zaal was inmiddels stampvol met duizenden hovelingen en gasten uit het hele land.
'U maakt waarschijnlijk voor het eerst een feest van de De Medici mee?' veronderstelde Collette.
'Dit is inderdaad de eerste keer,' erkende hij.
'Zet u zich dan maar schrap,' waarschuwde Angelique. 'Het ballet neemt alleen al vier uur in beslag.'
'Vier uur ballet?'
'Geen nood hoor, tijdens alle voorstellingen kunt u vrij in- en uitlopen,' stelde Collette hem gerust.
'Wellicht is het handig om u wat wegwijs te maken aan het hof,' bood Angelique hem aan.
'Ik ken de weg hier veel beter dan zij,' zei Collette, die zich de kaas niet van het brood wilde laten eten.
'Ik denk dat mijnheer eerder van fijnzinnigheid houdt,' overtroefde de derde jonkvrouw haar concurrenten. De hofdames konden elkaar plotseling niet meer luchten of zien.
'Ik ben al getrouwd en heb fijne kinderen,' schermde de astroloog. 'Goedendag dames!' Beleefd nam hij even zijn bolhoed af en flaneerde toen verder. Het publiek bevond zich aan drie zijden van de uitspanning. Deels op galerijen waar de koning en de koningin en het huwelijkspaar zaten, en deels beneden, waar Michel zich schaarde. De voorstelling ving aan en een indrukwekkend decor draaide mechanisch tevoorschijn. Een danskoor bracht een aubade aan het gisteren getrouwde paar en beeldde in een allegorische verhandeling de echtelijke liefde uit. Na de ingetogen huldiging werd de sfeer uitbundig, en bont gekostumeerde figuranten paradeerden af en aan. Na enige tijd ging er een kreet van verrukking door de zaal toen er een heuse olifant vanuit de coulissen voorlangs kwam. Alle registers werden opengetrokken. Zo draafden er diverse exotische dieren voorbij. Daarna volgden er hordes marcherende soldaten, die een strijd nabootsten. Het publiek vergaapte zich aan het spektakel en ook de koning raakte in zijn sas bij het zien van zijn strijdkrachten. Henry II veerde zelfs even van zijn stoel op toen de kapitein van zijn persoonlijke garde een geïmproviseerd duel met een Schot aanging.
'Bezint eer gij begint,' riep Montgomery gekunsteld tegen zijn vijand. De twee militairen stonden met volledige wapenuitrusting op de planken en stelden zich tegenover elkaar op. De Schot begon de aanval en sloeg met zijn afgestompte zwaard op de kapitein in, maar die pareerde de aanval handig met zijn schild. De vonken sloegen ervan af en de kapitein beraadde zich op een tegenaanval. De koning vergat door de opwinding dat het slechts om een spel ging en moedigde Montgomery vanaf het balkon aan.
'Pak 'm, kapitein,' schreeuwde hij door de zaal. Het publiek besloot deze vechtersjas tot favoriet te kiezen en jubelde hem toe.
'Deksels, nu weet ik waar de koning aan zal sterven: in een oefenduel,' wist Michel ineens. Montgomery was even uit uit zijn doen van het uitzinnige publiek; de Schot maakte handig gebruik van zijn verwarring. Hij stak het zwaard venijnig uit naar de kapitein, maar het ketste op zijn helm af. 'Mis!' juichten de toeschouwers.
'Ik denk dat ik mijn garde zelf maar moet aanvoeren,' mopperde de koning tegen zijn vrouw. Maar Montgomery zette nu de aanval in en na een botsing tussen beide strijders viel de Schot op de grond, waarna de kapitein als winnaar het zwaard boven zijn slachtoffer hief. Een rood gordijn viel pardoes voor het toneel en een eventuele genadeklap werd aan de verbeelding van het publiek overgelaten. Terwijl het decor in allerijl werd omgebouwd, was er voor iedereen de mogelijkheid om te eten en te drinken. Ook nu gingen de politieke spelletjes gewoon door. De Coligny, die vlak voor Nostradamus stond, gaf een onopvallend teken met de hand, waarna enkele partijgenoten, onder wie De Florenville, geruisloos de zaal verlieten, wat enkele Guises weer niet ontging.
Stelletje malloten, dacht de geleerde en hij schonk er verder geen aandacht aan. Het hele podium draaide nogmaals spectaculair in de rondte en het decor voor het ballet Comique de la Reine kwam tevoorschijn. Het publiek ging weer zitten en zag de bekende balletmeester als eerste het toneel opspringen. Balthasar speelde de tovenares. Het verhaal werd door de dansers met pantomime uitgebeeld. Het ballet duurde inderdaad erg lang en de hovelingen liepen regelmatig de zaal in en uit. Halverwege het stuk daalde Mercurius neer; de boodschapper van de goden werd met een lier omlaag gebracht.
Het lijkt wel of Hermes mij achtervolgt, peinsde Nostradamus. Met een hoop kabaal onderbraken de dansers zijn bespiegelingen over het teken van boven, waarna Balthasar nog een hoogstandje ballet liet zien.
Oh jee, dadelijk moet ik eveneens mijn beste beentje voorzetten, en in gedachten doorliep Michel de danspassen, die hij na het stuk in praktijk zou moeten brengen. Toen Circe van Homerus ten einde was, sprongen alle dansers vanaf het podium op het centrale platform, waar ze iedereen verzochten met hen mee te doen. De edellieden stroomden de dansvloer op, terwijl het overgebleven publiek met belangstelling toekeek. Ook Michel deed met de bassa-dans mee, waarbij een grote hoeveelheid buigingen en wendingen werd toegepast. Door de geometrische patronen en de knellende kleding leken de deelnemers echter meer op marionetten dan op dansende mensen. De koning en de koningin waren inmiddels van het balkon afgekomen en schreden plechtstatig door de zaal met in hun kielzog de familie De Vaudemont. Catherina droeg een kegeljurk, zó groot dat er ten minste vijf kerels in konden. Haar man had daarentegen extreem lange puntschoenen aangedaan om iedereen uit zijn buurt te houden. Na de bassa-dans nam de koningin het woord.
'Lieve mensen, gaat u een moment aan de kant, want ik verzoek het bruidspaar op de dansvloer te komen om de figuurdans in te zetten.' Elise de Vaudemont en de hertog Van Joyeux kwamen naar voren toe en het echtpaar begon elegant op het ritme van de hoofse muziek te bewegen. Telkens werd er een paar aan toegevoegd, waarbij de dansers lange rijen vormden, die weer in cirkels of driehoeken veranderden. Michel volgde de figuurdans vanaf de zijlijn, die vooral voor de toeschouwers een bijzonder esthetisch genoegen was. De De Vaudemonts werden nu volledig in beslag genomen door het dansende bruidspaar en hielden hun gezworen vijand niet meer in de gaten.
Waar blijft dat dieptepunt van deze avond toch? twijfelde de ziener, voor wie hun verborgen spanning goed waarneembaar was.
'Een danse-haute alstublieft,' gebood Catherina de muzikanten opeens, alsof ze hem had gehoord. Het was de dans waarbij telkens met sprongetjes van partner gewisseld moest worden.
Aha, dit wordt dus de aanvaring: een duet met een van de vrouwelijke De Vaudemonts, glimlachte Michel, die de dansvloer opging. Ondanks haar grote jurk deed de koningin ook mee en na enkele wisselingen van partner kwam ze voor haar favoriete gast terecht.
'Het lijkt wel of we elkaar al jaren kennen, doctor,' zei ze ondeugend. Nostradamus keek haar met een twinkeling aan en draaide haar vervolgens zwierig in de rondte.
'Mijn complimenten hoor!' reageerde ze nadien. 'U hebt het aardig onder de knie,' en ze sprong naar een andere danser. Terwijl de geleerde een nieuwe dame ontving, zag hij dat Elise zijn volgende danspartner zou zijn. De bruid was tot dezelfde pijnlijke conclusie gekomen en zocht angstvallig oogcontact met haar familie.
Een verknipt meisje, net als haar bloedverwanten, schatte Michel haar in. Dat gaat zich er niet bij neerleggen. Of misschien juist letterlijk? De blikvanger van de dag zocht verwoed naar manieren om de dans te ontspringen, maar uiteindelijk kon ze niet anders dan het gebruikelijke sprongetje maken en ze belandde voor de ziener.
'Mag ik deze dans van u?' vroeg hij met priemende ogen, waarna Elise deed alsof ze flauwviel. Het publiek reageerde geëmotioneerd bij het zien van het vallende bruidje en de muzikanten stopten met spelen. De hertog Van Joyeux zag tot zijn ontsteltenis zijn vrouw op de dansvloer liggen en rende er halsoverkop naartoe. Zijn aangetrouwde familie stond intussen aan de grond genageld.
'Haal de hofarts,' riep hij in paniek. De koningin besliste anders en liep resoluut naar de plaats van het ongeluk.
'Mijnheer Van Joyeux, er is al een arts aanwezig,' gaf ze bescheid.
'Doctor Nostradamus,' ging ze verder, 'u kunt ons als arts toch zeker wel vertellen wat de bruid mankeert?'
'Ik zie op het eerste gezicht geen objectieve veranderingen, Majesteit.'
'Onderzoekt u de dame toch eens nader,' verzocht ze, waarop hij zich over Elise heen boog en voor de sier haar temperatuur en hartslag controleerde.
'Ik zal je matsen, meid,' fluisterde hij haar toe en na de testjes richtte hij zich tot de bruidegom: 'Uw vrouw heeft last van een vasovagale collaps.'
'Eh, wat houdt dat in?' stamelde de hertog.
'Dat ze is flauwgevallen, ze komt zo wel bij. Het is haar waarschijnlijk allemaal wat te veel geworden.' Ook de koning interesseerde zich nu voor het voorval en bekeek de onderuitgezakte bruid van dichtbij.
'Oh, dat gebeurt hier wel vaker,' merkte hij op. Elise begon op dat moment te schijnhoesten en maakte aanstalten om overeind te komen.
'Kan iemand misschien een handje helpen,' verzocht haar man bezorgd. Familieleden schoten te hulp en brachten het aangedane feestvarken buiten de dansvloer, waar ze op een stoel verder werd behandeld. Catherina gelastte iedereen om het feest voort te zetten en de sfeer herstelde zich. Tijdens de populaire suites kreeg de koning onverwachts de smaak te pakken en hij maakte een dansje met zijn vrouw.
'Je bent in een goede bui vandaag, Henry,' zei ze.
'Vallende meisjes doen mij goed,' gekscheerde hij en ze draaiden zich op de maat om.
'Het zijn geen patrijzen,' reageerde ze weer en face.
'Je hebt gelijk, vrouw. Patrijzen neerschieten is vele malen opwindender.' De suites liepen ten einde en de De Vaudemonts verlieten de zaal, terwijl ze nog een laatste dodelijke blik naar de magiër van het kwaad wierpen. Na de festiviteiten was er nog een slotbanket, maar ook Michel hield het nu voor gezien en verliet de uitspanning om te gaan slapen. Het was een enerverend dagje geweest.

De volgende ochtend nam de geleerde afscheid van de koningin omdat hij weer naar huis toe zou gaan. Een lakei liet hem in haar vertrek binnen.
'Alles naar wens, doctor?' vroeg Catherina, die met haar raadgevers in de weer was.
'Jawel Majesteit, maar ik ben hier om afscheid van u te nemen, ik vertrek zo dadelijk.'
'Ach wat spijtig: anderzijds gaat u wel mijn horoscoop maken,' en ze gaf de raadslieden opdracht de zaal een ogenblik te verlaten.
'Ik wil u nog prijzen voor uw optreden van gisteravond,' hernam ze, toen ze alleen waren.
'U bedoelt dat voorval met Elise de Vaudemont?'
'Jazeker, dat hebt u discreet opgelost. Acteren is niet haar sterkste kant. Maar vanwaar die wrevel? Zo te zien konden de De Vaudemonts uw bloed wel drinken.'
'Dat is een oude geschiedenis, Majesteit. Ooit ben ik met een De Vaudemont getrouwd geweest,' en hij gaf er blijk van hier niet verder op in te willen gaan.
'Nou goed, dan wens ik u een prettige terugreis toe, doctor. En we zien elkaar vast weer,' en ze overhandigde hem een genereuze toelage voor het nog te verrichten werk. Met een vette knipoog zei ze hem gedag. Michel zat nog maar net in de koets of hij voelde plotseling overal pijn in zijn lijf. Het leek wel of zijn gewrichten in brand stonden.
Dit moet jicht zijn, stelde hij bezorgd vast. Je krijgt straks een ziek vogeltje thuis, Anne. Tijdens de lange terugreis bleven de ontstekingen opspelen en met hangen en wurgen kwam hij in Salon de Provence aan. Gebroken stapte hij uit de koets en met moeizame stapjes begaf hij zich naar de huisdeur.
Het is weer raak, dacht zijn vrouw, die uit het raam keek en hem strompelend zag aankomen.
'Jongens, gaan jullie maar even achterom naar buiten toe,' gelastte ze de kinderen, die zonder sputteren verdwenen.
'Ik kan je helaas niet met blijdschap verwelkomen,' jammerde ze bij de entree. 'Hopelijk hebben ze je daar niet vergiftigd,' en ze ving hem op.
'Nee, dit is veel erger, dit wordt chronisch,' zei hij. Anne wist haar man ternauwernood boven in bed te brengen.
'Blijf alsjeblieft nog even bij me liggen, ik heb zo naar je verlangd,' verzocht hij en ze kroop bij hem onder de lakens. Hij ontlaadde zich toen hij haar huid tegen de zijne voelde.
'Oh, dit doet wonderen,' verzuchtte hij en hij viel in een diepe slaap. Pas na weken was hij weer de oude en hij ging toen snel aan de slag. In zijn werkkamer begon hij nauwgezet de horoscoop van de koningin te maken.
Eens kijken, geboren op 23 april 1519. Ze is een Stier met Schorpioen als ascendant, haalde hij uit de tabellen.
'Wat een wijf, zeg,' mompelde hij even later, toen hij de twaalf huizen met de sterrenbeelden aan het invullen was. Rustig, sterk, scherpzinnig, sociaal vaardig, en met Jupiter in huis vier blijft het met haar bezittingen dik in orde. Ze is ook niet gemakkelijk boos te krijgen, hoewel: met Zon in huis zeven en Maan in huis tien? Dat zal onderhuids gaan. Die moet af en toe erg jaloers kunnen zijn en is dan niet tot vergeving in staat. Oppassen geblazen! Met het huis Van Valois kan het na haar dood niet goed aflopen, zo te zien. Nadat hij de karakterbeschrijving van de koningin zorgvuldig had afgerond, stuurde hij de horoscoop direct op.

Een etenslucht steeg door het trappenhuis naar de zolder op. Anne was in de keuken bezig! Dat moet ik eens van dichtbij zien, dacht haar echtgenoot. Hij legde zijn vederen pen neer en kuierde naar beneden.
'De nootmuskaat is op,' zei ze toen hij binnenkwam.
'Ik zal morgen wat op de markt kopen,' beloofde Michel, die op een kruk bij de keukentafel plaatsnam.
'Hé, tomaten!' rook hij om zich heen snuivend.
'Zo, mijnheer is ook al helderruikend,' plaagde ze. 'Je krijgt zo Spaghetti Bolognese op je bord, waarschijnlijk een eenvoudigere maaltijd dan bij de koningin, maar je zal het ermee moeten doen.' Madeleine kwam aangelopen.
'Kunnen we al eten, mam?' vroeg ze.
'Bijna. Ga Paul en César alvast maar halen,' verzocht ze en haar dochter rende naar buiten toe.
'Antoine komt ook een hapje mee-eten,' meldde Anne haar man.
'Gezellig, dan zal ik voor de gelegenheid de mooie tafel dekken,' zei hij en hij liep met het linnengoed naar de eetkamer. De kinderen kwamen even later vol levenslustige energie binnengehuppeld en sprongen aan de gedekte tafel.
'Hé, rustig jullie!' waarschuwde vader, die een hoog kinderstoeltje voor André bijschoof. De kleinste, Diane, werd nog door de huismeid gevoerd.
'Wat hoor ik nu voor een raar geluid?' vroeg Michel zich hardop af.
'Dat is André met een rammelaar,' zei César, 'die heeft mama gisteren gekocht.' Vader liep de huiskamer in en zag de peuter met het tinnen speelgoed spelen. Hij nam hem mee de eetkamer in en plaatste hem in het kinderstoeltje. Een hard geklop klonk op de voordeur. Dat moest Antoine zijn.
'De deur is open!' riep Michel en zijn broer kwam binnengewandeld.
'Hoi Antoine, leuk dat je er weer bent.'
'Zo rijzende ster, nog nieuws van het koninklijke front?' vroeg deze.
'Nee, ik heb de horoscoop nog maar pas opgestuurd.' De vrouw des huizes zette onderhand de spaghetti op tafel en verzocht haar man een kan wijn uit de kelder te halen.
'Nog veel belasting opgehaald, Antoine?' chargeerde Anne.
'Ik ben gepromoveerd tot inspecteur,' glunderde haar zwager opeens.
'Nou, het gaat ons allemaal wel voor de wind. Chapeau hoor. En, ga je nu over ons district? Want in dat geval moeten we eens een onderonsje regelen.'
'Ik kan echt niemand bevoordelen,' antwoordde hij ernstig.
'Grapje!' lichtte ze toe. Nou, lolbroeken zijn het niet, die De Nostredames, dacht ze en ze plaatste de lage kelkglazen op tafel. Haar echtgenoot kwam inmiddels met de drank aangelopen.
'Kinderen, jullie krijgen vandaag limonade,' zei hij en ze begonnen te joelen.
'Je broer is net inspecteur geworden,' liet zijn vrouw hem weten.
'Dat is mooi nieuws, ga je nu ook over ons district?' vroeg Michel, waarop Antoine tureluurs voor zich uit begon te staren.
'Ik dacht dat jij niet kon koken,' zei de inspecteur even later tegen Anne.
'Ik heb het kookboek van mijn man uit mijn hoofd geleerd,' bekende ze. 'Zijn boek La Traite wordt zelfs in Antwerpen uitgegeven.'
'Ik ga liever in retraite!' geeuwde de gast. Ondertussen lurkten de kinderen aan de limonade en schepte vader de pasta op.
'Wat is dat nou?' riep Paul, die met grote ogen naar het vreemde deegwaar keek.
'Een Italiaans gerecht zoon. Bon appétit!' wenste hij iedereen toe. Pauline begon de spaghetti netjes te ontwarren, waarop haar broertjes en zusje haar volgden.
'Smaakt lekker hoor!' prees Michel zijn keukenprinses. De kinderen ontdekten al snel de mogelijkheden van de malle etenswaar en wedijverden wie er het eerst een sliert kon opzuigen.
'Niet met eten spelen,' berispte vader hen, waarop de slierten abrupt werden afgebeten.
'Ze luisteren goed,' zei Antoine, die een slok bronwater nam. 'Wisten jullie trouwens al dat Bertrand met een prestigieus project bezig is?'
'Nee, jij Anne?' Maar zijn vrouw wist ook van niets.
'Bertrand gaat het kanaal van ingenieur de Craponne graven,' vertelde Antoine.
'Gaat Bertrand dat doen?' zei Anne verbaasd.
'Ja, onze broer is tot een grote aannemer uitgegroeid. Het is een gigantische klus, waar hij bakken geld aan gaat verdienen.'
'Toen hij klein was, vertimmerde hij het huis al,' herinnerde Michel zich.
'Het kanaal moet de Crau vruchtbaar maken,' zette zijn broer voort. 'Ze zijn bij de Durance al met graven begonnen en willen het kanaal uiteindelijk naar Salon doortrekken, maar dat zal nog vele jaren duren.' De huismeid kwam met een huilende Diane in haar armen voorbij.
'Mevrouw, ik kan het knijpschaartje nergens vinden,' zei ze zenuwachtig.
'In de bovenste lade van de kast bij de haard,' gaf Anne aan, waarop de dienster weer verdween.
'Michel, wat vind je ervan als we je broer eens gaan opzoeken?' vroeg zijn vrouw.
'Dat lijkt me een prima idee.'
'Toevallig heb ik morgen een afspraak met Bertrand in Saint Rémy,' merkte Antoine op. 'Ik zal hem van jullie plan op de hoogte brengen.'
'Het lijkt me interessant om hem bij zijn project op te zoeken,' zinspeelde Michel. 'En jou, Anne?'
'Spannend, maar het is meer dan twintig kilometer rijden en op het eind door moeilijk begaanbaar gebied.'
'Dat gaat wel lukken,' zei haar man. 'Vraag Bertrand wel of hij het goed vindt.'
'Doe ik,' zegde Antoine toe. De pan spaghetti was inmiddels leeg en de kinderen gingen in de tuin spelen.
'Dan ga ik er weer vandoor,' zei Antoine en hij zei iedereen gedag. Vader streek op de veranda neer, om de maaltijd te laten verteren, en keek op afstand naar zijn koters, die met een bal gooiden. 'Godsamme,' schreeuwde Anne opeens vanuit de keuken en ze rende de tuin in.
'Wie heeft die spaghetti tegen het plafond gegooid?' vroeg ze laaiend.
'Paul,' zeiden de kinderen geschrokken, maar de boosdoener had de buurt al lang en breed verlaten.
'Er zwaait wat voor hem, als hij thuiskomst,' brulde moeder.

Enkele dagen later trokken Michel en Anne te paard naar La Roque, waar Bertrand met zijn ploeg aan het graven was. Het kroost bleef thuis in gezelschap van de meid. Na een fikse tocht door het bergachtige noorden van de Crau, waar de rivier de Durance stroomde, troffen ze de bouwput aan, waar met man en macht werd gewerkt. Ze bonden hun paarden vast en stapten in de bouwwagen, die op enkele meters van de bedrijvigheid geparkeerd stond. Een oudere man zat er vlijtig achter een propvol bureautje te schrijven en merkte hen pas op toen Michel met opzet kuchte.
'Mijn beroemde broer met zijn vrouw!' riep Bertrand enthousiast uit.
'Jij bent anders ook aardig op weg,' zei hij en ze omhelsden elkaar.
'Ga lekker zitten,' verzocht Bertrand en hij haalde een houten bankje tevoorschijn.
'Hoe staat het met je levenswerk?' informeerde hij toen ze eenmaal zaten.
'De Profetieën vorderen gestaag,' antwoordde zijn broer, zoals altijd terughoudend wanneer het zijn werk betrof.
'Onbegrijpelijk, waar haal je het toch allemaal vandaan...'
'En hoeveel kilometers moeten jullie nog graven?' vroeg Michel.
'Zesentwintig kilometer en honderdvijftig meter om precies te zijn,' rekende de bouwmeester hem voor, die op zijn broer leek: indringende ogen, rode wangen, kaal, dikke baard, rechte neus. De karakters verschilden daarentegen als dag en nacht.
'Jullie zullen wel dorst hebben, hè?' en zonder een reactie af te wachten schonk Bertrand drie kroezen vol met bier.
'Kijk, zo gaat het kanaal lopen,' en hij frommelde een plattegrond met het geplande project uit zijn zak. En ofschoon zijn belezen broer zich serieus in de kaart verdiepte, lieten zijn vrouw en hij de bekers rijkelijk klinken.
'Op het kanaal,' proostte Anne zwierig. Een werkman liep even later binnen.
'We hebben iets interessants gevonden,' rapporteerde hij.
'Onze archeoloog,' smoesde Bertrand en ze volgden hem naar buiten tot aan een opgegraven hoop puin.
'Kijk, verschillende stukken van een oud mozaïek,' zei de arbeider, die een gebroken tegel toonde waarop een gedeelte van een slang met een appel in de bek stond afgebeeld.
'Die moet van de Romeinen zijn,' vermoedde Bertrand, 'christenen gebruiken dat symbool niet.'
'De katharen wel,' zei Michel, die naar de groeve toe stapte. Terwijl de anderen de scherven bewonderden, speurde hij naar tekenen. Hij vond iets.
'Op de bodem van het kanaal is een spoor van een cirkelvormige muur te bekennen,' riep hij en ze kwamen allemaal dichterbij.
'Waarschijnlijk is het ooit een waterput geweest, verfraaid met siertegels,' vervolgde hij. 'Vind je het goed als ik dat stuk met die slang mee naar huis neem?' vroeg hij aan zijn broer. 'Het boeit me.'
'Neem maar mee,' antwoordde Bertrand onverschillig. Ze liepen weer naar binnen.
'Waar ken je Adam de Craponne van? Hij woont bij ons in de stad, niet bij jou,' vroeg Anne, toen ze zichzelf nog wat bier bijschonk.
'De ingenieur werkt samen met allerlei gemeenten die mij hebben aanbevolen,' legde Bertrand uit. 'Hij zoekt trouwens nog meer financiers, niks voor jullie?'
'Pff, wat denk jij?' vroeg Anne aan haar gade, die vrijblijvend toekeek.
'Ik ben ervan overtuigd dat het een goede investering is,' pleitte Bertrand. 'Naast dat je mede-eigenaar bent, zijn er inkomsten door de verkoop van aanliggende gronden die door de irrigatie vruchtbaar worden gemaakt. Bovendien worden de inkomsten onder de eigenaars verdeeld.'
'Het klinkt wel interessant,' reageerde Michel bedachtzaam. 'We zullen het overwegen.' Toen het bier op was, moest de bouwer weer aan de slag en hij beloofde spoedig met zijn vrouw een bezoekje aan Salon de Provence brengen.

Thuis bespraken ze de aantrekkelijke belegging.
'Wie weet voor de oude dag,' suggereerde Anne, 'als we tot niets meer in staat zijn.' Haar man vond het achteraf ook een goed idee en na wikken en wegen besloten ze het aanzienlijke bedrag van tweehonderd kronen in het project te investeren.
'Ik moet nog een hoop werk verrichten, lieverd,' zei Michel na deze belangrijke beslissing en hij trok zich in zijn werkkamer terug, waar hij de gebroken tegel bij zijn andere relikwieën plaatste. Daarna sorteerde hij zijn schrijfgerei en nam de post door. Er zaten twee belangrijke berichten tussen. De eerste was een brief van zijn uitgever Chomarat in Lyon. Die schreef dat de koning wel liefst driehonderd exemplaren van het derde deel van De Profetieën had besteld. Henry II verzocht Nostradamus er ook nog eens een begeleidende brief voor te schrijven.
Mijn boek als relatiegeschenk, mopperde hij in eerste instantie. De koning die het goede voorbeeld geeft, moet nog geboren worden, maar au fond was hij zeer vereerd. Tja, het ontstijgen van het rad van Samsara is nu eenmaal geen kattenpis, draaide hij bij. De andere enveloppe was de lang verwachte reactie van de koningin. Nadat hij het lakzegel had verbroken, las hij in spanning het schrijven. Catherina bleek dol enthousiast te zijn over de toegestuurde horoscoop met de uitvoerige karakterschets en ze verzocht hem haar zeven kinderen op dezelfde wijze onder de loep te nemen. Zonder tegenbericht zou hij komende donderdag opgehaald worden.
Er is helemaal geen tijd voor een tegenbericht, stelde hij tenenkrommend vast. Na het schrijven van een begeleidende brief voor deel drie leunde hij in zijn stoel achterover om na te denken.
Geen sinecure en nogmaals zo'n zware reis, zuchtte hij in dubio. Even later vertelde hij zijn vrouw het heuglijke nieuws en zijn besluit: volgende week zou hij de nazaten van het geslacht Van Valois in Parijs gaan onderzoeken. De week erop werd hij opgehaald en nam hij weer afscheid van zijn gezin, dat hem buiten voor de deur uitzwaaide.
'Volgens mij valt de koningin op papa,' suggereerde Madeleine toen het rijtuig vertrok.
'Maar papa niet op haar,' zei César.
'Laten we dat maar hopen, jongens,' reageerde moeder en ze keerden met z'n allen naar binnen.
De zeven prinsjes verbleven in het Louvre, een oud, middeleeuws fort, dat in de twaalfde eeuw de stad moest beschermen tegen invallen van buitenaf, maar nu al jaren als koninklijke residentie dienstdeed. Nostradamus zou echter in het Hôtel des Tournelles ondergebracht worden, dat op loopafstand van het Louvre lag. Direct na aankomst liep hij naar het kolossale fort om de koninklijke telgen te ontmoeten, die er dagelijks in van alles werden onderricht. Hij zou - volgens afspraak - met ieder van hen een dag doorbrengen en dat betekende dat hij na een week weer zou vertrekken. Een secretaris ontving de verwachte astroloog en bracht hem rechtstreeks naar de kinderverblijven.
'Is de koningin niet aanwezig?' vroeg Michel.
'Nee mijnheer, het koninklijke echtpaar vertoont zich zelden in Parijs. Hebt u nog voorkeur met welk van de kinderen u begint?'
'Laat ik maar met de oudste beginnen,' zei hij, waarop ze het vertrek van Francis II betraden. De tralies voor de ramen verraadden dat dit gedeelte van het fort eerder als gevangenis had gediend. De afgegrendelde ruimte voldeed wel aan alle prinselijke gemakken. De zevenjarige Francis zat stilletjes op zijn bed te wachten.
Niet echt een prikkelende omgeving voor een kind, vond de geleerde, die op de jongen afliep.
'Begroet de dokter eens, Hoogheid,' verzocht de secretaris streng. Francis gaf zijn bezoeker een hand.
Nou, dat lijkt meer op een dode vis dan een mensenhand, dacht Michel. 'Mag ik met de prins vrij door het Louvre wandelen?'
'Eh..., dat is wel mogelijk,' antwoordde de secretaris met tegenzin.
'Kom Francis, we gaan een rondje maken,' gebood Michel de jongen, waarna de hofdienaar hen op de voet begon te volgen.
'Ik heb liever dat we alleen lopen,' zegde de geleerde hem aan. De veredelde kinderoppas stond even te twijfelen of hij zich wel kon kwijten van zijn taak, maar excuseerde zich ten slotte.
'Ik zal het aan de bewakers doorgeven,' liet hij weten.
'Nou Francis, je zit wel in een gouden kooi opgesloten,' zei Michel toen ze alleen waren. De twee zwierven urenlang door talloze ruimtes met inspirerende schatten en archieven van Franse koningen uit eerdere tijden. Francis zag er gezond uit en alles zat erop en eraan, maar geestelijk was hij zwak en er ging niets van hem uit. Na het uitgebreide onderzoek keerde de ziener in zijn hotel terug, waar hij de horoscoop van Francis alvast begon uit te werken. De volgende morgen bezocht hij de tweede zoon, de zesjarige Charles IX, die ondanks de geïsoleerde omgeving een stuk bedrijviger was. Nostradamus kreeg toestemming om met hem door de hoftuinen te wandelen, waar tropische vogels en wilde dieren in kooien werden gehouden. Terwijl ze langs de hokken kuierden, bestudeerde hij het gedrag van het kind. Het jochie gooide stenen naar de beesten en stak nadien zijn arm door de spijlen om hen te aaien. Zijn begeleider moest hem herhaaldelijk weggrissen.
Die is niet wijs, dacht hij. Nee, ook Charles zou geen goede koning worden. Bij de apen werd het stel aangenaam verrast door een onaangekondigd bezoek van de koningin.
'Doctor, ik wilde u zó graag nog even zien,' fleemde Catherina en ze stelde voor om gedrieën een theeceremonie te houden.
'Ik had juist vernomen dat u hier haast nooit komt,' zei Michel, terwijl ze naar binnenliepen.
'Nonsens, er worden in dit fort met regelmaat staatsbanketten, toernooien en andere aangelegenheden gehouden. Maar wil het onderzoek een beetje lukken?'
'Het is nog te vroeg om verslag uit te brengen, Majesteit,' antwoordde hij. Na het kortstondige vermaak verliet de koningin hen weer om haar man te ondersteunen bij het staatsbezoek van prins Rudolph van Habsburg. Op de vierde dag wandelde de geleerde vroeg rondom het Louvre heen en bekeek het onsamenhangende bouwwerk, waar eeuwenlang architecten, bouwers en decorateurs op waren losgelaten.
Misschien een aardig idee om het volgende kind eens buiten de poort mee te nemen, bedacht hij, dan ziet het eindelijk eens de buitenwereld, en hij begaf zich naar de secretaris om het voor te stellen.
'Geen sprake van!' zei deze pertinent. 'De veiligheid van de kinderen gaat voor alles.'
'Maar ze zitten hier te verkommeren,' hield de arts hem voor. 'Gun nou één kind een kijkje in het echte leven. Het is goed voor zijn ontwikkeling.' De secretaris zond als compromis een boodschapper naar het koninklijke paar, dat ergens in Parijs verbleef, en een uur later was er goedkeuring. Zo slenterde Michel nog diezelfde dag met Henry III door de straten van Parijs en onderweg snuffelden ze in de proletarische winkeltjes. Het deed de jongen zichtbaar goed. Ze pierewaaiden tot aan het Ile de la Cité en liepen via de Pont Neuf weer terug.
Jammer, maar ook dit kind is geen groot licht, stelde hij vast. Mijn bevindingen zullen de koningin niet gaan plezieren. Nadat het prinsje weer veilig was thuisgebracht, wandelde hij in de schemeravond naar zijn nachtverblijf. Tot dusver ging alles van een leien dakje, maar in het zicht van Hôtel des Tournelles bemerkte hij iemand die hem aan het bespieden was. Hij besloot de man te confronteren en draaide zich resoluut om. Geschrokken schoot deze onverlaat met lange jas en hoge kraag een donker steegje in en verdween.
Het is hier gevaarlijker dan ik dacht, besefte Michel. Voortaan geen prinsjes meer buiten de poort. De volgende ochtend onderzocht hij het op een na jongste kind, dat slechts twee jaar was. Het vertoonde eveneens gelijke trekken met zijn broertjes en de dag ging zonder bijzonderheden voorbij.
Morgen nog de kleinste en dan is de klus geklaard, verheugde de astroloog zich, die pas laat in de avond het Louvre verliet, omdat hij in de archieven mocht neuzen. Hij liet de schaarse verlichting van het depot achter zich en stak het plein over om naar huis toe te gaan. Het was aardedonker en de straten van Parijs leken verlaten. Plotseling ontdekte hij drie gedaantes achter zich.
Verdikkeme, dat voelt onguur aan, dacht hij. Onnozel eigenlijk van me om zo laat alleen de straat op te gaan, en hij versnelde zijn pas. Voorbij het nieuwe Pavillon du Roi, dat nog in de steigers stond, schoot hij een straatje in om zich ervan te gewissen of hij gevolgd werd. De schimmige figuren namen onmiddellijk dezelfde afslag. Noodgedwongen spurtte de lichtvoetige astroloog weg. Zoals verwacht liepen zijn belagers hard achter hun prooi aan, die hen van zich af probeerde te schudden in de wirwar van donkere steegjes. Terwijl de zenuwen door zijn lijf gierden doorvorste Michel in hoog tempo de stenen muren, hoeken en schuttingen van de Parijse huizen. Hij vond echter geen sluiproute en hoopte op een ingeving, maar zijn helderziendheid liet hem in de steek.
De overmacht is te groot, piekerde hij achterom kijkend, en een ogenblik later kregen ze hem te pakken. Hij riep nog om hulp, maar alle ramen en deuren bleven potdicht. De boeven snoerden hem de mond en duwden hem een doodlopend straatje in. Toen ze hun slachtoffer met een mes om zeep wilden brengen, klonken er paardenhoeven in de straat en ze keken verschrikt op. Net op tijd kwamen er politieagenten te paard de steeg in gereden en ze vielen de schurken aan, die als ratten in de val zaten. Met getrokken sabels sloegen de agenten op hen in en twee werden er direct met een zwaard doorboord. De derde wist schier te ontkomen maar werd voortijdig in de boeien geslagen. Terwijl Michel opgelucht adem haalde en zijn redders wilde bedanken, stopte er een rijtuig, waaruit een hoogwaardigheidsbekleder stapte.
'Bent u ongedeerd?' vroeg hij. Het was Morency, de commisaris die hem eerder had geëscorteerd.
'U komt als geroepen, en jawel, ik ben in orde,' gaf de ziener aan. Morency bracht hem naar de koets.
'U hebt in korte tijd een aantal vijanden aan het hof gemaakt,' vertelde hij en passant, 'daarom heeft de koningin mij opgedragen een oogje in het zeil te houden.'
'Wie wil mij dan vermoorden?' vroeg Michel.
'Dat kan ik u niet vertellen. Veel belangen aan het hof zijn met elkaar verstrengeld. Wel zeg ik u dat de autoriteiten van Parijs een onderzoek naar uw magische praktijken hebben ingesteld en derhalve raad ik u dringend aan de stad zo snel mogelijk te verlaten.'
'Maar ik moet nog één kind onderzoeken...'
'U kunt de afspraak met de koningin beter verzetten, want nood breekt wet,' adviseerde Morency hem. De astroloog besloot echter zijn karwei af te maken en werd vervolgens in zijn hotel afgezet. De volgende dag onderzocht hij de jongste koningstelg, waarna hij Parijs op stel en sprong verliet.
De koninklijke gast kwam weer veilig en zonder kleerscheuren thuis, zelfs zonder jicht-aanval. En daar liet hij zich zowaar van een andere kant zien. Niet als de profeet met zwaar gemoed, maar als een vrolijke vader, die zijn gezin geheimzinnig een overvolle koffer op tafel voorhield. Zijn vrouw en kinderen keken verwachtingsvol toe.
'Wat is de tovenaar allemaal aan het bekokstoven?' vroeg Anne.
'Ik heb iets voor jullie,' glimlachte hij. 'Hocus-pocus pas, wat heb ik in mijn tas?' en hij haalde er een map uit met zeven papieren handafdrukken in verf van de prinsjes Van Valois.
'Souvenirs!' riep Anne verrukt en haar man deelde de afbeeldingen aan iedereen uit.
'Voorzichtig ermee,' gelastte hij, 'want ik kan het de prinsjes niet laten overdoen.' Zijn dierbaren waren allemaal verguld en nieuwsgierig begonnen ze hun koninklijke afdruk te vergelijken met die van de anderen.
'En voor jou heb ik nóg een verrassing,' zei Michel tegen zijn vrouw en hij gaf haar een minutieuze pentekening van het Louvre.
'Oh, wat mooi zeg! Die hang ik meteen boven de haard,' reageerde ze lyrisch.
'Dat kun je beter niet doen,' tipte hij.
In de daarop volgende weken vervolbracht hij de horoscopen van de zeven prinsen en schreef de koningin dat haar zonen allemaal koning zouden worden. Hij vermeldde er maar niet bij dat haar nazaten te zwak waren om het land te bestieren en dat de koningstitel slechts een formaliteit zou zijn. Ze was slim genoeg om dit zelf uit de karakterschetsen te herleiden.



Hoofdstuk 9



De grote man zal voor het conflict vallen
Een belangrijke moord, te vroeg dood en betreurd
Onvolmaakt geboren, moet vaak zwemmen
De aarde bij de rivier met bloed besmeurd


De studeerkamer was hard aan een grondige schoonmaakbeurt toe en de nieuwe meid opende het dakraam om de boel te laten luchten. Nostradamus hield zenuwachtig zijn instrumenten en paperassen in de gaten. Hij vond het maar niets, weer zo'n nieuwe. Liever ruimde hij alles zelf op, maar hij werd ouder en de jicht begon op te spelen. En met het oog van de meester op haar gericht, kuiste de meid de werkkamer.
'Doe je wel voorzichtig met mijn reageerbuizen?' vroeg hij met klem.
'U kunt gerust beneden blijven wachten, doctor,' antwoordde ze geërgerd, waarop hij wantrouwend naar beneden liep. Daar ijsbeerde hij door de huiskamer en zijn zoon César, inmiddels elf jaar, moest het ontgelden.
'Zet je die tondeldoos wel weer op zijn plaats,' riep hij giftig. 'Anders kan je moeder of ik het haardvuur niet meer aansteken,' en de jongen zette haastig het voorwerp bij de haard terug. Het was wennen om de touwtjes uit handen te moeten geven.
'Oh, het bed nog!' viel hem te binnen en hij stormde alweer naar boven.
'Voordat je weggaat, moet je me nog helpen het bed uit het tuinhuis te halen,' en hij wierp tegelijk een controlerende blik op zijn spullen.
'Goed,' piepte de huismeid. Na de poetsbeurt en het omhoog sjouwen van het meubelstuk vertrok ze en kon de geleerde weer in alle rust aan de slag. Het bed wilde hij gebruiken om comfortabel in trance te geraken en hij schoof het op de juiste plaats.
Een lakentje moet wel genoeg zijn, vond hij. Hij ging even liggen en dacht toen na over zijn meesterwerk. De laatste maanden had hij twee opvolgende Centuries weten te voltooien; tezamen bestreken ze de komende drie eeuwen.
De geschiedenis van de mensheid is waarlijk één grote herhaling, filosofeerde hij, terwijl hij weer overeind kwam. Van de éne Nero naar de andere. Na elke oorlog komt er vrede en wordt er eens te meer naar de macht gegrepen. De mens zal eeuwig illusies blijven najagen.

Het was avond geworden en Michel snoof van een poeder, dat in een van de laden van zijn bureau zat. Met een verruimde geest opende hij het dakraam om met het kijkglas de sterren te observeren. Het was een uitzonderlijk klare hemel en hij ontdekte spoedig een bolvormige sterrenhoop. Bij bolvormige sterrenhopen vertonen de sterren een sterke concentratie naar het centrum, in tegenstelling tot open sterrenhopen. De kinderen bonkten een verdieping lager onophoudelijk tegen de muren.
'Hé, kan het wat rustiger daar beneden,' riep hij. Ze werden stil, buiten wat gezeur, maar dat was wel te harden. Vader tuurde weer door het kijkglas en bekeek de sterrenhoop, die wel uit tienduizenden sterren moest bestaan.
'De sterren staan ogenschijnlijk heel dicht bij elkaar,' zei een stem opeens uit het niets. 'Maar als je met de snelheid van het licht reist, heb je wel een maand nodig om van ster naar ster te gaan.' Michel duwde hoogst verbaasd het kijkglas van zijn oog en keek opzij. Een kleine grijsaard met wit, springerig haar stond zomaar naast hem. Een geestverschijning.
'Wie bent u?' vroeg Michel.
'Ik ben een natuurkundige,' antwoordde de man en hij vroeg of hij een kijkje door het glas mocht nemen.
'De bolvormige sterrenhopen behoren tot de oudste objecten die we kennen,' hernam hij, terwijl hij de hemel bekeek.
'Oh, dat wist ik niet.'
'Ze zijn compact genoeg om stabiel te blijven.'
'Ik weet wel dat deze sterrenhoop Omega Centauri wordt genoemd.'
'Omega Centauri...,' herhaalde de man verstrooid, 'misleidend eigenlijk dat veel van deze sterren niet op de plek staan waarvan we denken dat ze staan.'
'Ik kan u helaas niet volgen...'
'Wel, het licht van sterren buigt in de buurt van nabije sterren enigszins af, waardoor er een kromming in ruimtetijd plaatsvindt,' legde de grijsaard uit, maar de andere geleerde begreep er nog geen sikkepit van.
'Kromming in ruimtetijd?'
'Tijd is een relatief verschijnsel, weet u. Als je naast een aantrekkelijke vrouw zit, lijken twee uur twee minuten, maar als je op roodgloeiende kolen zit, lijken twee minuten op twee uur.' Dit vatte Michel weer wel.
'Waar komt u eigenlijk vandaan?'
'Dat is een goede vraag en ik heb er verscheidene antwoorden op. Maar laat ik u met mijn beschouwingen niet lastig vallen. Ik ben geboren in Duitsland en ben later met mijn vrouw naar Amerika verhuisd. In 1955 ben ik aan een hartaanval gestorven en sindsdien kan ik me in alle vrijheid wijden aan de wetenschap van het universum.'
'Amerika, het land van de indianen.'
'Die zijn inmiddels uitgeroeid,' zei de natuurkundige daarop.
'Dan moet u zeker vanwege het nazi-regime verhuisd zijn?'
'Exact, de joden moeten het ditmaal ontgelden, haat en angst regeren opnieuw. Er zijn twee dingen die oneindig zijn: het universum en de menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.'
'Kortzichtigheid is ook schering en inslag in mijn tijd, maar per saldo zijn we allemaal mensen met gebreken.'
'Daar slaat u de spijker op de kop,' zei de man. 'Als iedereen nou vanuit dat standpunt kon handelen? Maar mag ik vragen hoe u heet?'
'Michel Nostradamus, astroloog en arts. En u?'
'Albert Einstein, maar zeg gerust Albert. Zo, dus ook een bekende wetenschapper, vandaar onze ontmoeting. Je hebt wel een archaïsche telescoop, zeg.'
'Je bedoelt mijn kijkglas? Tja, ik moet roeien met de riemen die er zijn,' en Michel keek wat verloren naar zijn apparaat.
'Ik heb het geluk dat de techniek in mijn tijd al vergevorderd was,' hervatte Albert, 'en mede daardoor kon ik mijn theorieën ontwikkelen.'
'Wat voor theorieën?'
'Ach, je kunt de meest wilde theorieën erop nahouden. Ik zeg wel eens: als de feiten niet kloppen met de theorie, verander dan de feiten. Maar om je vraag te beantwoorden; ik heb me onder andere beziggehouden met het gedrag van zwaartekracht op grote afstanden.'
'Hebben die ingewikkelde theorieën wel nut voor de wereld?' vroeg Michel. Even zweeg Albert.
'Daar raak je een gevoelige snaar,' zei hij opeens bedrukt. 'Ja, er zijn ontwikkelingen die ten goede komen aan de maatschappij, maar er is ook een keerzijde. Ik had mijn creativiteit wellicht beter moeten verbergen.' Hij voelde zich duidelijk ergens schuldig over.
'Aan je uitdrukking te zien, heb je iets verschrikkelijks veroorzaakt.'
'Tja,' zuchtte Albert, 'ik heb een inschattingsfout gemaakt met mogelijk een fatale afloop voor de mensheid. Ik was bang voor de groeiende Duitse agressie en vond dat het Amerikaanse leger versterkt moest worden. Ik heb toen andere natuurkundigen in staat gesteld een atoombom te maken.'
'Kun je me uitleggen wat dat is?'
'Oké. Ik zal het simpel houden. Als je het kleinste deeltje van een chemisch element splitst, komt er enorm veel energie vrij. Na kernsplitsing van specifieke atomen volgt er zelfs een kettingreactie die allesverwoestend is.'
'De doos van Pandora?'
'Daar kun je wel van spreken, ja,' beaamde Albert.
'En nu zijn er zeker kwaadaardigen met je kennis op de loop gegaan?'
'Misschien ben ik evengoed kwaadaardig. Ook ik heb last van een hokjesgeest. Vooroordelen zijn moeilijker te splitsen dan atomen.'
'In ieder geval probeer je rechtvaardig te zijn.'
'Ja, hm, de bommen zijn spijtig genoeg een aantal keren rampzalig gebruikt, nadat ik de president van de Verenigde Staten nog zo dringend had verzocht ze niet tot explosie te brengen.'
'Wat zijn dat, de Verenigde Staten?'
'Eh, dat is een deel van Noord-Amerika.'
'Je wist dus niet goed wat je met je onderzoek kon aanrichten?'
'Als ik wist wat ik deed, heette het geen onderzoek,' zei Einstein eigenwijs terug. 'Maar na de Tweede Wereldoorlog zijn er in de vaart der volkeren nieuwe machtsverhoudingen ontstaan.'
'Amerika en Rusland zeker.'
'Ja, klopt. Nu kreeg ook Rusland de atoomtechniek in handen en er ontstond een wapenwedloop tussen de twee grootmachten. Beide partijen beschikken inmiddels over een zeer groot arsenaal aan kernwapens, genoeg om de wereld meer dan tien keer te vernietigen. Bovendien hebben beide leiders een zogenoemde rode knop binnen handbereik. Eén druk erop en alle kernwapens worden onmiddellijk op elkaar afgeschoten.'
'Hoe meer invloed men op het leven heeft, des te groter is de verantwoordelijkheid,' vond Michel.
'Peper me dat nog maar eens in, ik voel me al zo schuldig. Maar toen ik eenmaal reputatie had verworven, heb ik me voor wereldwijde ontwapening en gelijke rechten voor iedereen ingezet. Helaas tevergeefs, want vlak na mijn dood kregen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie een fikse ruzie over Cuba en nu staan ze op het punt elkaar te vernietigen,' en de atoomgeleerde frummelde zenuwachtig aan zijn snor.
'Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, ook al is men helderziend,' probeerde Michel hem op te beuren. 'Maar wie zijn de leiders van die grootmachten?'
'Eh, dat is president Roosevelt voor de VS en Stalin voor de USSR. Ik was zelfs goed bevriend met Roosevelt en...'
'Nee, ik bedoel tijdens dat conflict, toen jij niet meer leefde.'
'Oh, na mij. Dan zijn het John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov. Zij zullen bepalen of er een Derde Wereldoorlog gaat uitbreken, en als dat gebeurt, zal er in een Vierde Wereldoorlog met stokken en stenen worden gevochten.'
'Heb je die twee leiders nog persoonlijk gekend?'
'Wel, ik heb Kennedy een keer in het Witte Huis mogen ontmoeten, maar dat was vlak voordat hij president werd. Ik had toen namelijk vrije toegang tot het Witte Huis, maar kennen doe ik hem niet. De Russische bevelhebber heb ik nooit ontmoet.'
'Het Witte Huis, wat is dat?'
'Daar zetelt de Amerikaanse regering. De Russische tegenhanger is het Kremlin. Als je wilt breng ik je naar het eerste toe?' Michel was verrast door dit ongewone voorstel en moest even de mogelijke consequenties overdenken.
'Goed, als jij de weg weet,' zei hij uiteindelijk.
'Mijn herinneringen zijn nog levendig, kom maar mee,' zei Albert weer monter en hij trok hem mee naar de trap. De kinderen sliepen als rozen op de tussenverdieping en merkten niets van de wetenschappers die afdaalden.
'Heb je een vliegmachine klaarstaan of zo?' fluisterde Michel, die zijn kroost niet wakker wilde maken.
'Is niet nodig,' zei de ander zachtjes terug. Ze bereikten de begane grond, waar Anne bij een kaars een stapel papieren aan het doornemen was.
'Ben jij dat?' vroeg ze waakzaam.
'Ja schat, ik ga even een ommetje maken, ben zo terug.'
'Leuke vrouw heb je.'
'Dank je wel, Albert.'
'Tegen wie praat je nou in vredesnaam?' vroeg Anne, die de natuurkundige niet kon waarnemen.
'Een collega,' antwoordde haar man. Ze liet haar zweverige echtgenoot maar met rust, want die zag vaker spoken. Einstein liep zelfbewust door en de andere geleerde werd des te nieuwsgieriger waar hij naartoe geleid zou worden.
'We gaan nog een verdieping lager,' maakte Albert kenbaar en ze daalden de trap af naar de donkere kelder, waar ze op de tast verder gingen.
'Hier is alleen wijn te vinden,' stribbelde de huiseigenaar tegen.
'Vertrouw me nu maar...' en stapvoets bewogen de twee zich voort.
'Ik zie geen zier, ik had beter een licht mee kunnen nemen,' sputterde Michel nogmaals, toen de kelder opeens in een verlichte gang met rood tapijt veranderde. Doelgericht betrad de atoomgeleerde de gang met witte muren en prompt kwam er iemand vanuit een zijgang tevoorschijn.
'Iemand van de staf,' zei Albert, die zich gedroeg alsof hij hier thuis was.
'Hello mister Einstein,' begroette de functionaris hem toen ze elkaar passeerden. Albert hield hem aan.
'Weet u waar ik de president kan vinden?'
'Ik geloof dat hij aan het oefenen is in het zwembad. Gaat u rechtdoor, aan het einde links en...'
'Ja, ja, ik weet wel waar het is,' onderbrak Einstein hem en de twee geleerden liepen door.
'Jou zien ze niet, het zijn kippen zonder kop,' zei hij tegen Michel, terwijl ze de hoek omsloegen, en al snel kwamen ze in het overdekte zwembad, waar een badmeester bezig was met onderhoud.
'Is de president hier niet?' vroeg Albert aan hem.
'Nee, die is zojuist naar het Oval Office gegaan,' waarop het duo zich subiet omkeerde.
'Laten we de lift nemen, we moeten naar de tweede,' zei Albert. Een mechanische cabine bracht hen naar boven, waar de wetenschappers weer uitstapten. Bij een van de gesloten deuren klopte de atoomgeleerde aan en wachtte een ogenblik.
'Kom maar binnen,' riep iemand, waarop Einstein de deur opende, die toegang verschafte tot een ovaal kantoor.
'Hi Albert, kom je me weer eens opzoeken?' vroeg een man in een rolstoel.
'Ja Theodore, ik kom eens even bij je neuzen.'
'Ik dacht dat je me naar president Kennedy zou brengen,' merkte Michel aan.
'Heb nog even geduld,' suste zijn collega en ze bekeken intussen het fraaie kantoor, terwijl Theodore niets meer van zich liet horen. Alsof hij uitgeschakeld was.
'Waarom is het hier eigenlijk ovaal?' vroeg Michel.
'Omdat je dan gedurende de vergaderingen iedereen in de ogen kunt kijken,' antwoordde Albert.
'Je bent een grapjas.'
'Nee, serieus! Kijk, daar komt Kennedy al tevoorschijn.' De man in de rolstoel was naar andere sferen vervlogen en daarvoor in de plaats stond nu een knappe man van middelbare leeftijd. Michel zwaaide met zijn vlakke hand pal voor het gezicht van de president, maar er volgde geen enkele reactie.
'Mij ziet hij ook niet,' gaf Einstein aan. Kennedy zag er bleek uit en had dikke wallen onder zijn ogen.
'Gewoonlijk heeft hij een enorm charisma,' hernam Albert, die op de ernst van de situatie doelde.
'Max, je komt als geroepen,' zei de president plotseling tegen Nostradamus, die ervan stond te kijken.
'Max is zijn persoonlijke arts,' legde zijn vriend hem uit, 'deze rol is op je lijf geschreven.'
'Op mijn lijf geschreven?'
'Speel nou maar gewoon mee. En eh, sterkte!' Toen loste Einstein in het niets op.
Nou moe, laat ik me voor zijn karretje spannen, klaagde de achterblijver, die de president maar een hand gaf.
'Max, je moet me op de been houden. Ik heb zo'n last van mijn rug,' vervolgde de excellentie. Zijn stem klonk vermoeid en zwaarmoedig zette hij zich op een bank in het midden van het kantoor neer. Michel ging als luisterend oor naast hem zitten.
'Ik heb meer van die pillen nodig, Max. Het uiterste wordt van me geëist. Rusland plaatst meer en meer kernraketten op Cuba. De situatie loopt zo uit de hand.'
'Eh, ik heb geen pillen,' stamelde de middeleeuwer.
'Een injectie is ook goed. Hè, dat klote korset zit weer scheef.' Nostradamus zat onbedoeld zijn ziel te knijpen en de president luchtte zijn hart verder.
'Chroesjtsjov loopt over me heen. De Rus ziet me als een zwakke leider. Wellicht is 't nog waar ook. Ik heb niet duidelijk genoeg stelling genomen in een aantal belangrijke kwesties. Zijn communistische bondgenoten zien me ook al voor een eitje aan,' en zijn hoofd zakte moedeloos voorover.
'Geef me wat, Max, ik moet het volhouden,' smeekte hij weer. 'Kernraketten die van zo dichtbij op de Verenigde Staten gericht staan, kunnen we nooit accepteren. Ik heb alle diplomaten op de Russische bevelhebber afgestuurd om hem hiervan te overtuigen, maar tevergeefs.' Kennedy keek wezenloos voor zich uit en stortte eensklaps in elkaar. De ruime bank ving hem op en hij bleef roerloos liggen. Bij het bureau was een pieptoon te horen en Michel liep er nieuwsgierig naartoe.
'Mijnheer de president,' klonk er uit een luidspreker, 'Chroesjtsjov voor u aan de lijn.' Aandachtig luisterde hij toe.
'Hallo mijnheer Kennedy, u maakt zich zorgen over onze verdedigingswapens op meer dan negentig mijlen uit de kust van Amerika? Mag ik u er dan op wijzen dat uw aanvalswapens in Turkije tegen ons grondgebied staan opgesteld.' De ziener slaakte een diepe zucht.
'Bent u soms van mening,' ging de Rus verder, 'dat u het alleenrecht hebt om veiligheid te verlangen voor uw land?'
'Ik ben niet wie u denkt,' zei Michel maar, maar zijn woorden vonden geen weerklank.
'Ik stel daarom het volgende voor,' sprak Chroesjtsjov onbereikbaar. 'Wij zijn bereid onze raketten uit Cuba weg te halen en een belofte af te leggen bij de Verenigde Naties. U dient dan soortgelijke wapens uit Turkije weg te halen en een zelfde verklaring af te leggen. Gaat u daarmee akkoord?' Plotseling werd er op de toegangsdeur van het Oval Office geklopt en de geschrokken geleerde veroorzaakte magnetische storing bij het bedieningspaneel, waardoor de verbinding met de Rus verbroken werd. Vice-president Johnsen en andere topfunctionarissen betraden het kantoor. Ze schrokken zich rot toen ze hun leider levenloos op de bank zagen liggen en snelden ernaartoe.
'Hij leeft nog,' zei Johnsen opgelucht, die zijn hartslag controleerde.
'Hij is de laatste weken al vaker ingestort,' sipte een minister.
'Ik zal Max Jacobsen oproepen,' stelde de generaal voor.
'Is dat wel een goed idee?' vroeg Johnsen. 'Je weet wat er in de wandelgangen over hem wordt gezegd: dokter Feelgood.'
'De president wil geen andere arts,' meende de generaal en ze besloten dan maar Jacobsen te alarmeren, die in de westelijk vleugel verbleef. De lijfarts kwam spoedig binnengerend en onderzocht zijn baas.
'Hij is door een tekort aan de nodige stoffen flauwgevallen,' diagnostiseerde hij snel. Vervolgens stroopte hij een mouw van de president op en injecteerde hem. En zowaar, zag Nostradamus met verbazing aan, na toediening kwam John F. Kennedy langzaam maar zeker bij.
'Dank je wel, Max, jij steunt me altijd door dik en dun,' prevelde zijn baas, die met de nodige moeite rechtop kwam zitten.
'Mijnheer de president, we willen u niet onnodig lastig vallen,' zei de generaal zenuwachtig, 'maar we hebben uiterst belangrijk nieuws.'
'Vertel maar,' antwoordde John nog suf.
'Wel, op nieuwe foto's is duidelijk te zien dat de plaatsing van Russische raketten op Cuba gewoon doorgaat. De hele legertop vindt dat we de Russen een lesje moeten leren en tot de aanval over moeten gaan.' Bij de ingang van de zaal verscheen iemand van de staf.
'Mijnheer de president,' riep de medewerker, 'de heer Soekarno is aanwezig. Kan ik hem doorsturen?' Kennedy stemde toe en sprak gehaast tot zijn collega's.
'Er is nog één bemiddelaar die ik kans van slagen geef en dat is de president van de Republiek Indonesië, die nauw contact heeft met de Russische bevelhebber.' Soekarno kwam binnen en de Amerikanen heetten hem welkom.
'Gaat u toch zitten,' verzocht Kennedy hem, maar Soekarno weigerde en begon te agiteren.
'Na het incident met uw vliegtuig de B-25 verdenk ik de Amerikaanse regering ervan mij ten val te willen brengen en omdat ik de mogelijkheid hoog inschat dat hier afluisterapparatuur aanwezig is, verzoek ik de president ons gesprek in zijn slaapkamer te laten plaatsvinden.' De generaal nam zijn baas ter zijde.
'Onze inlichtingendienst waarschuwt voor een mogelijke moordaanslag op u,' fluisterde hij hem in.
'In mijn slaapkamer? En door hem? Nee... Bovendien wil ik mijn vrijheid niet verliezen,' zei Kennedy beslist, die vervolgens met Soekarno het kantoor verliet. Michel volgde de twee presidenten, die de lift namen naar het hoger gelegen slaapvertrek. Daar aangekomen hervatten de leiders hun weg, maar hun achtervolger vergat op tijd uit de cabine te springen. De liftdeuren gleden te rap dicht en hij werd naar de kelder gebracht, waar de deuren zich wederom vanzelf openden. Onkundig met de bediening van dit transportmiddel stapte hij eruit en geraakte opnieuw in de gang met het rode tapijt.
Laat ik maar naar huis gaan, dacht Michel, die er de brui aan gaf. Hij nam dezelfde route terug en het werd weer donker. Na verloop van tijd scheen er een lichtstraaltje, en wel op zijn eigen keldertrap. In mineur stommelde hij naar boven.
'Ben jij daar?' vroeg Anne, nog steeds met papieren in de hand. Zwijgzaam sjokte hij naar zijn vrouw en ging bij haar aan tafel zitten.
'Waar is je collega?' plaagde ze, terwijl ze afbeeldingen van kruiden aan het bekijken was. Volledig in zichzelf gekeerd plaatste hij zuchtend zijn ellebogen op tafel.
'Gaat het wel goed met je?' vroeg ze door.
'Anne, soms denk ik dat ik krankzinnig word,' sprak hij eindelijk.
'Wat heb je nu weer meegemaakt?'
'De wereld staat op springen in de toekomst. Het is me allemaal te veel aan het worden.'
'Kom eens hier,' verzocht ze, waarop hij op zijn hurken zijn hoofd op haar schoot neerlegde. Anne streelde hem zachtjes door zijn overgebleven haar.
'Ik voel me zo verantwoordelijk voor het lot van de mensheid,' klaagde hij. 'Mijn levenspad loopt door de hel.'
'Je bent bijzonder,' zei ze bemoedigend.
'Anne, wil je voortaan de deur niet meer opendoen voor al die zielenpoten die om de haverklap hulp vragen? Het groeit me boven het hoofd.'
'Afgesproken, maar laten we nu gaan slapen. Morgen is er weer een nieuwe dag,' en ze gingen naar bed.

De depressie van Michel luidde een nieuwe jicht-aanval in. Het was een domper van jewelste en hij moest een maand lang in bed blijven. Zijn vrouw beantwoordde in de tussentijd stapels brieven met verzoeken tot horoscopen of adviezen tegen ziekten voor lieden tot ver in het buitenland. Af en toe zaten er taaie verhandelingen van wetenschappers tussen, met wie haar man polemiek voerde, en die liet ze links liggen. Meestal voldeed een standaardboodschap in het Frans met de mededeling dat de doctor door bijzondere omstandigheden niet in staat was de brief zelf te beantwoorden.
'Ik zal binnenkort een klerk zoeken die de correspondentie moet gaan voeren,' beloofde haar man, die met veel pijn in de bedstee lag.
'Dat is ook hard nodig,' gaf Anne doorgedraaid aan. André en Diane kwamen tevoorschijn en sprongen op het bed.
'Jongens, laat je zieke vader met rust,' sommeerde moeder chagrijnig en ze trok de gordijnen dicht, die de kamer van de andere ruimtes afscheidde.
'Het spijt me dat je het door mij zo zwaar hebt,' verontschuldigde haar man zich.
'Dat lost zich wel weer op,' zei Anne, die op de bedrand ging zitten. 'Maar er is iets vreemds aan de hand. Die grote zak nootmuskaat is alweer op!' Hij ging er niet op in en keerde zich onder het mom van pijn van haar af.
'Hé, dat billijk ik niet, ik wil weten wat je ermee doet?' vroeg ze gemeend, maar hij gaf geen krimp.
'Waarom doe je zo geheimzinnig?' hekelde ze.
'Gewoon voor bepaalde experimenten,' antwoordde hij, maar ze wilde precies weten wat hij ermee deed en hield voet bij stuk. Uiteindelijk gaf hij zich gewonnen.
'Oké, ik inhaleer het,' biechtte hij op.
'Waarom dan in godsnaam?'
'Ik snuif het, omdat het mijn zintuig van de verbeelding prikkelt,' legde hij uit. Annes gelaat veranderde opeens in ijs.
'Ik weiger nog langer te werken voor een verslaafde,' zei ze opeens.
'Verslaafde?' reageerde Michel als een gebeten hond en hij draaide zich naar haar om.
'Dit is de druppel die de emmer doet overlopen,' ging ze verder.
'Waar heb je het over lieveling?' en hij kwam kreunend overeind.
'Wij lopen allemaal op eieren in dit huis voor jou!'
'Hè, ik dacht dat alles goed ging?' mompelde hij.
'Dat dacht je ja, maar het gaat helemaal niet goed. Je ziet en voelt alles, behalve je eigen familie. Alles draait om jou en nu komt dit erbij.' Hij liet haar stoom afblazen.
'En die eeuwige beheersing van je,' verweet ze hem, 'nóóit laat je je eens gaan. Sla me dan tenminste eens een keer,' en ze duwde hem spottend terug in bed.
'Temper je een beetje,' verzocht hij, 'de kinderen worden nog bang.'
'Die zijn altijd al bang,' schreeuwde ze, opdat ze het juist goed konden horen. Hij kon geen goed woord meer zeggen en zei dus maar niks.
'We hebben ook nooit normaal seks,' ratelde ze door. 'Ik dacht dat joden goed in bed waren, maar jij lijkt meer op een heiligenbeeld. Kom toch gewoon eens klaar, man, zoals iedere vent!' en ze liep woest weg. Michel kroop uit bed en hinkte haar achterna.
'Zo, mijnheer kan nu ineens wel lopen. Heb ik me dus voor een aansteller uit de naad gewerkt. Ik wil je nooit meer zien,' en stampvoetend ging ze naar beneden en ze sloeg de tussendeur zo hard dicht dat het huis in al zijn voegen trilde.
'Ze heeft gelijk, ik ben verslaafd,' erkende hij. 'Ik wil te graag toekomstbeelden opvangen en ben om die reden misschien wel ongevoelig geworden. Ik zal er voortaan vanaf blijven,' en hij kroop weer onder de wollen dekens.

De ruzie duurde maar voort en Nostradamus werd gedwongen zijn brieven zelf te beantwoorden, zijn doorgaans pronte vrouw vertikte het nog iets voor hem te doen. Ze deed zelfs helemaal niets meer. Gelukkig waren de kinderen groot genoeg om zichzelf te bedruipen. Nog nakwakkelend van de jicht-aanval schreef hij een brief aan Jean Dorat, een van zijn bewonderaars in Parijs. Misschien had deze gerenommeerde leraar in de scholastiek een goede leerling die hem zou kunnen bijstaan. Zijn vrouw had zich ondertussen in het tuinhuis teruggetrokken en de echtelieden ontweken elkaar wekenlang. Totdat er op een avond onverwachts op de voordeur werd gebonsd.
Weer zo'n wanhopige, dacht de herstelde geleerde, die naar de entree slofte.
'Alsjeblieft laat me met rust!' riep hij, maar er werd opnieuw gerammeld en hij deed mopperend open.
'Mankeert er iets aan je oren of zo?' en hij keek de vermeende hulpbehoevende strak aan.
'Mijn hemel, dit kan niet waar zijn!' stootte hij vol ongeloof uit. De geest van François Rabelais, zijn studievriend van weleer, was voor hem verschenen.
'Bij Jupiter, de duivel houdt me voor de gek,' sprak Michel bezwerend uit.
'Rustig, rustig, ik ben het echt,' kalmeerde François hem. 'Ik dacht dat je mijn komst wel zou voorvoelen, maar blijkbaar niet. Kom ik ongelegen?'
'Eh, natuurlijk niet, of misschien wel. Ik zit in een huwelijkscrisis, maar kom binnen,' en ze zoenden elkaar.
'Wellicht ben ik hier om je te helpen,' suggereerde François toen ze de huiskamer binnenliepen, en ze namen bij de haard plaats.
'Hoe ben je hier verzeild geraakt?' vroeg Michel. 'Je was toch lijfarts van de onderkoning van Piemonte.'
'Was ja, maar ik werk sinds kort voor de paus in Avignon. Waar is je vrouw?'
'Die zit in het tuinhuis,' antwoordde hij meteen bedrukt.
'Nog kinderen?'
'Zes, ze liggen allemaal te slapen.'
'Ik heb een enorme dorst. Heb je iets om het te lenigen?' vroeg François, waarop zijn oude studievriend zich naar de keuken begaf. Toen hij met bier terugkwam, was Rabelais plotseling verdwenen.
Heb ik dan toch schade in de geest opgelopen? vroeg hij zich ernstig af, maar hij hoorde onbekend gestommel in de tuin en begreep dat het geen zinsbegoocheling was geweest; François probeerde zijn vrouw over te halen.
'Zo, mijn echtgenoot heeft een bemiddelaar op me afgestuurd,' sneerde Anne, toen de vreemdeling haar geïmproviseerde woonruimte betrad.
'U hebt het mis. Ik kreeg een ingeving dat mijn vriend in zwaar weer zat en kom op de bonnefooi langs,' antwoordde hij.
'Nog een helderziende in huis,' zei ze schamper.
'U spreekt wel tegen de afgezant van de paus!'
'Al ben je de paus in eigen persoon, aanmatigende eikel,' en ze werkte hem het tuinhuis weer uit.
'Hoe kom je aan zo'n vrouw?' vroeg François met rode oortjes, toen hij in de woonkamer was teruggekeerd.
'Gevonden tussen de wilde paarden,' bromde Michel.
'Is dit weer een van je obscure versregels?' Maar de astroloog schudde van nee.
'Dat verklaart een hoop,' hernam François, 'maar laat me je eens bekijken. We hebben elkaar in tijden niet gezien,' en ze aanschouwden elkaar.
'Jij hebt al je haar nog op je hoofd,' zei Michel.
'Ja, dat groeit nog met de dag, en jij ziet er weer geweldig uit voor je leeftijd.'
'Dank je, je ogen en tong zijn nog immer scherp. Hier is je bier,' en ze gingen weer bij de haard zitten.
'Onvoorstelbaar dat uitgerekend jij, een vrijzinnige kathaar, voor de paus gaat werken,' zei Michel.
'Waarom niet? Je vriend is vijand, hoewel ik volledig achter paus Pius IV sta. Hij is een integere kerkvorst en de ellende ontstaat pas op lager niveau.'
'Wat voor kerkelijke functie vervul je dan?'
'Ik onderzoek voor de paus in het geheim de inquisiteurs en bisschoppen op zuivere toepassing van de leer,' vertelde François.
'Goede genade, in het hol van de leeuw...'
'Ja, het leven dient op het scherp van de snede geleefd te worden.'
'Daar geef ik je groot gelijk in,' zei Michel. 'Leef je dan ook volgens het celibaat?'
'Zeker, als ik een gezin verkoos, zou ik een ander beroep moeten kiezen. Maar ook jij hebt ongetwijfeld vijanden.' Anne kwam onvoorzien binnenlopen en de mannen keken nieuwsgierig naar haar gemoedstoestand.
'Het spijt me dat ik u zo grof bejegend heb,' verontschuldigde ze zich.
'Is al goed. Kom er toch bij zitten,' verzocht de ongenode gast, en ze pakte een stoel.
'François is een oude studiegenoot van me. Na mijn zwerfperiode zijn we elkaar uit het oog verloren,' legde haar man schuw uit. Maar Anne gunde hem geen blik waardig en keek slechts naar de kerkelijke bezoeker.
'Dit is dus de vrouw die weerstand moet bieden aan de grootmeester,' prikkelde Rabelais haar.
'Grootmeester?' herhaalde ze verontwaardigd. 'Vorige week zat z'n baard nog tussen de huisdeur, die in het slot was gevallen. Iedere voorbijganger had alle tijd om hem een pak op z'n broek te geven.' François moest er zó uitbundig om lachen dat het bijna eng werd.
'Je man is geniaal als het gaat om de zielenroerselen van de mens, maar op aarde is hij als ieder ander af en toe een sukkel,' zei hij bekomen van de pret. Anne liet zich echter niet van de wijs brengen.
'Ik weet best dat hij door zijn publicaties overal beroemd is,' erkende ze, 'maar ik ben nog niet zeker van zijn grootsheid. Een jaar geleden zag hij de burgemeester nog voor een schim aan en liep er faliekant tegenop.' François moest weer lachen.
'Hoe zal ik het uitleggen? Help me eens, Michel.'
'Ik probeer alles zo veel mogelijk te laten wat het is,' antwoordde deze onwezenlijk.
'Hij hult zich ook altijd in nevelen en vertelt nooit wat over zijn innerlijke wereld, net een oester,' voegde ze eraan toe.
'Je man is inderdaad erg zwijgzaam en mijn tong zit daarentegen erg los, maar spreken is zilver en zwijgen is goud.' Anne was nog niet overtuigd.
'Het goede en kwade zijn in ieder mens verenigd,' ging François verder met zijn betoog, 'en je echtgenoot weet dat als geen ander.'
'Nou, dat weet ik ook wel, hoor. Ik toon dikwijls mijn boosheid. Hij niet.'
'Als je man echt kwaad wordt, vergaat de hele wereld,' beweerde François, 'daarom moet hij uiterst voorzichtig met daden én woorden omgaan. Het is een kwestie van bewustzijn en je man is een ongekend krachtige portie toebedeeld.'
'Dus als Michel kwaad op mij wordt, kan ik het wel schudden?'
'Een gemiddeld mens kan bij een ruzie met hem terstond dood vallen of een ernstige ziekte oplopen, maar jij bent een sterke vrouw die wel tegen een stootje kan. Je bent Plato.'
'Plato? Vergelijk je me met die Griekse filosoof?' vroeg ze aarzelend.
'Het is naast een filosoof ook het Griekse woord voor breedgeschouderd,' kwam Michel tussenbeide.
'Dan snap ik het. Ik ben sterk genoeg om mijn man aan te kunnen,' en zo was er eindelijk weer contact tussen de echtelieden.
'Jazeker, maar vooral omdat hij met uiterste discipline zijn zinnen weet te beheersen. Want hoe groter de geest, hoe groter het beest,' sprak Rabelais wijs.
'Je praat wel met heel veel lof over mijn man,' zei ze nog achterdochtig, 'maar als ik het goed begrijp, mag hij zich juist niet laten gaan?'
'Inderdaad, dat kan hij zich niet permitteren. Zelfs een gemakzuchtige gedachtegang kan al rampzalig uitpakken. Gedachten zijn namelijk krachten.'
'Leg eens uit?' vroeg ze nieuwsgierig.
'Kijk eens naar de stoel waar je op zit, die bestaat niet zomaar. Eerst moet er een gedachte of een beeld van een stoel zijn, dan pas volgt de materie. In dit geval is dat het hout in de handen van de timmerman.'
'Zo lijkt het wel op een voorspelling die uitkomt,' vergeleek ze.
'Hoor eens, Michel. Je vrouw bezit verborgen kennis.'
'Als hij zijn kennis nou eerder met me had gedeeld, dan hadden we nu geen crisis.'
'Ja, misschien moet je beter met je vrouw communiceren,' zei François tegen zijn maat.
'Dat begin ik nu ook in te zien,' gaf Michel toe. De huwelijkscrisis liep op haar einde en ze dronken er naderhand een biertje op.
'Ik ga jullie verlaten, vrienden,' kondigde François ten slotte aan.
'Je kan hier blijven slapen,' stelde Anne voor.
'Nee, dank je wel, ik logeer in de Zwaan.'
'Voordat je weggaat, wil ik je boven nog iets bijzonders laten zien,' zei Michel.
'Oké, maar eerst even een toiletbezoek,' gaf François aan, waarop de ziener alvast naar zijn werkkamer liep. Toen Anne de gast het toilet in de tuin aanwees, fluisterde hij haar iets in het oor: 'Anne, je man is bijna verlicht. Probeer hem in je hart los te laten. Alleen het individu kan tot grote hoogte stijgen en God heeft het lief.' En zonder een reactie af te wachten liep hij weg. De gewichtige woorden drongen langzaam tot haar door en ze begreep nu dat ze een belangrijke taak te vervullen had. Op zolder stond Michel bij de gebroken tegel met de slang op zijn vriend te wachten.
'Dit zal je wel iets zeggen,' zei hij toen deze boven was.
'Jezus, een gedeelte van het mozaïek met Magdalena van de Montségur,' reageerde François verrast en hij pakte de eeuwenoude tegel behoedzaam op.
'Hij komt daar niet vandaan, maar uit La Roque bij de Durance.'
'Wees er in ieder geval zuinig op, maar ik moet nu gaan,' en hij legde de tegel weer terug. De twee namen broederlijk afscheid van elkaar.
'Pas op dat je niet wordt vermoord,' waarschuwde Michel nog, toen ze de trap afliepen.
'En pas jij op dat je niet van de jakobsladder af dondert,' antwoordde zijn vriend jolig, die beneden ook Anne gedag zei. Bij de voordeur wisselden de mannen een laatste woord.
'Nog bedankt François, en we houden contact.'
'Dat laatste beloofde je veertig jaar geleden ook al,' antwoordde zijn engelbewaarder, die zijn hielen al had gelicht.
Onverbeterlijk, die Rabelais, glimlachte Michel, die hem meewarig nakeek.

De volgende morgen arriveerde ene Christophe de Chavigny in het station van Salon de Provence. Hij deed navraag naar het huis van de profeet. Zijn verzoek werd meteen ingewilligd, omdat er velen waren die de jongeman uit Parijs ernaartoe wilden brengen, in de hoop een glimp van hun mythische stadsgenoot op te vangen. De met lof afgestudeerde leerling van Jean Dorat wilde zich graag bij de grootmeester verder ontwikkelen, en het was de slager die hem met zijn wagen voor de deur afzette. Met een zak lamskoteletten in de hand meldde de leerling met de wipneus zich aan.
'Ha, mijn redding uit Parijs,' verwelkomde Nostradamus hem, en omdat het huis zogenaamd te klein was, stuurde hij zijn hulp zonder koteletten naar een gilde om er te overnachten.
Eerst maar eens zien wat voor vlees er in die zak zit, vond Michel. Christophe bleek een ware discipel te zijn en had geen woord te veel nodig, razendsnel vatte hij wat zijn meester van hem verlangde. Hij voerde met zo'n enorme toewijding opdrachten uit dat zijn baas er soms niet goed van werd. De jonge Parijzenaar kende verder alle nieuwe filosofische stromingen, waaronder het rationele denken, en was evengoed in klassieke talen onderlegd. Anne had ondertussen een nieuw bureau voor de klerk geregeld en dat van haar man werd in de huiskamer gezet. Na een maand moest de geleerde onderkennen dat de aanwezigheid van De Chavigny een zegen voor hem was.
De correspondentie is nog nooit zo op orde geweest, constateerde hij blij. Hij was inmiddels oud geworden en maakte zich zorgen dat hij De Profetieën niet zou kunnen voltooien. Maar nu bleef er tijd genoeg over om niet te verzaken. Hij had zich al eerder aangeleerd om slechts vier of vijf uren per nacht te slapen, maar dat was vooral omdat een wakkere toestand de beste manier was om je naar gene zijde te begeven. Die avond was de pennenlikker gelukkig weer naar zijn eigen kot gegaan, een paar straten verderop, en de kinderen lagen allemaal op één oor. Voor de zekerheid sloot de ziener toch zijn kamer af.
Laat ik eens van techniek wisselen, zei hij tegen zichzelf en hij haalde opnieuw het koperen krukje tevoorschijn. Het stoeltje waarvan de hoek van de poten gelijk was aan de helling van de zijden van de piramides in Egypte.
Van de nootmuskaat en de hallucinerende olieën blijf ik voortaan af, nam hij zich voor, ik mag niet gek worden, en hij begon naast het stoeltje te neuriën.
'Nee, dat gaat niet lekker,' mompelde hij en hij gaf vervolgens de voorkeur aan het meditatiebed.



Hoofdstuk 10



De twee grote leiders raken bevriend
Hun enorme macht zal toenemen
Het nieuwe land nadert zijn hoogtepunt
De roden zijn uitgeteld


Midden in de nacht vloog de vorser der hemelen boven een nieuwerwetse stad, waar paardeloze koetsen met lantaarns op kop en staart rondreden. Hij daalde af om het wonder van dichtbij te beschouwen en waarde langs straten en pleinen, die rijkelijk verlicht waren. Een tijdje later doemde er een machtig gebouw op, dat hij meende te herkennen.
Dit moet de Rijksdag zijn, waaronder Hister zelfmoord heeft gepleegd, bevroedde hij. Zijn vermoeden werd bevestigd door een monument, dat ervoor stond. Berlijn was indrukwekkend hersteld van het enorme oorlogsgeweld, dat indertijd grote puinhopen had achtergelaten. Dwars door de verlichte stad liep een rivier en hij besloot het stromende water te volgen, dat hem bij een kerkhof bracht, waar iemand langs de waterkant sukkelde. Een verwaarloosde man duwde een karretje met rommel voor zich uit.
Doodlopend spoor, dacht Michel en hij liet het voor wat het was. Hij steeg weer op, maakte een scherpe bocht en vloog terug naar de Potsdamer Platz.
Vliegen als een vogel is waarlijk een genot, stelde hij en als een jonge god sloeg hij zijn vleugels uit. Op het weidse plein stond een statige poort met bovenop een Griekse strijdwagen en stoutmoedig scheerde hij eronderdoor. Toen hij de poort was gepasseerd, botste hij pardoes op een of ander elektrisch veld en door de opdoffer kukelde hij op de grond.
Hoogmoed komt voor de val, laakte hij zijn lichtzinnige gedrag, en versuft probeerde hij te achterhalen wat hem was overkomen. Nauwgezet onderzocht hij het luchtruim, maar er was niets te zien. De gevallen geest stond weer op en testte zijn vliegvermogen uit.
Gelukkig nog intact, dacht hij opgelucht, maar waar ben ik dan toch tegenop gekomen? Nieuwsgierig begaf hij zich naar de plek des onheils en zocht de omgeving van nabij af.
'Er moet iets zijn,' mompelde hij en ongedacht raakte zijn hand een spanningsveld, waar opeens een blauw vlak tevoorschijn kwam.
Drommels, de toekomst blijft verrassen, en voorzichtig wandelde hij langs het magnetische veld, dat telkens kortsloot als hij het aanraakte. Het bleek een onzichtbare muur te zijn, die de stad in twee parten deelde. Het was hem een raadsel waartoe het diende, maar hij wilde het per se weten.
De stadsbewoners moeten hier meer vanaf weten, en benieuwd ging hij op jacht naar een willekeurige passant. Hoog boven de stad ontdekte hij dezelfde zwerver met zijn karretje. En omdat het de enige levende ziel in de omgeving was, dook hij erop af.
'Ho gij,' riep hij, maar de Berlijner met zijn scheve hoed hoorde hem niet en kuierde door. De geest daalde nu frontaal voor hem neer, maar de man liep nog steeds onverstoorbaar verder.
Die ziet en hoort mij niet, begreep Michel en hij beraadslaagde hoe hij zijn aandacht moest trekken. Het ging erom de juiste snaar te raken.
'Hé Napoleon,' probeerde hij uit. Dit was direct een schot in de roos, want de zwerver stopte abrupt.
'Vriend of vijand?' wilde deze weten.
'Vriend!'
'Hè hè, eindelijk weer eens een landgenoot. Wat voor rang heb je?' zei de sloeber, die een tik van de malle molen moest hebben gekregen.
'Maarschalk,' speelde Michel mee.
'Heb ik u geen opdracht gegeven Rusland aan te vallen?'
'Jazeker, maar Moskou is inmiddels veroverd.'
'Prima, dan heb ik mijn handen weer vrij voor deze kar met spullen,' en hij wilde weer verder lopen. 'Weet u misschien waarom die elektrische muur door Berlijn loopt?' hield de maarschalk hem staande.
'Ben je een beetje gek of zo? Er wás een muur, van steen, maar die hebben mijn dappere mannen niet lang geleden afgebroken. Ik heb er nog een foto van,' en hij haalde een krantenartikel uit zijn binnenzak. De ziener bekeek het plaatje met de afscheiding die afgebroken werd, en las onderstaande tekst.
'Val Berlijnse Muur (1989). Het is nu precies twee jaar geleden dat het IJzeren Gordijn, de scheiding tussen Oost en West gevallen is. Het herenigde Duitsland zal de val vandaag massaal herdenken met onder meer concerten en discussies. De Muur moest een einde maken aan de stroom vluchtelingen die naar het vrije Westen trok.'

Daarom loopt er een magnetisch veld door de stad, vatte hij. Jarenlange frustraties moeten de Muur een geestelijke lading hebben meegegeven.
'Waar zijn die mannen van jou?' vroeg hij vervolgens.
'Ik weet niet waar ze zijn, ze hebben me verbannen, maar ik kan je wel aanwijzen waar ze zich ophouden.'
'Laat die plek maar eens zien,' verzocht Michel, die wilde achterhalen hoe het conflict was opgelost. Terwijl de zwerver zijn wagentje weer vooruit duwde, begaf het paar zich naar het oostelijke deel van de stad. Na de Alexanderplatz overgestoken te hebben, hield de man halt voor een groot, lomp gebouw.
'Dit is het, het vroegere Politbureau, waar ik ooit de scepter heb gezwaaid. Je moet het binnen maar eens navragen.'
'Zal ik zeker doen,' zei Nostradamus, die hem een franc gaf en vervolgens naar de entree liep.
'Nay, Pau, Leon, meer vuur dan bloed,' riep de zwerver hem na. De ziener draaide zich verbaasd om na het horen van zijn eigen versregel in foute volgorde. Maar het vizier van de man was naar voren gericht en iets verderop schopte hij balorig tegen een lantaarnpaal, die prompt uitging.
Verhip, mijn verzen worden nog populair in de toekomst, en verheugd trad Michel het vervallen gebouw binnen. Na de entree was er een mistroostige zaal, waar niemand aanwezig was, en hij besloot de marmeren trap naar boven te nemen.
Waar zijn die dappere kerels toch, waarover hij sprak? Boven gloorde er hoop, want hij zag een paar mannen die met iets bezig waren. Het bleken slechts ambtenaren te zijn. Michel liep weer naar de begane grond en net toen hij het voorportaal wilde verlaten, hoorde hij een enorme bedrijvigheid vanuit de grote zaal.
Wat is daar opeens aan de hand? En benieuwd stapte hij de ruimte binnen, die als donderslag bij heldere hemel gevuld was met publiek.
Ik moet spontaan enkele jaren terug in de tijd zijn beland, veronderstelde hij. Hij mengde zich tussen de aanwezigen en legde zijn oor te luister. Er werd een persconferentie gehouden en honderden journalisten hadden zich voor de hoogste partijleiders van de communistische staat verzameld. Het scheen een unieke gebeurtenis te zijn.
'Waarom al die drukte?' informeerde hij bij een verslaggever, die hem voor een buitenlandse collega aanzag.
'Zelf vragen stellen is tot nu toe verboden geweest,' antwoordde de Oost-Duitser, die met een flitsapparaat in de weer was, 'maar dit keer schijnt Schabowski, onder druk van het volk, een uitzondering te gaan maken. De partij hoopt met meer openheid de steun van het volk te herwinnen.' 'En als dat niet lukt?'
'Als het niet lukt, zal ons land zeker leeglopen, ondanks de kilometers lange muren en hekken,' en hij excuseerde zich en worstelde zich naar voren toe. Intussen stelden zijn collega's allerlei vragen, maar zoals altijd kwam er een standaardreactie, totdat een Franse journalist in gebroken Duits de kern van de zaak raakte.
'Wanneer kunnen uw landgenoten nu vrij naar het Westen reizen?' vroeg hij eenvoudig. De verslaggevers namen zijn vraag amper serieus, omdat Schabowski deze toch wel op een of andere omslachtige wijze zou ontwijken. Maar in het aangezicht van het internationale publiek waande de partijbons zich opeens voor het gerecht en hij sloeg dicht.
Hoe moet ik nog langer leugens vertellen? tobde hij, en met het zweet in de handen begon hij onvermoed loslippig te worden.
'Vandaag is, eh, voor zover ik weet een beslissing genomen. En eh, we hebben besloten..., dat uiteindelijk iedere burger de grens over mag.' De menigte reageerde met stomheid geslagen.
'Wanneer treedt deze regel dan in werking?' vroeg een journalist onmiddellijk. Schabowski bladerde willekeurig door zijn papieren en keek vervolgens hulpeloos naar zijn medewerkers, die eveneens met de handen in het haar zaten.
'Dat geldt, voor zover ik weet..., vanaf nu,' verzon hij. Door de klungelige persconferentie twijfelde iedereen of het nu wel waar was, totdat iemand naar buiten rende en zo hard riep als hij kon: 'De grens is open!' Het nieuws ging als een brandend vuurtje door de stad en al snel trokken de Oost-Berlijners massaal naar de Muur om na te gaan of ze wel echt naar West-Berlijn konden. Nostradamus zweefde ondertussen achter de meute aan.
Wat één lullig vraagje van mijn kant wel niet kan veroorzaken, dacht hij. Ik moet het lot voortaan wel zijn beloop laten gaan. De Muur bleek nog immer gesloten te zijn en vreedzaam bestormden duizenden mensen de grenswachten, die een lawine van verslaggevers over zich heen kregen.
'Als ik het dus goed begrijp, moet de Muur vandaag nog opengaan?' stamelde het hoofd van de wacht.
'Ja, op bevel van Schabowski,' scandeerde iedereen. De functionaris bleef nog enige tijd op formele instructies wachten, maar bezweek onder de enorme druk en opende de grensovergangen. Het rode leger greep gelukkig niet in. Overdonderd liepen de Oost-Berlijners naar de andere kant van de grens, waar West-Berlijners toestroomden en hen met luid applaus ontvingen. De geest keek vergenoegd toe hoe wildvreemde mensen elkaar onder de Brandenburger Tor omarmden en moesten huilen van blijdschap en ongeloof. Het Berlijnse monument met de Griekse strijdwagen stond al jarenlang in niemandsland en sommigen raakten ontroerd zijn koude zuilen aan. Een van de stadsbewoners paradeerde als een bezetene onder de poort door en riep geëmotioneerd 'Ich bin ein Berliner.'
Is dat niet die man van het Witte Huis? dacht Michel, maar hij zat er goed naast, want het was de toekomstige zwerver, die dacht dat hij Napoleon was. De nog niet in verval geraakte man begon iedereen hartstochtelijk te zoenen en ook de ziener kreeg een stevige pakkerd. De grens was nu definitief open en enkele stevige kerels braken de Muur al af.
'Souvenir te koop!' grapte een van hen met een brok steen in de hand. De Franse toeschouwer verliet daarop het volksfeest en keerde opgewekt in de Renaissance terug.
Eindelijk eens een leuke afloop, vond hij, terwijl hij in zijn lijf terugkwam. Dit moet ik vaker meemaken, en kwiek sprong hij van het bed af. Het was diep in de nacht en op zijn tenen sloop hij de trap af naar het slaapvertrek.
'Anne,' fluisterde hij, 'slaap je?'
'Ja, ik slaap, maar kom er maar in,' en voorzichtig legde hij zich naast haar te ruste.

Een nieuwe dag brak aan en de wind waaide fris door de geopende vensters. Goed uitgeslapen liep de geleerde naar beneden en hij trof zijn vrouw strijkend in de huiskamer aan.
'Je bent laat,' zei Anne, terwijl er een stoomwolk van de plank opsteeg.
'Geen gasten vandaag,' verklaarde hij. 'Moet de huismeid dat niet doen?'
'Die is al twee dagen ziek.'
'Oh, dat is me ontgaan,' mompelde haar man, die tegen het naaikastje aanleunde.
'Vandaag moet ik nog een hoop schrijfwerk met Christophe verrichten, maar morgen zou ik graag weer eens een dagwandeling met je willen maken,' opperde hij.
'Ik kan alleen de dag erop, want morgen komt mijn zus op bezoek.'
'Nou, afgesproken dan,' zei hij, terwijl hij wat met een vingerhoed speelde.
'Wil je dat Jacqueline nog een nieuw gewaad voor je naait?' vroeg ze.
'Ja prima, maar geen zwartkleurige, doe maar weer bruin.'
'Zeg haar dat zelf, dat vindt ze leuk.'
'Doe ik. Ik heb trouwens vannacht nog iets moois meegemaakt,' zei Michel, die zijn best deed om haar wat meer bij zijn belevingswereld te betrekken. 'Het was een soort Jericho, maar dan in Duitsland.'
'Ah, de muren die door het geloof omvallen,' wist Anne en ze plaatste het ijzer rechtop.
'Ja, maar niet door een geloof in God maar in vrijheid,' verduidelijkte hij.
'Klinkt niet verkeerd,' en ze begon het volgende kledingstuk te strijken, terwijl hij de naden strakhield.
'Fijn, als je over je tweede leven vertelt,' zei ze ineens verlegen, en voor het eerst zag hij haar blozen. Christophe kwam van de zolder aangelopen.
'Meester, graaf Ercole uit Florence heeft uw adviezen nog steeds niet ontvangen; ik ben bang dat de vertalingen tijdens de post zijn zoekgeraakt. Zal ik nieuwe maken?'
'Nee, schrijf hem dat hij beter in zijn administratie moet zoeken. De gluiperd probeert mijn gage te ontlopen,' en beide heren begaven zich onderhoudend naar boven toe.
Na het bezoek van Jacqueline sprongen Anne en Michel de dag daarna vroeg uit de veren en met een picknickmand vol lekkers vertrokken ze naar de nabijgelegen velden en bossen. Na een heerlijk dagje uit keerde het echtpaar tevreden huiswaarts met een mand vol kruiden en bloemen, toen de priester haastig op het paar kwam afgelopen.
'Doctor, hebt u het slechte nieuws al gehoord?' vroeg hij opgewonden.
'Nee, maar ik heb zo mijn vermoedens, vertel op.'
'De koning is dood,' zei de priester en hij trok een verdrietig gezicht. 'Door een ongeluk met een van zijn kapiteins.'
Maar ijdelheid was zijn leidraad, dacht Michel.
'U hebt een bijzondere band met het koningshuis, doctor,' vervolgde de priester, 'en daarom kom ik u condoleren.'
'Dank u wel, eerwaarde. Dit is een trieste dag voor heel Frankrijk,' en ze wandelden verder naar huis. Voor hun woning had zich een schare mensen verzameld en toen de mysticus met zijn vrouw passeerde, betuigde iedereen zijn deelneming. De volgende dag werd de dood van Henry II wettelijk aangekondigd en die middag stopte er een geëscorteerd rijtuig voor huize De Nostredame. Terwijl de gouverneur van de Provence uitstapte, stroomden de stadsgenoten toe.
Christophe deed open en als een speer bracht hij zijn meester op de hoogte. Die kwam vanachter zijn bureau vandaan en verzocht de bevriende gouverneur om op de veranda plaats te nemen.
'U weet natuurlijk al van de dood van de koning,' veronderstelde Claude de Tende, die aan de buitentafel plaatsnam. De geleerde beaamde het.
'Een lans doorboorde zijn gouden helm, dwars door oog en keel, twee wonden in één tijdens een oefenduel,' lichtte de gouverneur toe. 'Maar buiten de verschrikking en het gemis staat de Franse eenheid nu op het spel.'
'Dat laatste zal zo'n vaart niet lopen,' meende zijn gastheer, terwijl er een spatje regen op zijn gezicht viel.
'Laten we hopen. U heeft de dood van de koning trouwens voorspeld in uw laatste almanak. Catherina de Medici heeft mij er persoonlijk over geïnformeerd. Jarenlang zag ik uw werk slechts als vermaak, maar het wordt nu griezelig bewaarheid. Weet u wel wat voor macht u kunt hebben?'
'Ik ben mij daar terdege van bewust en voel mij zeer verantwoordelijk.'
'Waarom hebt u Henry II dan niet gewaarschuwd?'
'De koning wilde niets van astrologie weten,' legde Michel in alle rust uit. De gouverneur zuchtte diep en was duidelijk aangeslagen door het overlijden, dat zelfs consequenties voor zijn eigen positie zou kunnen hebben.
'Marguerite van Valois, de zus van de koning, wil u voor consultatie komen opzoeken. Ze zal binnenkort contact met u opnemen,' hervatte hij.
'Ze is van harte welkom, ik zal haar dienen,' zegde de geleerde toe. Claude keek weer moedeloos voor zich uit.
'Wie moet er nu Frankrijk leiden?' vroeg hij. 'De prinsen zijn nog te jong en veel te onervaren.'
'De koningin zal het land regeren. Zij heeft zich al in de lopende staatszaken voorbereid,' antwoordde de ziener, die zelfverzekerd langs zijn baard streek. De gouverneur keek hem onderdanig aan en besefte dat zijn landgenoot van zeer groot kaliber was. De huismeid kwam met de thee aanzetten en de mannen bleven nog een tijdje napraten.

Enkele dagen later kwam Christophe met de verwachte koninklijke brief aangelopen.
'Fantastisch nieuws, meester,' verklapte hij, en die keek vluchtig wat erin stond. De zus van de koning schreef dat zij na de begrafenis van haar broer direct naar hem toe zou komen voor advies, hopende dat ze niet ongelegen kwam.
De een z'n dood is de ander zijn brood, schudde hij meewarig 't hoofd.
'Christophe, trek als het zover is wat moois aan,' en hij gaf zijn leerling een gouden dukaat. Die vrijdag arriveerde er een koninklijk rijtuig op de nauwe Place de la Poissonnerie en gardisten hielden de nieuwsgierige burgers op afstand. Marguerite van Valois schreed, gehuld in rouwkleding met voile, het huis van de ziener binnen, wiens kinderen keurig in het voorportaal stonden te wachten. Alleen Paul was er niet bij, die zat achter de meisjes aan. Ze knikten allen beleefd en keken met grote ogen naar haar weelderige jurk. Michel en Anne begeleidden de hoogheid naar het woonvertrek, dat voor dit bezoek grondig was opgekuist en waar ook Christophe nog even zijn wipneus liet zien. Anne condoleerde de zus van de koning en trok zich daarna terug, opdat haar man haar onder vier ogen kon spreken. Na het korte gesprek bedankte Marguerite hem voor zijn advies om zich voortaan buiten politiek te houden en een tijdje aan zee te wonen om aan te sterken. De koninklijke stoet trok verder en de rust keerde terug op het plein.
Op een zomeravond wist Diane maar niet in slaap te komen en Anne vertelde het jongste kind een sprookje. Haar man kwam toevallig net van de zolder afgelopen en hoorde hoe zij haar verkapte levensles aanving.
'Er was eens een boze tovenaar, die een vloek uitsprak,' vertelde ze.
'Gaat dat over mij?' riep hij vanaf de trap.
'Wie de schoen past trekke hem aan,' antwoordde ze.
'Wat is ze scherp vandaag,' verbaasde hij zich en hij vervolgde zijn weg naar de huiskamer, waar hij een praatje maakte met de huismeid. Nadat hij de planten in de tuin water had gegeven, kroop hij eens lekker vroeg in bed.
De volgende dag rondde hij deel zes van De Profetieën af en bracht het manuscript direct naar het postkantoor om ze naar zijn uitgever in Lyon te laten versturen. Gewoonlijk was dit een klusje voor Christophe, maar hij had behoefte aan wat beweging. Het was bovendien stil op straat, zodat hij amper lastig gevallen zou worden door medeburgers. Na afgifte van het pakje liep hij langs zijn standbeeld op het stadsplein en zag dat een aantal knullen zijn beeltenis met pijl en boog aan het beschieten was.
Kattenkwaad uithalen heb ik nooit begrepen, dacht hij ontstemd. Foei, als dat mijn zoon Paul niet is! Zijn zoon bleek zelfs de gangmaker van het stel te zijn en hij wilde hem een standje geven, maar bedacht zich.
Ach, laat ik niet op alle slakken zout leggen, het is maar een stom beeld. Leve de vergankelijkheid. Een stadswacht kwam juist de hoek omgelopen en zag de schavuiten het boegbeeld van de stad ontheiligen.
'Jullie daar, hier komen!' beval hij luid, maar de kinderen stoven weg. Toen hij Nostradamus zag staan, verontschuldigde hij zich.
'Ik krijg dat geteisem nog wel in handen, mijnheer.'
'Ik vind het niet zo erg,' vergoelijkte de ereburger, die zijn zoon liever niet in een kwaad daglicht wilde stellen, en hij wandelde verder. Onderweg werd hij door een beklemmend gevoel overvallen en hij rustte even uit.
Dat voelde niet natuurlijk aan, dacht hij uit zijn doen. Er gebeurde echter niets meer en hij liep door. Maar een poosje later keerde het afschuwelijke gevoel terug en hij moest er weer van bekomen. Telkens als hij nu in beweging kwam, werd hij door een ontoombare kracht aangevallen.
Ik had het kunnen weten, vreesde hij, de hellekringen gaan zich nu ook al bij daglicht manifesteren, en hij besloot terstond naar huis toe te gaan, waar hij zich beter tegen het bovennatuurlijke kwaad kon beschermen. Op de terugweg werd hij voortdurend uit de andere wereld belaagd en de strijd vergde al zijn krachten. Herhaaldelijk moest hij in de stegen stoppen, en omstanders keken verbaasd naar hun strompelende stadsgenoot, die ondanks zijn hoge leeftijd altijd zo kwiek was. Hij bleef wankelen en hoorde meerdere malen vragen 'Kan ik u helpen?' Maar de stille kracht was zo intens en zwart dat hij geen antwoord kon geven en op een gegeven moment ging hij door de knieën. Enkele lieden schoten het medium daarop te hulp en droegen hem naar huis. Anne en Christophe namen hem gealarmeerd over en hesen hem de trap op naar bed. Daar begon Michel toevallen te krijgen en Anne zat angstig aan zijn zijde. Haar echtgenoot leek wel krankzinnig te worden. Hij verdedigde zich tegen spoken en schreeuwde steeds: 'Driemaal daags mondwater.' Even kwam hij tot bedaren en ze probeerde snel contact te maken.
'Wat gebeurt er met je, Michel?' vroeg ze in paniek.
'Iemand wil me doodmaken,' zei hij bloedeloos terug. Lijkbleek was hij, zelfs zijn rode wangen waren verdwenen, en toen er een hevige aanval volgde, raakte hij buiten bewustzijn. Zijn geest belandde op een van de terrassen van het vagevuur en viel in handen van het kwaad.

In het donkere laboratorium stond een grote tafel vol met reageerbuizen, glazen schaaltjes, maatbekers en flessen, waarachter Nostradamus de laatste hand aan een duistere proef legde. Verscheidene brouwsels kookten er op een vuurtje en opstijgende dampen verhulden zijn gelaat.
'Abracadabra, straks is er goud en danst iedereen naar mijn pijpen,' schaterde hij. Geestdriftig druppelde hij een laatste alchemistische stof in het rijkelijk gevulde kolfje, maar deed er voor de zekerheid nog wat alcohol bij. Toen bracht hij de vloeistof met verkruimeld lood aan de kook, waarna hij het mengsel in vaste en vluchtige bestanddelen destilleerde.
'Nu een beetje plofpoeder,' gniffelde hij, terwijl hij in een wandrek zocht. Met een glazen cilinder in de hand keerde hij terug naar de pruttelende vloeistoffen.
'De macht zal mij deze keer niet ontglippen.' Plotseling werd de deur van het berghok met een klap opengeslagen en van schrik liet hij de glazen cilinder aan gruzelementen vallen. Hij keek recht in het vizier van een verschrikkelijk wapen.
'Dood de tovenaar!' sprak een mechanische stem uit het niets. De machtswellusteling dook instinctief opzij, waarna de tafel met glazen werktuigen door een reusachtige kogel compleet aan flarden werd geschoten.
'Mijn peperduur laboratorium aan diggelen, ellendeling, wie je ook bent,' maar hij slikte meteen zijn woorden in, want de loop van het wapen werd opnieuw op hem gericht. Op de valreep schoten gespierde bewakers, die buiten op wacht stonden, hem te hulp.
'Vermorzel de indringer, mannen!' beval hij, maar de wachters werden een voor een gedood, en uit lijfsbehoud moest hij het vertrek verlaten.
'Stelletje sukkels,' schamperde de alchemist, die door een gang met brandende fakkels wegvluchtte. Langs de muren vloog pardoes een kogel. De vreemdeling zat hem op de hielen en er werd alweer op hem gevuurd. Net op tijd wist Nostradamus een ruimte in te slaan, waar monniken in grijze jurken mediteerden.
Laat die de klappen maar opvangen, dacht hij harteloos en hij slalomde ertussendoor. Een ogenblik later vernietigde zijn belager alle dienaren Gods die hem in de weg stonden. De geleerde dwaalde intussen door het ondergrondse complex en kwam in een grootse bibliotheek terecht, die verlicht werd door talloze vuren. Haastig vergrendelde hij de loodzware, houten toegangsdeur achter zich.
Daar komt-ie mooi niet door, dacht hij stellig, en ontspannen liep hij naar de kasten vol eeuwenoude boeken. De kostbare manuscripten waren nutteloos, nu hij de gouden formule had. Op dat moment werd de toegangsdeur met één schot verbrijzeld en hij spoot langs de rijen boekenkasten om zich erachter te verstoppen. Zijn achtervolger was niettemin onstuitbaar en schoot alles overhoop. Er ontstond brand en door de chaos wist Nostradamus via een vloerluik te ontsnappen. Hij kwam in een grotachtige tunnel terecht, waar hij snel doorliep. Even verderop stond hij stil om te luisteren of de griezel hem nog wist te volgen. Hij hoorde gelukkig niets.
Dat probleem is opgelost, waande hij zich weer veilig, en na enige tijd bereikte hij een onderaards meer. Maar opeens kwam het gruwelijke wapen weer tevoorschijn en het werd secuur op hem gericht. Verrassend probeerden vliegende honden hem met een afleidingsmanoeuvre te beschermen, maar ze werden alle afgeschoten.
De alchemist haalde er zijn schouders voor op, dook in het meer en zwom hard weg. Hij bleef daarbij zo lang mogelijk onder water, want telkens als hij adem moest halen, vlogen de kogels hem direct om de oren. Met meer geluk dan wijsheid wist hij de overkant van het weidse meer te halen, waar hij zich triomfantelijk aan de rotsen ophees. Toen werd hij onverhoeds op de korrel genomen en stortte in elkaar.
'Wil je nog een game spelen?' vroeg de mechanische stem.
'Jawel, maar eventjes bijkomen,' zei iemand terug. 'Wat is mijn score?'
'1566 punten.'

In het donkere laboratorium stond een tafel vol met reageerbuizen en maatbekers, waarachter Nostradamus op het punt stond een grote uitvinding te doen. Verschillende brouwsels borrelden er op een vuur, terwijl opstijgende dampen zijn gelaat verborgen.
De koningin zal tevreden zijn, verheugde hij zich, en voorzichtig druppelde hij wat vitriool in het kolfje en deed er nog wat alcohol bij. Toen de vloeistof met het verkruimeld lood eenmaal kookte, ving hij het destillaat in langhalskolven op.
'Dat ziet er nog niet geweldig uit,' reutelde hij en in een rek achter hem zocht hij naar hulpstoffen. Plotseling werd de deur van het berghok hard opengeslagen en van schrik liet hij een glazen trechter aan diggelen vallen. Hij keek recht in het vizier van een verschrikkelijk wapen.
'Dood de tovenaar!' sprak een mechanische stem. In een reflex sprong Michel opzij, waarna de tafel met glazen gereedschap met één schot werd weggevaagd.
Mijn laatste uur heeft geslagen, dacht hij, maar toegesnelde bewakers probeerden hem onverwachts te beschermen. Ze werden evenwel in afzienbare tijd voor zijn ogen neergeknald en met grote ontsteltenis herkende hij een van de gesneuvelden.
'Opa is te grazen genomen,' jammerde hij, terwijl hij naar hem toe kroop. Jean lag morsdood op de grond na zijn poging zijn kleinzoon te redden. Veel tijd om erbij stil te staan kreeg hij niet, want het wapen werd andermaal op hem gericht. Halsoverkop vluchtte hij het laboratorium uit en rende door een eindeloos ogende gang. Het fantoom denderde schietend achter hem aan. Nog levend wist de alchemist een aangrenzend vertrek in te slaan, waar andere verwanten niets vermoedend aan het keuvelen waren.
'Yolande, Victor, maak dat je wegkomt,' schreeuwde hij, maar ook zij werden door het opkomende spook in een handomdraai vernietigd. Wankel rende Nostradamus verder en geraakte even later in een eeuwenoude bibliotheek, waar hij de toegangsdeur haastig achter zich op slot deed. Hijgend kwam hij op adem.
'Ik heb een gratis ebook voor je,' zei iemand opeens.
'Abigail! We hebben weinig tijd!' antwoordde hij in alle staten.
'Kom kom, haastige spoed is zelden goed,' suste de boekhandelaar, die hem naar de schatten van kennis meetrok.
'Abigail, luister naar me, we moeten echt onmiddellijk...' maar zijn woorden werden bruut onderbroken; de vergrendelde deur werd naar de filistijnen geschoten. Het fantoom trad binnen en meende zijn prooi in de tang te hebben. Het maakte echter korte metten met Abigail. Michel vloog weg en verschanste zich achter de boekenkasten. De hele bibliotheek werd daarop in puin geschoten en de unieke manuscripten verdwenen in een zee van vuur. Dankzij de wanorde wist de geleerde via een vloerluik te ontsnappen en hij belandde in een onderaardse gang, waar verlichting onontbeerlijk was.
'Maar goed dat ik een kaars heb meegenomen,' mompelde hij in zijn tas graaiend. 'Isabelle, nog even volhouden. Het gaat ons lukken.' Met een licht in zijn hand en zijn dochter op de rug schreed hij door de tunnel. Achter hen klonk plotseling geluid.
'Allemachtig, zit nou niks ons mee?' lamenteerde hij, en haastte zich voort. Het fantoom trad intussen met zijn bloeddorstige honden het grottenstelsel binnen en het geblaf klonk angstaanjagend. Het opgejaagde stel bereikte even later een ondergronds meer, waar Michel treuzelde. Ze konden geen kant op! De demon had hen inmiddels ingehaald en richtte wederom zijn wapen.
'Isabelle, haal diep adem,' gebood vader, maar eer hij het water in wist te duiken, maakte een voltreffer een einde aan zijn vluchtpoging.
'Wil je nog een game spelen?' vroeg de mechanische stem opnieuw.
'Ja, maar nu een niveautje hoger!'

In het donkere laboratorium stond een tafel vol met reageerbuizen, waarachter Nostradamus met een uniek experiment bezig was.
Het verkrijgen van goud is als de purificatie van de menselijke ziel, sprak hij in zichzelf. Toen schonk hij een weinig salpeter in het kokende brouwsel, dat onvoorzien heftig reageerde. Een grote steekvlam verschroeide zijn baard en bracht hem uit zijn roes.
Abracadabra, ik schep door te spreken, maar wat een poespas hier op tafel, dacht hij ineens kraakhelder. Er wordt een spelletje met mij gespeeld, en op zijn hoede keek hij in het rond.
Dit is niet mijn werkkamer, stelde hij vast. Plotseling sloeg de deur van het berghok hard open en hij keek recht in het vizier van een verschrikkelijk wapen.
'Een helbewoner,' stotterde hij verbijsterd.
'Dood de tovenaar!' beval een stem uit het niets. De ontwaakte alchemist dook opzij en rolde het laboratorium uit, terwijl de glazen instrumenten aan diggelen werden geschoten.
Hoe kom ik uit deze sfeer weg? vroeg hij zich in doodsnood af. Maar hij had geen idee en nam vervolgens de benen. Nadat hij door verschillende gangen had gerend, haalde de helbewoner hem in. Net op tijd verschuilde Michel zich in een eeuwenoude bibliotheek en schoof de grendels van de poort stevig achter zich dicht.
'Even respijt,' zuchtte hij, en terwijl hij op adem kwam, zocht hij de omgeving af. De gigantische ruimte bleek een overstelpende hoeveelheid boeken te herbergen.
De Akasha-registers, de bibliotheek aller tijden! Hier moet de oplossing liggen, en hij repte zich naar de geschriften toe. Hij pakte het eerste het beste boek uit de kast, waar met verluchte letters Het elixer van de gelukzaligheid door Al-Ghazzali op geschreven stond.
De muzelman op Sicilië, herinnerde Michel zich meteen, die in allerijl door het mystieke boek begon te bladeren. De eerste passage maakte gewag van de zeven valleien van de ziel. En op zoek naar de juiste sleutel hield hij continu de poort in de gaten.
Beproeving, donder, afgrond, lofzang, goddelijke viering. Dit biedt geen soelaas, klaagde hij. Laat het me vinden, snel nu! Er klonk gestommel, de helbewoner rommelde aan de poort.
Berouw, blokkades, bezweringen, dat is wat ik zoek. Toen barstte de houten deur door een enorme vuurkracht in duizend splinters uit elkaar, waarop het boek uit zijn handen viel.
'Te vigos coslim, sta stil of ik schiet,' bezwoer de geleerde, die tegelijk zijn wijs- en middelvinger op het gevaar richtte. De helbewoner bevroor opmerkelijk, waarna Michel hem met samengeknepen billen tegemoet trad. Toen hij hem genaderd was, keek hij langs de loop van het wapen om te zien met wie hij van doen had.
'Jezus Christus, een klein negertje aan de trekker!' vloekte hij en zijn ogen brandden van boosheid. Het creoolse jochie schrok zich dood, liet het vuurwapen vallen en rende als een streep weg. De ban was gebroken, het helse terras verdween als sneeuw voor de zon en een loodzware last viel van Michels schouders af. Daarna openbaarde de slaapkamer zich weer, waar Anne nog steeds zijn hand vasthield.
'Wat een addergebroed,' kermde haar man, die weer bij zijn positieven kwam. Toen stapte hij veerkrachtig uit bed en liet zijn vrouw met de mond vol tanden achter.
'Pardon schat,' verontschuldigde hij zich, en hij liep terug om haar een zoen te geven. 'Eén vraagje nog, wat heb jij gisteravond allemaal aan Diane verteld?'
'Gewoon een sprookje dat goed afloopt,' stamelde ze. 'Hoezo?'
'Ik denk dat ze over mij heeft gefantaseerd. Kun je haar de volgende keer niet beter een slaapliedje toezingen?'
'Ze is daar al te oud voor,' zei Anne, die van het bed afkwam.
'Iets anders dan! Als het maar niet aan mij doet denken,' en hij liep naar zijn klerk, die op zolder zat. 'Vandaag nog een hartig woordje met Paul spreken,' ontlaadde hij zich boven, 'die knul groeit anders voor galg en rad op.'
'Gaat het weer een beetje, meester?' vroeg zijn hulp met een trillende ganzenveer in de hand.
'Onkruid vergaat niet, Christophe, hoewel ik enige last heb van die verdomde reuma,' en hij maakte notities van de virtuele wereld die hem eerder in zijn greep hield. 'Kunstmatig duister land met mij in de hoofdrol,' krabbelde hij in het schetsboek op.
'Wil je alle sprookjes waar magische wapens in voorkomen voor me opzoeken?' vroeg hij. Zijn secretaris beloofde het zo snel mogelijk te doen.
'Ooit zullen kinderen de baas worden in de wereld,' lichte zijn meester toe.
'Dat mag ik niet hopen,' zei Christophe, die zijn pen weer onder controle had.
'Dus geen afstammelingen produceren. Bij mij is het al te laat,' en de geleerde ging toen weer tot de orde van de dag over.
Vannacht maar eens zien of het in de sterren staat geschreven, bedacht hij. De rest van die middag worstelde hij zich door een stapel horoscopen.



Hoofdstuk 11



Vijf tot veertig graden hemel brandt
Vuur nadert de nieuwe stad
Na grote ontploffingen in de breedte
Opdat de noordelingen zullen buigen


Een zware gong galmde door het hele huis en iedereen hield de handen op de oren. De zilveren olielamp, een goedmakertje van graaf Ercole, danste bijna van tafel en de huismeid rende van angst de straat op.
'Heb je weer een nieuw speeltje?' klaagde Anne toen haar echtgenoot in extase de trap afkwam.
'Ik test mijn nieuwe gong uit,' verdedigde hij zich, 'hij is gisteren uit Marseille aangeleverd.'
'Je gaat er toch niet muziek mee maken, hè?' vroeg ze ernstig, 'want dan zal de hele buurt leeglopen, inclusief je gezin.'
'Nee, absoluut niet, zo'n vaart zal het niet lopen,' verzekerde hij, waarna hij op zijn vaste plek bij de haard plaatsnam om van de losgekomen energie te genieten. Anne ging het haar van Madeleine doen. Hun dochter zat al te wachten aan de grote tafel voor het venster. Je kon vandaar mooi de tuin in kijken. Terwijl een dun zonnetje moeder en dochter bescheen, volgde vader vanuit zijn luie stoel het amusante schouwspel. Hij schonk zich ondertussen een glaasje wijn in. Een uurtje later werd de laatste vlecht gevlochten en moeder bundelde alle vlechten op en bond het geheel in een kroon.
'Nog heel even,' verzocht ze haar dochter, die het stilzitten niet meer volhield.
'Zo, alsjeblieft, klaar,' en ze gaf haar de spiegel. Verblijd met het kapsel naar Venetiaans idee bedankte Madeleine haar moeder.
'Mijn vriendinnen zullen de ogen uitkijken,' zei ze en ze ging direct naar buiten om ermee te pronken. De andere spruiten verschenen ten tonele en zo vloog de dag weer voorbij. Om zeven uur 's avonds had Christophe het huis ook alweer verlaten en de meester pauzeerde in gezelschap van zijn vrouw op de veranda.
'Je zult me vannacht moeten missen, de planeten staan gunstig en er is werk aan de winkel,' liet hij haar weten.
'Goed schat, kom maar wanneer je wilt, als je maar van die gong afblijft,' zei ze, waarop hij direct naar de zolder glipte. De gedreven onderzoeker ging onder een lakentje liggen en merkte tot zijn verbazing dat de gongslag nog steeds in zijn lichaam nazinderde.
'Dat ding heeft wel effect, zeg,' mompelde hij en weldra kabbelde hij naar andere sferen.
Langzaam ontvouwde zich een etalage voor zijn derde oog, met doorkijkglas van vloer tot plafond. Nostradamus streek gaandeweg met z'n hele lijf in een winkelstraat neer en keek schielijk om zich heen, zijn schijnsel viel klaarblijkelijk niet op. Hij was in een waar koopparadijs terechtgekomen. Lieden uit alle mogelijke bevolkingsgroepen op aarde liepen er met chique tassen rond, winkels in, en weer uit. Naast veel koopjesjagers wemelde het hier van de aangeprezen goederen, knipperende reclameborden en onmetelijk hoge gebouwen, die tot aan de wolken reikten. De etalage waarvoor hij was beland, bevatte uiterst geavanceerde producten. Zo zag hij elektrische kijkdozen in alle soorten en maten die bewegende beelden lieten zien van onder meer een omroeper, acteurs, sportwedstrijden, maar vooral veel van fantasierijke spellen. Die laatste waren zogenoemde computergames en de schermpjes toonden een bonte verzameling van actiefiguren op wie voortdurend werd geschoten.
Die spellen lijken wel op het land waarin ik een twijfelachtige hoofdrol heb mogen spelen, peinsde hij. Een rivier van oerwoudgeluiden stroomde uit de winkel, waarvan de deuren uitnodigend openstonden, en hij zwom het geluid tegemoet. In de winkel met de oorverdovende muziekritmes en gillende beesten zochten klanten, ongemoeid door de herrie, naar eigenaardige producten. Er stond een lange rij mensen te wachten om de onnavolgbare goederen af te rekenen. De omschrijvingen hielpen hem enigszins verder. Zo onderscheidde hij de audio-, televisie- en computerafdeling en elk bezat een wand vol apparatuur. Het deed hem duizelen. Voorts ontdekte hij in lage staande rekken een groot aanbod van games, allemaal met oorlogszuchtige titels.
Voornamelijk kinderen in de ban van die bedenkelijke spelletjes, merkte hij om zich heen kijkend. Dat moordlustige Afrikaantje met z'n helse wapen is helaas niet de enige in zijn soort, en hij ploos het aanbod uit.
Blockbuster, Space Invaders, Battlefront, las hij onder andere.
Oh jee, als ik dadelijk een titel met mijn eigen naam tegenkom, ziet mijn toekomst er niet zonnig uit. En hij kreeg het Spaans benauwd bij het idee dat miljoenen etterbakjes zich op zijn beeltenis zouden afreageren. Op de achterkant van de speldozen stonden in het klein de gegevens van de ontwerper vermeld.
Die plek moet ik onthouden, dacht hij. Je weet maar nooit. Gelukkig was er nergens een game met zijn naam te bekennen, toen vanachter de balie, die de vorm van een levensboom had, een Aziaat op hem kwam afgelopen.
'Kan ik je helpen?' vroeg hij. De kabbalist wilde fatsoenlijk antwoord geven, maar de vraag was niet voor hem maar voor een klein kind naast hem bedoeld.
Krijg nou de pest. Het is dat zwarte monstertje, dat mij bijkans om zeep heeft geholpen!
'Ik zoek het nieuwste spel Neem de tovenaar te grazen,' antwoordde de jongen.
'Dat ligt nog niet in de schappen,' zei de verkoper, 'maar geen nood, ik haal er één voor je.' Even later stond de knaap bij de kassa de nieuwste game af te rekenen.
Dit betekent dat mijn personage en masse misbruikt zal worden, huiverde Michel, terwijl de jeugdige onverlaat de zaak uitliep.
'Hé, kleine dondersteen, waar gaat dat heen?' riep hij verbeten, maar de jongen hoorde hem niet en stak de straat over, waar alleen gele auto's rondreden. De geleerde stoof hem achterna, maar deinsde voor het drukke verkeer achteruit en het joch verdween in het gepeupel aan de overkant.
Hoe kan een kind zulk gedachtegoed koesteren? vroeg hij zich af, en met moeite stak hij over. Na enige tijd vond hij het schoffie terug, dat op het trottoir naar een halte toeliep. Daar stopte een autobus en de kleine stapte er met anderen in.
De rollen zijn omgedraaid, knul, morde de ziener, die in een seconde naar het voertuig zeilde en zich naar binnendrong.
'Mag ik uw plaatsbewijs zien?' vroeg de chauffeur. Michel greep naar zijn bruine gewaad zonder zakken en verontschuldigde zich. Wederom bleek de vraag niet voor hem bedoeld, want een oude dame toonde gewillig haar kaartje.
Geesten uit andere tijden werden keer op keer over het hoofd gezien. Iedereen werd hier volledig in beslag genomen door het verleidelijke stadsleven. De passagiers keken op noch om en iedereen was met zichzelf bezig. Zo ook het negertje, dat op de achterste rij naast een Japanner plaatsnam en op zijn zakcomputer ging spelen. Zijn belager ging in de buurt op een overgebleven zitplaats zitten.
Als ik dat spel nu eens kan bekijken, dan kan ik wellicht achterhalen wie het gecreëerd heeft, dacht hij, en de bus vertrok. Warenhuizen, cafés, musea en boetieks met de laatste mode trokken aan hem voorbij. Alle straten van de stad waren genummerd en het was hier gemakkelijk je weg te vinden. De bus naderde een gigantisch stadspark met aangelegde weiden, bossen en meertjes.
Dit moet de Nieuwe Wereld zijn; het land van de noordelingen, veronderstelde de dromer, die iedere bevinding bewust in zich opsloeg. Geregeld richtte hij evenzo de aandacht op de jongen, die nog altijd onverstoorbaar op de achterbank zat.
Het kroeskoppie mag mij onder geen beding ontsnappen, meende hij met het spel in gedachte. Eigenlijk ziet-ie er niet eens zo kwaadaardig uit. Schijn bedriegt of ik heb te snel geoordeeld. De jongen stapte onverhoeds op en sprong uit de tot stilstand gekomen bus. Zijn achtervolger ijlde zich achter hem aan, en ditmaal vóórdat de deuren dichtklapten. Dergelijke afsluitingen had hij eerder meegemaakt. De knaap betrad het centrale park en liep over een pad tussen bloeiende struiken door naar een schaatsbaan, waar hij enkele leeftijdsgenootjes ontmoette. Die kwamen op planken met wielen aangereden.
'Hi Joe,' riep een van hen, waarop hij zijn hand opstak.
'Waar is je skateboard?' vroegen ze.
'Er is wat tussen gekomen, ik heb een gave game gekocht,' en Joe pakte het spel uit zijn rugzak. De Franse geest cirkelde er direct omheen en probeerde de achterkant van de doos te bekijken, maar Joe stopte hem alweer weg. De kinderen klommen daarna in een oude boom om er even later weer uit te springen. Ze liepen verder en staken een ijzeren loopbrug over. De ziener oriënteerde zich daar en zag de indrukwekkende rij wolkenkrabbers die het park begrensde.
Dit is wel even wat anders dan Parijs, vond hij. Bij de dierentuin besloten de knapen ieder huns weegs te gaan en Joe verliet het park via een andere uitgang. Hij stapte weer in een bus en de geest deed hem na. Dit voertuig reed over een boulevard die bezaaid was met theaters, hotels en nachtclubs. De straat was vol met schreeuwende uithangborden en op de allergrootste stond 'Coca Cola.'
Om krankzinnig van te worden, dacht Michel, die er hoofdpijn van kreeg. De knaap speelde ondertussen weer met zijn zakcomputer, terwijl zijn rugzak tussen zijn benen geklemd zat. Na de opwindende tocht door de uitgaanswijk met lange lichtbuizen verliet de bus het overvolle eiland door een enorme brug op te rijden. Nostradamus keek nog even achter zich om een magnifiek uitzicht te aanschouwen. Het silhouet van de holle bergen tekende zich scherp af tegen de blauwe hemel.
De stad met de hoorn des overvloeds, filosofeerde hij, terwijl hij Joe voortdurend in de gaten hield. Maar die hing nog altijd aan zijn toestel. De bus draaide over de verbinding rechtsaf en reed langs een promenade. Bij de volgende halte stapte de jongen uit en hij sjokte naar een nabijgelegen woonwijk. Een paar straten verderop belde hij aan bij een verzorgd rijtjeshuis, waarna een vrouw opendeed.
'Als je wil, kun je nog even buiten blijven, Joe,' zei zijn moeder, 'pas over een half uur is het eten klaar.' Haar zoon kuierde naar de rivieroever terug, waar hij op een bankje ging zitten. Hij ontdeed zich van zijn rugzak en keek vluchtig in de verte naar een stenen wachter, die een toorts omhooghield. Toen opende hij de tas, pakte het spel eruit en staarde met fascinatie naar het plaatje op de doos.
'Draai dat ding nou eens om!' floepte Michel eruit, maar zijn woorden hadden geen enkel effect. Toch moet ik een stokje steken voor de verspreiding hiervan, en hij probeerde de game uit Joe's handen te rukken, maar kreeg daar niet de minste grip op. Zijn wil was hier geen wet en moedeloos ging hij naast zijn voormalige belager zitten.
Ik zal erin moeten berusten, mijmerde hij, toen Joe opeens begon te praten.
'Wauw, dit bent u!' en hij hield de tovenaar een portret op de verpakking voor. Die herkende zijn eigen gezicht. Het was weliswaar te hoekig en het gaf hem een grimmig uiterlijk, maar de uitdrukking was treffend. Het geslaagde portret moest buiten zijn medeweten zijn gemaakt, waarschijnlijk tijdens zijn bezoek aan Catherina de Medici.
'Ja, dat ben ik, maar ben je niet bang voor me?'
'Hoezo?' vroeg Joe.
'Laat maar,' antwoordde hij zuur. Angst voor spoken was blijkbaar uit de tijd.
'Op de tekening draagt u een piratenhoed,' vervolgde Joe.
'Een officiershoed,' verbeterde Michel hem, terwijl hij aan zijn kale hoofd voelde, 'wel, die ben ik kwijt geraakt.'
'U bent niet van New York, hè?'
'Nee, ik kom uit een andere wereld. Maar vertel me, verheug jij je al om mij straks neer te knallen?' Joe schrok van deze vraag en had enige bedenktijd nodig.
'Het is maar een spel,' mompelde hij uiteindelijk.
'Dat denk jij, maar gedachten zijn krachten, hoor!'
'Iedereen speelt games,' reageerde de jongen vertwijfeld.
Ach, het was best een lief ventje, dacht Michel, het ontbrak hem wel aan opvoeding.
'Heb je wel eens van karma gehoord?' vroeg hij toen.
'Nee, wie is dat?'
'Dat is geen persoon, maar een kosmische wet. Al je daden, een gedachte is al een daad, zullen hun uitwerking hebben. Een intelligent wezen zal daarom geen daden plegen die indruisen tegen de schepping.'
'Wat heeft dat met deze game te maken?' vroeg Joe, die het nog niet vatte.
'Laat ik het anders formuleren: als straks duizenden kinderen mij neerschieten, zal mijn hart zó zwaar wegen dat ik eeuwig in de hel moet branden.'
'Dat wil ik helemaal niet,' zei Joe.
'Ik ook niet,' bekende Michel.
'Ik kan deze game nog ruilen...'
'Bedankt voor je goede bedoelingen, maar het maakt navenant niets uit, want er zijn nog vele exemplaren over.'
'Oh nee,' schreeuwde de jongen plotseling, 'ik kom te laat voor het eten,' en hij pakte zijn biezen. De tovenaar bleef verbouwereerd achter, hernam zich en haalde hem vliegensvlug in.
'Hé, neemt iedereen hier zo afscheid van elkaar?'
'Oh sorry, maar ik moet op tijd komen,' gaf Joe aan, 'maar ik zal vragen of u mag mee-eten,' en ze bereikten het woonhuis, waar hij opnieuw aanbelde. Zijn moeder deed mopperend open.
'We hebben net gegeten zoon, je komt te laat. En je hebt nog wel een mooi horloge voor je verjaardag gekregen.'
'Het spijt me, mama.'
'Nou, ik warm je eten wel op,' verzuchtte ze.
'Kan mijn vriend misschien blijven eten?' vroeg hij voorzichtig, omdat dit niet het geschikte moment was om een gunst te vragen.
'Welke vriend? Ik zie niemand.'
'Hij was hier zojuist nog,' zei Joe verbaasd om zich heen kijkend, en in verwarring liep hij zijn moeder achterna. Even later klom hij met een opgewarmd bord eten de trap op naar zijn kamertje, waar de tovenaar hem zomaar uit het niets opwachtte.
'Hé, bent u daar weer! Waar was u nou?'
'Ik was er wel, maar je zag me niet meer,' verklaarde deze. Joe trok een moeilijk gezicht en bood hem een stuk kip aan.
'Nee dank je wel, ik heb net gegeten. Maar je kunt me wel een groot plezier doen door me je nieuwe game te laten zien.'
'U wilt zeker een spelletje spelen?'
'Nou nee, ik loop niet bepaald warm om mezelf neer te schieten, maar ik wil graag achterhalen wie dat akelige spel over mij heeft gemaakt.'
'Dat kun je makkelijk op het internet opzoeken,' opperde Joe, terwijl hij van zijn bord at.
'Internet, wat is dat?'
'Dat is het World Wide Web, waar je alles kunt opzoeken,' legde de jongen uit.
'Oh, je bedoelt wellicht de Akasha-registers?'
'Eh, die ken ik niet, maar ik zal het u op de computer laten zien,' en hij zette het apparaat aan.
'Ik wil later informaticus worden,' verkondigde Joe, terwijl hij aan het wachten was.
'Prima, als je maar niet van die moorddadige spellen gaat bedenken.' Maar de knaap hoorde hem niet meer, omdat hij door de herrie makende computer in beslag genomen werd.
'Ik dacht eerst dat je gestoord was, maar je bent oké,' zei Nostradamus toen Joe het toetsenbord een moment met rust liet.
'Dank u.'
'Wat een prachtig schip heb je daar trouwens op de vensterbank staan.'
'Een schaalmodel van de Voorzienigheid,' weidde de jongen uit. 'In de zeventiende eeuw zijn er slaven mee vervoerd.'
'Ja, joh, de mens is geen lieverdje. Homini homo lupus.'
'Kijk, dit is nou zo'n zoekmachine, waar je trefwoorden kunt opgeven,' wees Joe hem aan toen het beeld tevoorschijn kwam, en hij begon meteen woorden in te typen.
'Ik kan nog niets vinden,' zei hij na enige pogingen.
'Probeer eens "ontwerper, spel, tovenaar en grazen" tegelijk,' opperde Michel, maar ook ditmaal kwam er geen resultaat uit de bus.
'Zoekmachines waarmee je niets kunt vinden,' schamperde hij. 'Pak nou gewoon die doos en laat me de achterkant ervan zien. Daar moet informatie op staan.' Joe stond op en pakte zijn rugzak, die in een hoek van de kamer lag.
'Shit, de game zit er niet meer in, waarschijnlijk bij de rivier laten liggen.'
'We gaan er onmiddellijk op af,' stelde de tovenaar voor en ze renden het huis uit richting de promenade.
'We zijn te laat, de game is er niet meer,' zag Joe toen ze het zitbankje naderden. Hij begon ijverig de omgeving af te speuren en klaarde ineens op.
'Die daar, die loopt met de plastic tas waar mijn game in zit,' beweerde hij stellig.
'Kom op, geen tijd te verliezen,' zei Michel, maar zijn kameraad trok wit weg.
'Wat is er dan?'
'Het is een Crip,' antwoordde Joe bang, 'die zijn levensgevaarlijk.'
'Wel, Crip of kip, ik heb geen keus,' en hij schoof het kind terzijde en ging er doelgericht achteraan.
'Hé, zeg je geen gedag?' riep Joe, maar de rare man was al buiten zijn bereik en vloog onvervaard de volgende jongeling achterna.
Het zit mij vandaag niet mee, meierde Michel, die het bendelid gelukkig al op de hielen zat. Die laatste verdween in de ondergrondse en gooide daar een muntje in een stalen hek. De molenwiek verschafte hem de toegang, terwijl de magiër eenvoudig tussen de tralies door zeilde. Ze kwamen bij een perron, waar de Crip verveeld ging staan wachten. Hij bekeek kortstondig zijn buit, stopte het ontevreden in zijn jaszak terug en liet het plastic zakje achteloos op de grond vallen. Na enkele minuten stopte er een voertuig en hij stapte samen met de geest in. Het vehikel kwam weer in beweging. Na een rit van ruim een uur met vele stops, waar reizigers in- en uitstapten, was de game nog altijd niet tevoorschijn gehaald.
Gelukkig heb ik de tijd en heeft de tijd niet mij, dacht Michel, die met engelengeduld achter de knaap zat. Uiteindelijk stapte het boefje uit en halverwege de smerige trappen omhoog kwam hij zijn vrienden tegen, die extreem vuil uit de ogen keken.
Als blikken konden doden, dacht de ziener.
'Hé Mike, ben je daar eindelijk, we staan al een tijdje op je te wachten,' zei Enrique, die onder de tatoeages zat.
'Ik zat achter wat gespuis in Brooklyn aan en kon niet eerder komen,' antwoordde Mike.
'Wat gaan we doen?' vroeg Bob, die zijn pet achterstevoren droeg. 'Het wordt hier namelijk saai. Er is al negen dagen niemand meer gelyncht.'
'Maar geen Bloods meer gezien sindsdien,' zei Mike koel.
'Jongens, ik word misselijk van de pislucht hier,' klaagde Enrique, 'laten we weggaan,' en ze liepen naar boven toe.
'Leve de Bronx,' juichte Bob weer buiten, en de ijzervreters banjerden door de wijk die vol stond met troosteloze appartementen.
Laat ik in deze onderwereld maar goed oppassen, nam Michel zich voor. Wie weet valt een kwaadaardige geest mij zomaar van achteren aan, want soort zoekt soort. Het was inmiddels avond geworden en de drie louche types liepen een winkeltje in om wat bier te kopen. De kassa stond er op twee meter hoog en werd als een fort bewaakt. Bij verrassing kwam er een politieauto met sirene aangescheurd die vol op de rem ging staan. Agenten stapten uit, grepen een willekeurige passant en gooiden hem hard op de achterklep van de auto. De drie Crips keken nieuwsgierig toe en lurkten aan hun blikjes.
'Er wordt weer iemand opgepakt,' lachte Enrique. Ze begaven ze zich naar het incident, waar een buurtbewoner voor een of ander vergrijp werd gefouilleerd.
Haal die game nou eens tevoorschijn, dacht Michel ongeduldig geworden, maar Mike, die het spel nog steeds in zijn jaszak bewaarde, dacht daar anders over. Na een bezoek aan een kroeg, waar de geest mismoedig bij de tap zat te wachten, gingen de makkers eindelijk naar huis. Een straatlengte verder betraden ze een armoedig appartementencomplex, waar ze met een gammel liftje omhoog gingen. Boven liepen de Crips een onverzorgde woning in waar ze zich op een versleten bankstel lieten vallen. Mike trok zijn jas uit en haalde het spel in zicht. Nostradamus was er als de kippen bij, maar zag niet veel meer dan lange vingers.
'Wat heb je daar?' vroeg Bob aangeschoten.
'Oh, een computergame, op straat gevonden: Neem de tovenaar te grazen,' antwoordde Mike.
'Wij nemen alleen Bloods te grazen,' bralde Enrique, die de doos afpakte en hem subiet het openstaande raam uit mikte.
'Hé eikel, dat bepaal ik zelf nog wel,' vloekte Mike, die naar het raam liep om te kijken waar het ding gevallen was.
Dit is mijn kans, dacht Michel, die door het venster naar buiten dook en het spel naast een vuilnisbak zag liggen. Maar eenmaal afgedaald constateerde hij hopeloos dat het te donker was geworden om de tekst te kunnen lezen.
Je hebt van die dromen, waar alles tegen zit, jammerde hij en hij ging afgetaaid tegen de afvalbak zitten. Maar wachten totdat het licht wordt, er zit niets anders op. De nacht ging voorbij en al vroeg in de morgen reed er een vuilniswagen door de straat. Een van de werkmannen raapte al het losse straatafval op en gooide de speldoos in de maalmolen, nog voor de dromer het doorhad. Weer klaarwakker dook deze dapper in de malende schoepen het spel achterna en hij belandde bij het geplette oud vuil. Pas uren later werd de stinkende troep op een berg afval gestort. Toen viel de nagenoeg onbeschadigde doos uiteindelijk in het zonlicht de goede kant op.
'Eureka!' riep Nostradamus van blijdschap uit, en hij vond een adres.
Hm, ergens op Manhattan, begreep hij, de straatnummering is in ieder geval een fluitje van een cent. En als een raket steeg hij op en vloog met topsnelheid naar het volgebouwde eiland. De rivier overgestoken scheerde hij over de stad richting downtown, waar hij bij een koffietent neerstreek.
Als ik het goed heb, is dit het juiste adres, en hij stiefelde een ruime entree binnen, waar een meute zich bij liften verdrong. Samen met anderen stapte hij een cabine in, die hen in minder dan een minuut op de 99e verdieping bracht.
Niet zo snel als ik, maar het kan ermee door, en hij stapte uit en zocht naar de gang van het duivelse kantoor waar het spel gerealiseerd was.
'Nummer 214, 216, 218, hier is het,' mompelde Michel, die als een spook door de deur van de ontwerpstudio waarde.
'De preditor is wel erg beperkt,' hoorde hij ene Max tegen zijn ontwerper zeggen. 'Je kunt het personage beter aanpassen door middel van biomods, maar die moet je dan wel zorgvuldig uitkiezen.'
'Kan hij daarmee zijn vijanden door de muren zien?' vroeg John.
'Desnoods.' De twee mannen zaten achter een computer en bestudeerden een schets van een game in ontwikkeling.
Hier wordt dus het kwaad gezaaid, peinsde de geest, die alles goed in zich opnam.
'Ik heb nog informatie verzameld over de upgrade van Wealth Leech,' hernam John. 'Ik zal het dossier er even bij halen.' En hij liep naar zijn eigen werkruimte om met een map terug te keren.
'Ah, fijn,' bedankte Max hem, terwijl hij het dossier aanpakte. 'Hoe staat het trouwens met de extra download van de tovenaar?' Michel spitste zijn oren.
'Daar heb ik thuis net een week flink aan gesleuteld,' antwoordde zijn collega. 'Ik heb Nostradamus vindingrijker gemaakt; zo kan hij om te herstellen organisch materiaal uit dode lichamen gebruiken.'
'De eerste reacties zijn nog niet geweldig,' mopperde Max. 'Wellicht wordt het beter met deze nieuwe toevoegingen. Eerlijk gezegd vind ik hem niet spannend genoeg om op te schieten. Kun je hem niet een wat gevaarlijker uiterlijk meegeven, op zo'n manier dat je hem nog wel als tovenaar herkent?'
'Ik zal eens kijken wat ik kan doen,' zei John.
'Je weet het, hè,' meende zijn baas, 'de jeugd heeft behoefte aan geweld, niet aan subtiliteit.'
'Natuurlijk. Die bibliotheek is er al uit, en er komen nu laserstralen uit zijn ogen. Maar ik zal direct ook zijn uiterlijk aanpassen.'
'Nou, aan de slag dan maar,' zei Max, waarop zijn collega hem met rust liet en door de open gang naar zijn werkplek liep. Na een kopje koffie gepakt te hebben zette hij zich achter een van de computers bij het raam neer. Op de monitor verscheen pardoes een afbeelding van de beroemde ziener, die hij proefondervindelijk begon te deformeren.
'Hé, dat is mijn hoofd en lichaam,' piepte Michel, die over zijn schouder meekeek. Ongemoeid verwijderde John de piratenhoed en plakte er een wilde haardos voor in de plaats. Daarna werd de baard afgeknipt, maar na wat getreuzel weer opgeplakt en verlengd tot aan de grond. Hij overdacht kortstondig zijn nieuwe insteek, terwijl de hoofdrolspeler zelf losse schetsen van zichzelf naast de computer zag liggen.
Deze game mag onder geen beding een succes worden, dacht deze beslist en hij beraamde een aanslag. John had inmiddels de ledematen gedemonteerd om de romp te verbouwen. Hij rekte het gekortwiekte lijf alle kanten uit en liet het de meest verschrikkelijke ziektes ondergaan. Uiteindelijk kwam er een opgeblazen vechtersjas uit de bus, die alleen in de verte nog iets weg had van een magiër. Ondertussen concentreerde de wanhopige geest zich met al zijn kracht op de voeding van de computer, die prompt vastliep.
'Krijgen we dat weer!' klaagde John. Een fractie later viel zijn koffie om, precies over de gewraakte schetsen op het bureau.
'Dit wordt eng!' stotterde hij. Hij riep zijn baas en vertelde hem wat er was gebeurd.
'Ik geloof niet in spoken,' reageerde Max kritisch. 'Je zal die beker zelf hebben omgestoten en computers vallen nou eenmaal bij tijd en wijle uit.'
'Ik heb die koffie niet eens aangeraakt!' sputterde John. 'Misschien is dit spel wel heiligschennis?'
'Het was jouw idee!' zei Max daarop. 'Jij moest zo nodig Nostradamus als actiefiguur hebben.'
'Ja, omdat hij uit marktonderzoek zo sterk naar voren kwam,' verdedigde de ontwerper zich, die met een schoonmaakdoekje in de weer was. 'Gelukkig heb ik kopieën en back-ups gemaakt,' en hij depte de koffie op. De twee mannen kissebisten nog over het bestaan van God, toen Michels geweten begon op te spelen. Hij realiseerde zich dat hij het lot had bestemd en twijfelde over zijn inborst.
Ik hoor beter te weten, besefte hij. Ik heb me door angst laten leiden. Het ontbreekt mij aan vertrouwen in de Allerhoogste. Zijn intuïtie vertelde hem verder dat er mogelijk consequenties konden volgen.
'Als ook het dak instort,' zei Max ineens luid, 'dan geloof ik je.' En op dat moment vloog, of de duivel ermee speelde, een groot vliegtuig recht op hen af. Michel zag het gevaarte aankomen en stond perplex.
Mijn God, komt dit door mij? vroeg hij zich vanuit een groot schuldgevoel af, maar dit moest toch echt toeval zijn. Het vliegtuig boorde zich vlak onder hem in de toren, die door de hevige schok gevaarlijk heen en weer slingerde. Meteen vielen het licht en alle computers uit. John en Max keken onwezenlijk voor zich uit en klampten zich toen uit angst aan elkaar vast. De ziener spoedde zich naar het raam, waar gigantische rookwolken opstegen. Onder hem vloog het puin alle kanten op, waartussen zich ook lichamen bevonden. De twee ontwerpers stapten nu verdwaasd in het rond en begonnen opeens te huilen. Toen kantoorpersoneel van hoger gelegen verdiepingen via trappen bij hen naar binnen stroomde, kwamen ze in actie. Ze renden als bezetenen naar de liften, maar die waren buiten werking geraakt. Hysterisch krabden ze aan de liftdeuren. Een reeks ontploffingen volgde en een verstikkende rook, vermengd met een geur van bloed en verschroeide kleding, trok door de ruimtes. Mensen begonnen te gillen en sprongen radeloos uit de ramen. Een ogenblik later vloog een tweede vliegtuig in een nabije wolkenkrabber en door de enorme explosie bewoog het gebouw nogmaals heen en weer. De chaos was compleet, een grote vuurzee sneed de weg naar beneden af en weldra zegen beide torens ineen. Nostradamus werd voortijdig door de automatische beveiliging van zijn aardse lichaam in de schede teruggetrokken en opende geschokt zijn ogen in zijn werkkamer. Deze aanslag zonder weerga stond voor altijd in zijn geheugen gegrift.



Hoofdstuk 12



De antichrist vernietigt spoedig de drie
Zevenentwintig jaren zal zijn oorlog duren
De ongelovigen: gevangen, dood of verbannen
De aarde bezaaid met kadavers en rode hagel


De Chavigny zat met zijn pen in de aanslag. Zijn meester ging dicteren, hij had last van jicht.
'Schijf op, Christophe: "Uit de hemel komt een koning van terreur."' En noestig doopte hij zijn pen in de inkt en schreef de opgedragen woorden op.
'Oh, wacht eventjes, verander dat laatste maar in "koning der verschrikking".' De klerk schrapte de passage, terwijl zijn baas door het zolderraam de herfstlucht in ogenschouw nam. Christophe wachtte inmiddels achter zijn bureau op een nieuwe versregel.
'De grote Mongoolse leider zal slagen,' vervolgde de geleerde, en opnieuw klonk het getik tegen de inktpot. 'Nee, dat is te duidelijk. Maak er maar van "De leider van Angoulmois zal slagen,"' en wederom corrigeerde hij de tekst.
'Tot slot: "1999, de zevende maand. Na en voor regeert Mars met geluk."'
'Dat is dan over 436 jaar, meester, als ik het goed heb uitgerekend.'
'Nee, zo eenvoudig maak ik het niet. De vervullingsdatum van dit kwatrijn is 2012,' zoog Nostradamus uit zijn duim.
'Oh, dan pas,' mompelde de klerk, die het spoor bijster was.
'Laten we op de veranda gaan zitten, Christophe, het is een van de mooiste nadagen van het jaar,' en beide heren begaven zich naar beneden.
'Zit het werk erop?' vroeg Anne, die met de huismeid oude spullen aan het sorteren was.
'Nee, we gaan buiten werken,' antwoordde haar man, die een paar brieven uit zijn persoonlijke bureau haalde alvorens de huiskamer te verlaten.
'Hé, een nieuwe schommelstoel,' zag de klerk toen ze op de veranda aankwamen.
'Ja, handig om mijn gedachten tot stilstand te brengen,' lichtte zijn baas toe, die op een rieten stoeltje plaatsnam.
'Christophe, ik wil dat je vandaag nog deze brief van bisschop Méandre beantwoordt. De man eist dat ik zijn autorisatie nodig heb voor de uitgave van mijn volgende almanak.'
'Méandre is maar een bekrompen man.'
'Dat vind ik ook, en ik zit blijkbaar in zijn vaarwater. Maar schrijf hem beleefd dat ik zijn eis helaas niet kan inwilligen en wel om de volgende redenen. De inhoud van mijn almanak is niet godlasterend en doet geen afbreuk aan de Kerk. Bovendien kan ik met restricties mijn werk niet verrichten.' Christophe beloofde het te doen, toen Anne de zakelijke beslommeringen onderbrak.
'Pauline komt ziek binnen, wil jij even kijken?' vroeg ze ongerust. Haar man stond op om zijn dochter te onderzoeken. Die zat zielig in een hoekje van de huiskamer weggekropen.
'Laat papa eens naar je kijken, lieverd,' verzocht hij en ze kwam uit haar schulp. Ze zag er wat pips uit.
'Volgens mij heb je gewoon een kou gevat. De zomer is voorbij, hoor! Voortaan weer je jas aantrekken, en hij plaatste haar aan tafel.
'Ik maak voor jou een warm drankje en na inname ervan ga jij naar bed, totdat je weer beter bent. Afgesproken?' Het meisje knikte timide. Hij ging naar de keuken en keerde even later met een kruidenmengsel terug.
'Tot de bodem leegdrinken!'
'Jakkes,' mekkerde Pauline na de eerste slok en ze weerde het drankje af.
'Kom kom, als je beter wilt worden, moet je er wat voor overhebben,' en toen ze het medicijn ophad, bracht hij de patiënt naar bed toe. Weer terug bij zijn secretaris hervatte hij het werk. Ze spraken uitvoerig over de nieuwe almanak, die nog deze week klaar moest zijn.
'Wipneus, wipneus, wipneus,' plaagde een kind opeens.
'André, laat mijnheer De Chavigny met rust! Hij kan beter Engels schrijven dan jij en ik bij elkaar.' De jongen kwam achter een struik vandaan en bezon zich op wat anders.
Misschien geef ik mijn kroost te weinig aandacht, peinsde vader en hij bedacht iets leuks.
'André, kom eens!' Zijn zoon kwam uit de tuin aangelopen.
'Vraag aan je broertjes en zusjes of ze zin hebben om een vuurtje te stoken bij de rivier.' De jongen rende enthousiast weg.

Na het middageten verdween Christophe naar boven en de geleerde maakte zich in de huiskamer op voor zijn kinderen.
'Wie ging er nou mee naar de Touloubre?' wilde hij weten.
'André, César en ik,' antwoordde Paul, die brutaal in de stoel van pa hing.
'Verder niemand?' Maar er bleken niet meer gegadigden te zijn.
'Dan wordt het een mannelijk onderonsje,' stelde Michel vast, die de tondeldoos bij de schoorsteen meenam.
'Neem ook een paar hengels mee,' zei Anne, 'dan kunnen we morgen vis eten.' Haar echtgenoot haalde het vistuig uit de schuur en de mannen vertrokken.
'Jullie zijn een emmer vergeten,' riep ze hen na, maar ze hoorden het al niet meer en verlieten het stadje via een sluipweg. Dit om de aanbidders van vader te vermijden.
'Sapperloot, een emmer vergeten mee te nemen,' ontdekte deze halverwege de Laan van Platanen.
'Ik ga wel terug,' bood César aan, en op den duur haalde hij hen met de emmer weer in. Ze bereikten de rivier, die ten zuiden van Salon stroomde, en bakkeleiden over de juiste stek.
'Bij de cipres aan de overkant is écht de beste plek om te vissen,' hield Paul vol. Ze besloten zijn raad op te volgen en liepen over de Romeinse loopbrug heen.
'Ik word volgende week acht jaar,' verkondigde André, toen ze zich op de andere oever begaven.
'Dat zal ons niet ontgaan, zoon, maar gaan we nu eerst vissen of een vuurtje stoken?' Paul had zijn hengel al uitgegooid en ze volgden opnieuw zijn voorbeeld.
'Wil jij het aas aan mijn haak doen, César?' vroeg vader, die last had van zijn vingers, en de jongen plantte er een stukje deeg aan. Met z'n vieren zaten ze zo gezellig langs de waterkant en Paul kreeg beet.
'Waarom altijd eerst bij jou?' riep André jaloers.
'Ik doe dit vaker,' gaf zijn broer te kennen.
'Oefening baart kunst,' beaamde Michel en ze tuurden weer naar de dobbers.
'De gilden zijn bezig een school op te richten,' merkte César op, 'daar zou ik graag naartoe willen.'
'Prima, ik zie mijn nakomelingen graag hun hersens gebruiken,' reageerde vader. 'En wat vind jij van school, Paul?'
'Tja, wel leuk, maar ik hou meer van muziek. Hebbes!' en hij haalde een baars omhoog. 'Zaterdag ga ik trouwens met Lisette muziek maken in de Tamboerijn,' zei hij, terwijl hij zijn vis in de emmer deed.
'Is dat niet de dochter van De Craponne?' vroeg Michel.
'Ja, dat klopt. Lisette speelt vedel. Ze is bezig een stuk in te studeren voor de opening van het kanaal, dat volgend jaar tot Salon wordt doorgetrokken.' César en André vingen ondertussen ook een vis.
'Bij mij willen ze maar niet bijten...'
'Het is ook een bepaalde slag, pap,' meende Paul, 'en dat heb je nou eenmaal of je hebt het niet.' Plotseling verdween vaders dobber diep onder water en uit alle macht trok hij zijn hengel op. Een boze reuzeninktvis schoot daarop de lucht in en strekte zijn tentakels naar hem uit. Overdonderd werd de ziener in de wurggreep genomen om vervolgens in doodsangst weerstand te bieden. Toen hij dreigde te stikken, loste het monster ineens op.
Pff, waar is dit nu weer een voorbode van? dacht hij, terwijl hij op adem kwam van het drogbeeld.
'We hebben nu wel genoeg vissen, zet de volgende maar terug,' zei hij tegen zijn zonen, die niets aan hem hadden gezien.
'Laten we dan nu dat vuurtje maar gaan stoken,' stelde André voor, en de hengels werden terzijde gelegd. Na het verzamelen van afgevallen hout flakkerden er even later grote vlammen voor hun ogen.
'Kunnen we er niet alvast een visje op gooien, ik heb honger,' opperde Paul.
'We hebben net gegeten,' zei César.
'We nemen alle vissen voor moeder mee,' besliste vader, 'die gaat ze morgen lekker bakken.' Toen het vuur was uitgebrand en het fris begon te worden, besloten ze huiswaarts te keren.
'Wat loop je toch met die zware kei te zeulen, André?' vroeg Paul toen ze de brug overstaken, waarop zijn broertje de steen de rivier in knikkerde. Onder gespetterd keek vader nog even angstvallig of er geen boze tentakels uit het water rezen.

Koning winter hield het land in zijn greep. De temperatuur was in enkele dagen drastisch omlaag gegaan en het was ongekend koud. Op het nauwe plein in hartje Salon arriveerde een boevenwagen begeleid door bereden gendarmes en ze hielden halt bij nummer twee. Terwijl sommige buren verbaasd uit de ramen hingen, stegen de agenten van hun paard af en de bevelhebber klopte met een stram gezicht aan. Nostradamus verscheen lichtschuw voor het raam en begreep nu pas het voorteken van een maand terug.
'Michel de Nostredame, in naam der wet, u bent gearresteerd,' verkondigde de hoofdagent toen de geleerde opendeed. Hij kreeg stipt één minuut de tijd om kleding te verzamelen en afscheid te nemen van zijn gezin. Anne kwam te laat aangelopen en zag met lede ogen aan hoe haar man met een plunjezak op de wagen verdween.
'Michel!' gilde ze door de straten. De hele stad was in rep en roer. De alom geprezen wetenschapper trok geboeid aan de stedelingen voorbij en de vreemdste geruchten deden meteen de ronde. De oude arrestant werd naar het kasteel van Marignane buiten Marseille gebracht en daar als een ordinaire boef achter slot en grendel gezet. Later op de dag kreeg hij bezoek van de gouverneur van de Provence.
'Het spijt me verschrikkelijk, Michel,' begon zijn vriend, die er lijkbleek uitzag. 'Bisschop Méandre heeft mij gedwongen je te laten oppakken wegens je afwijkende publicaties. Hij dreigt mij ook voor het gerecht te slepen, indien ik niet meewerk. Er lopen namelijk nog een aantal gevoelige kwesties uit mijn verleden.'
'Ach, het is mijn fout geweest, ik moest zo nodig publiceren. Als ik mijn gezin maar terugzie...'
'Er is nog meer slecht nieuws,' somberde Claude de Tende. 'Er is een aanslag op de paus geweest. Hij heeft het overleefd, maar je vriend Rabelais niet. Hij is vermoord.' Nostradamus kreeg nog een klap te verduren.
Vroeger had ik dit kunnen voorzien, mijmerde hij. Toen was ik nog zuiver, maar het succes is me naar het hoofd gestegen, dacht dat niemand me wat kon maken.
'Ik ben een ziener van niks, Claude,' zei hij toen.
'Dat is niet waar. De bisschop heeft echter meer in de melk te brokkelen dan wij allen konden vermoeden.
'Ja, en ik moet me nu tegen die hoogste baas van de Kerk verdedigen, waarvan de uitslag op voorhand vaststaat. In het beste geval wordt het een slepend conflict van jaren, waar ik aan ten onder zal gaan.'
'Laten we toch maar hopen op een goede afloop,' zei de gouverneur, 'en ik verzeker je nogmaals, ik sta machteloos.' De Tende nam afscheid van zijn vriend.
In de gevangenis deed Nostradamus elke dag oefeningen om gezond te blijven, maar na een week in de kou begon hij ernstig te verzwakken. Zijn ouderdom en de reuma speelden hem parten en uiteindelijk bleef hij mistroostig op de rustbank liggen. Hij staarde maar wat door het getraliede venster naar buiten. Het sneeuwde, een zeldzaamheid hier in het zuiden van Frankrijk. Enkele vlokjes dwarrelden door het raampje heen en vielen op zijn verkleumde handen.
Dadelijk verkommer ik nog voordat ik me sowieso in de rechtszaal kan verdedigen, jammerde hij. Ach, laat ik mijn tijd niet verkwanselen aan gemier, en hij sloeg de dekens om zich heen.
Vertrouwen, dat is alles wat ik kan doen, vertrouwen,' en van uitputting vertrok zijn geest met de noorderzon.

Een karavaan trok gestaag door een woestijn in de richting van het besneeuwde hooggebergte. De stoffige wind vanuit het zuidwesten bemoeilijkte de tocht van de groep, waar vrouwen en kinderen de rijen sloten.
'Hu, voort!' riepen de ezeldrijvers herhaaldelijk. Eindelijk verlieten de vluchtelingen met hun volgepakte lastdieren de dorre vlakte en trokken voor beschutting de voorlopers van het gebergte in.
'Hier gaan we ons kamp opzetten,' beval de hoofdman met de blauwe tulband toen ze een rotsachtige vallei betraden. De karavaan kwam tot stilstand en het getergde volk kreeg de gelegenheid om uit te rusten. Enkele dragers haalden flessen water van de ezels af en deelden die uit.
'Wees er zuinig mee,' waarschuwde de leider, 'we moeten er nog een paar dagen meedoen.' Hoog op een rode rots sloeg een bergbewoner de stoet gade.
'Beshir, ga jij eens naar die man en vraag wie hij is,' gebood zijn baas, 'zo te zien is het een Pashtun.' Beshir beklom de rotspartijen en na enige tijd bereikte hij de onverschrokken man, die een lang, bruin gewaad droeg.
'Mag ik u vragen wie u bent?' vroeg de verkenner, die zuchtend de laatste stenen partijen beklom.
'Noem mij maar Discute,' zei de vreemdeling terug. Zijn dikke baard wapperde door de wind, terwijl hij zelf roerloos in de zon bleef staan.
'Ik heet Beshir en wij zijn Pathanen, die helemaal uit het noorden komen. We zoeken een veilige toevlucht in de bergen.'
'Dan raad ik u dringend aan deze vallei onmiddellijk te verlaten, want een helse regen zal dit dal binnen twintig minuten compleet verwoesten.' De verkenner keek hem verbaasd aan.
'Ik verzoek u vriendelijk dit aan mijn leider te melden,' zei hij ten slotte. Samen daalden ze de rotsen af en bereikten spoedig het kamp, waar Beshir de zonderling aan zijn baas voorstelde.
'Hebben wij elkaar niet eerder gezien?' vroeg die laatste.
'Voor zover ik weet niet,' antwoordde de bergbewoner.
'Dus deze vallei staat op het punt vernietigd te worden? Vanwaar deze veronderstelling?'
'Ik sta in verbinding met het al,' beweerde de bergbewoner. 'Daar rechts beneden in de kloof vindt u een grot waarin u allen kunt schuilen.'
'Klopt dat van die grot?' vroeg de hoofdman. Beshir knikte. De leider dacht een moment na en wenkte toen een van zijn mannen.
'Alalaam, breng alle vrouwen en kinderen en de helft van onze mannen nu direct naar de grot die Beshir je zal aanwijzen. De anderen zetten het kamp verder op.' Alalaam splitste in allerijl de Pathanen op en met Beshir voorop daalden honderden stamgenoten de kloof af.
'Ik kan u helaas niet vrij laten gaan,' liet de hoofdman Discute weten. 'U moet met ons de grot betreden, omdat we stellig rekening houden met verraders,' en zijn mannen hielden hem onder schot. 'Maar als u gelijk hebt, zullen we u zeer dankbaar zijn en rijkelijk belonen,' en de zogenaamde profeet werd gedwongen mee te gaan.
'Er is weinig tijd meer,' zei deze ernstig, terwijl ze afdaalden.
'Ik ben benieuwd,' reageerde de leider, en even later betraden ze de grot, waar de eerder vertrokken groep zich al had verschanst.
'Het is een doorlopende tunnel, baas,' riep Beshir, die juist aan kwam lopen. 'Hij loopt tot de volgende vallei door en...' Plotseling deed een gigantische explosie de berg op zijn grondvesten schudden en door de schok sloegen de wachters bij de ingang meters de grot in. Grote brokken steen vielen gevaarlijk uit het plafond en bijna iedereen tuimelde om. De rust keerde terug en de Pathanen kwamen aangeslagen overeind.
'Dat was me een opdoffer van jewelste,' mompelde de hoofdman, die het stof van zijn kleding afsloeg. De schade bleek binnen mee te vallen; er waren slechts enkele lichtgewonden. Haastig begaf de leider zich met met zijn vertrouwelingen naar buiten toe om te zien hoe het met zijn andere mannen stond. Een ongekend grote bom had de vallei compleet verwoest en in een puin achtergelaten. Van het opgeslagen kamp met hun strijdmakkers bleek niets over te zijn. Het was exact zoals de vreemdeling voorspeld had. Bedompt keerde het groepje terug, waarna de hoofdman zijn gast ogenblikkelijk opzocht.
'Ik heb me nog niet voorgesteld, Sjeik Bin Laden. U bent nu vrij om te gaan. Hoewel ik van harte hoop dat u ons met uw gaven bijstaat.'
'Ik sta de gehele mensheid ten dienste, en ik zal met u optrekken totdat het gevaar geweken is,' gaf de profeet aan.
'Dat stemt mij zeer tevreden. Is Mohammed nog in orde?' vroeg Bin Laden aan Alalaam.
'Ja baas, hij herpakt zijn muilezel.'
'Zeg hem dat we hier blijven rusten en voortaan 's nachts verder trekken,' en zijn hulp verdween in de nauwe gang vol afgepeigerde vluchtelingen.
'De vijand zal ons niet te pakken krijgen!' riep Bin Laden iedereen moed in. 'Allah heeft ons zojuist zijn zoon toegestuurd,' en zijn volk juichte hen toe.
'Rust nu allen uit, want vanavond trekken we verder,' vervolgde hij. 'Yasser, geef onze dappere redder dekens en voedsel.' De handlanger nam Discute mee de tunnel in en ze passeerden enkele soldaten die wapens gereedmaakten. Van een gesluierde vrouw kreeg de nieuwkomer de benodigde spullen toebedeeld.
'Navenant weinig vrouwen en kinderen,' verwonderde deze zich.
'Alle vrouwen en kinderen zijn van Osama,' verduidelijkte Yasser. Na gegeten en gedronken te hebben rustten de Pathanen uit, op enkele wachters bij de ingang na. Toen de avond was gevallen verzocht Bin Laden zijn mysterieuze gast om de Jirga bij te wonen, die dat goed vond. Ze liepen samen naar de raad, toen de sjeik opeens een ingeving kreeg.
'Nú weet ik waar ik jou van ken,' zei hij. 'Jaren geleden heb ik een inspirerende droom gehad, waarin een oude, wijze man mij vanuit een wolkenkrabber toewenkte. Jij was dat!' Op slag kreeg Nostradamus zijn tegenwoordigheid van geest terug en hij overzag zijn wonderlijke situatie.
Wel heb ik ooit, ik heb de aanvoerder op zijn wenken bediend. Zoals de opgeroepen geest uit de wonderlamp van Aladdin. De moslim moet over bijzondere vermogens beschikken, en nog beneveld probeerde hij alles op een rijtje te zetten. Een aantal wijzen zat al in conclaaf en Osama en zijn gast namen plaats.
'Onze strijders zullen de heilige oorlog blijven voeren,' sprak ene Mullah, wiens gezicht achter een doek verborgen zat.
'Maar hoe dan? We houden amper stand en het overwicht van de ongelovigen is groot,' zei een ander raadslid. De militante Ahmad roerde zich nu.
'Eerst moeten we ons in de bergen zien te redden en daarna slaan we vernietigend terug,' stelde hij voor.
'Goed, we willen allemaal de strijd tegen de christenhonden voortzetten,' vatte Mullah het samen, 'daarom pleit ik voor een beslissend laatste gevecht, en Allah zal ons tot de overwinning leiden.'
'Nee, als we de strijd tegen de Amerikanen willen winnen, dienen we juist te ontsnappen,' merkte Osama kritisch op. 'Bovendien zijn we militair gezien geen partij.'
'Wat had jij dan in gedachte? Onderduiken in Jalalabad of de grens over?' vroeg Mullah.
'Ik dacht inderdaad aan Pakistan, waar we ons kunnen beraden op nieuwe aanslagen tegen het Westen op alle fronten.' Een aantal wijzen was het met hem eens.
'Wat vindt Discute ervan?' vroeg Bin Laden.
'Tja, ik ben geen strateeg,' zei deze, die inmiddels begreep dat hij niet in een vredelievend nest verzeild was geraakt.
'Voorzie je niet bepaalde gevaren?'
'Nee, ik krijg niets door,' antwoordde hij op zijn tellen passend. De raad besloot uiteindelijk de grens met Pakistan via de Khyber Pas over te steken. De oversteek door de grillige bergen was zeer riskant, maar eenmaal in het buurland zouden ze veilig tussen bevriende stammen opgaan. Beshir maakte ondertussen iedereen wakker, omdat het tijd was om verder te gaan. Terwijl de stoet langzaam in beweging kwam, begaf de helderziende zich aan de zijde van de sjeik.
'Ben je een soenniet?' vroeg Osama vluchtig.
'Nee, dat ben ik niet.'
'Sjiïet dan?' maar Discute gaf aan dit ook niet te zijn.
'Je bent toch wel een moslimbroeder, hè?'
'Ik gedraag mij volgens de regels van het opperwezen. God of Allah wordt hij genoemd,' antwoordde de mysticus recht door zee.
'Nou, laat dat maar niet aan de anderen horen. In ieder geval ben je tegen de Amerikanen.' Het konvooi kwam kort tot stilstand, omdat de tunnel te krap was voor een vlotte doorgang.
'Waarom voeren jullie oorlog?' vroeg Discute.
'De Amerikanen zijn permanent aanwezig in Saoedi-Arabië en bezoedelen daarmee het heilige land,' antwoordde de sjeik.
'Amerikanen? Dat zijn toch de bewoners van de Nieuwe Wereld?'
'Ben je in de tijd blijven steken of zo? De kruisvaarders komen inderdaad van verre, maar van de Nieuwe Wereld? De verpeste wereld zul je bedoelen,' en zijn mond vertoonde een wreed trekje.
'Waarom bombarderen die Amerikanen jullie?'
'We hebben aanslagen gepleegd om hun macht te breken,' legde Osama uit.
'Zoals die aanslag op de wolkenkrabber?'
'Ja, en jij bracht me op het idee, maar je vraagt me wel het hemd van het lijf,' zei hij geïrriteerd en hij maakte een eind aan het gesprek.
Verhip, het is de in de Bijbel genoemde antichrist, begreep Nostradamus ineens. Ik heb aan de leiband gelopen van de toekomstige zoon van het verderf. Mijn beproevingen zijn waarlijk bizar. Gaandeweg bereikten de strijders de buitenwereld en de kust leek veilig. Het konvooi trok vervolgens onder de blote hemel over een rotsachtige vlakte, waar zich aan weerskanten bergketens bevonden. De stoet schoot niet bijster snel op en het baarde de sjeik zorgen.
'Een helikopter, verberg je allemaal!' riep hij plotseling. In de verte klonk een monsterlijk geluid, dat vlug dichterbij kwam, en ijlings verscholen de volgelingen zich in holen en spleten en ze gaven geen kik meer. Een zoeklicht van de helikopter bescheen routinematig het onherbergzame landschap om spoedig weer te verdwijnen, waarna de leider beval om door te marcheren. De weersomstandigheden veranderden en speelden hen in de kaart: de opkomende wolken hielden de stoet uit het zicht. Na een lange tocht wees Beshir een grot aan, waarin zijn volk zich overdag zou verstoppen. Toen het begon te regenen werden de laatste ezels de schuilplaats in getrokken en de overspannen Arabieren konden even op adem komen.
'Ik heb slecht nieuws,' zei Bin Laden intussen tegen zijn handlangers. 'De kruisvaarders maken een tangbeweging en kammen daarbij alle grotten uit.'
'Dan zijn we verloren!' jammerde Alalaam.
'Nee, deze bergen kunnen onmogelijk worden afgegrendeld,' reageerde zijn baas.
'De Amerikanen gaan vast en zeker lokale stammen omkopen, die ons zullen verraden,' suggereerde Ahmed.
'De bergbewoners zijn allemaal trouw aan mij,' verzekerde de zwijgzame Mullah.
'Wellicht dat onze vriend Discute nog meer signalen van boven krijgt,' zei de sjeik. Maar die hield zich afzijdig en was niet van plan zijn spel mee te spelen. Een paar uur later werden de bewakers onverhoeds bij de ingang beschoten; een Amerikaanse eenheid had hen ontdekt.
'Opstaan en doorlopen!' beval de leider onmiddellijk. De militante discipelen bepakten zich razendsnel en trokken dieper de berg in. Toen bliezen getrouwen de ingang van de grot op; de weg voor de vijand was voorgoed versperd en voor het moment waren ze veilig. Beshir leidde de groep in hoog tempo door verschillende gangen en even later kwamen ze weer in de openlucht terecht. Ditmaal op een woeste bergkam, waar een hevige sneeuwstorm woedde. Op de gladde berghelling was bijkans geen hand voor ogen te zien, maar de taaie Pathanen lieten zich er niet door weerhouden. Langzaam maar zeker trokken ze over de ruige toppen, waar een neergestort vliegtuig van vroeger lag. Uit de sneeuw kwam pardoes een bevriende Pashtun aangelopen en na een kort gesprek met deze bergbewoner werd besloten een ander pad in te slaan.
'Wat is er aan de hand?' vroeg Discute blauw van de kou.
'De gebruikelijke doorgang wordt gecontroleerd door vijandige Afghanen en bij de grens staat het Pakistaanse leger klaar,' antwoordde Yasser. Vastberaden ploeterden de gelederen langs ravijnen en granieten spitsen naar het oosten toe. Ondanks het barre weer lukte het hen om de andere pas naar Pakistan te bereiken en voorbij de grens werd er kort gepauzeerd.
Naderhand verzamelde de sjeik een select groepje, waaronder zijn familieleden, en gaf zo'n honderd overgebleven krijgers opdracht naar het dorp Peshawar op te trekken. Hun baas zou elders onderduiken, maar hield verstandig geheim waar.
'Mannen, onze wegen gaan zich nu tijdelijk scheiden,' riep Bin Laden om. 'Mocht ik het niet overleven, dan zien we elkaar in ieder geval in het paradijs.'
'Lang leve Osama,' scandeerden ze.
Het zijn dappere kerels, maar ze worden in een handomdraai aan de kant geschoven, dacht Nostradamus. Hun rol is uitgespeeld.
'Discute, ik zou graag willen dat je met ons meekomt,' verzocht Bin Laden, 'want je goddelijke gaven zullen ons nog van dienst kunnen zijn.'
'Ik zal meegaan zolang het mij beschoren is,' zei hij terug. Het selecte groepje begaf zich met twee muilezels naar het noorden, terwijl het gros van de mannen naar het zuiden trok.
'Was het niet verstandiger geweest om ook naar het zuiden te gaan, waar onze geestverwanten wonen?' vroeg Alalaam onderweg.
'Nee hoor, daar zoeken de Amerikanen ons juist,' antwoordde de sjeik. Na enige tijd kwamen ze vanuit het gebergte op een steppe terecht, waar twee auto's met laadklep bij een kreek stonden opgesteld. Voor de zekerheid verborg het groepje zich achter een rotspartij, waarna Beshir een fluitteken gaf.
'Zindibad Osama,' was het antwoord bij de plas.
'Het is in orde,' stelde Beshir iedereen gerust en ze liepen door. Bij de kreek sprongen ze in de gearrangeerde terreinauto's en ze maakten dat ze weg kwamen. Na uren over hobbelige zandweggetjes gereden te hebben, bereikten ze een vervallen gebouw. Het stond op een kale, verlaten vlakte, omringd door witte bergen.
'Welkom in Bar Chamarkand,' gekscheerde de sjeik. Ze stapten allen oververmoeid uit en betraden het huis, dat een tiental geërodeerde kamers besloeg. De wind had er vrij spel, want het ontbeerde alle vensters aan luiken.
Een naargeestig optrekje, vond de ziener maar. De vrouwen kregen een eigen vertrek toebedeeld en de mannen namen bezit van de hoofdzaal, waar ze hun geweren aflegden. De kinderen mochten even buiten spelen, die zouden de vijand eerder misleiden dan aantrekken.
'Hier is wat te drinken, Discute,' riep Mullah. Die ving het toegeworpen blikje cola tegen zijn verwachting in op.
Verrek, mijn geesteskracht is gegroeid, stelde hij tevreden vast. De uitgeputte strijders gingen op matrassen liggen en Discute leunde intussen tegen de raampost aan. Buiten hield een dochtertje van Osama zich bezig met een vlinder van gekleurd glas. Nostradamus wilde het meisje zijn aandacht schenken, toen ze opeens weg was. Weldra stak ze onverwachts haar hoofdje lollig boven de vensterbank uit.
'Kiekeboe!' riep ze en haar ogen straalden van geluk.
'Hallo jonge meid,' zei hij ontroerd. De zonnige ontmoeting werd echter meteen verbroken.
'Discute, kom eens kijken, dit zal je wel interesseren,' riep haar vader, die zich verschoond had en nu in legerkleding rondliep. Een draagbare televisie liet het vliegtuig zien dat met opzet de wolkenkrabber in vloog, waarin Nostradamus op dat moment aanwezig was geweest. De mannen zaten allemaal gepassioneerd naar de beelden te kijken.
'Osama Bin Laden, het brein achter de aanslagen op de Twin Towers, is met andere kopstukken uit het Tora-Boragebergte weten te ontsnappen,' vertelde een nieuwslezer. 'De Saoedische moslimfundamentalist, rijk geworden door drugsgeld, heeft bijna mythische proporties...'
'Dat is een leugen!' schreeuwde er één doorheen.
'De meest gezochte terrorist ter wereld is erg populair onder de Afghaanse en Pakistaanse bevolking, omdat hij voor wapens, trainingen, voedsel en medicijnen zorgt. De gouden tip, die leidt tot de aanhouding van Bin Laden, is een slordige zevenentwintig miljoen euro waard.'
'Ik heb wel genoeg gezien,' zei Osama en terwijl hij wegliep kregen zijn mannen zijn foto voorgeschoteld. Beshir liep intussen met een aantal dozen te sjouwen en de toekijkende Discute nam een slok cola.
Echt constructief zijn deze lieden niet, dacht hij, toen hij een plof in een van de vertrekken hoorde. Benieuwd liet hij de strijders achter, die aan de buis gekluisterd zaten, en onderzocht de ruimtes.
Waar zijn al die vrouwen toch gebleven? vroeg hij zich af. In een provisorisch kantoortje bleek een doos te zijn omgevallen. Een met palmbomen verfraaide doos was kapotgegaan en een aantal documenten lag verspreid over de grond. Hij boog zich over de papieren heen en scherpte zijn ogen.
Oei, hier zal Einstein niet blij mee zijn. De informatie ging over het vervaardigen van een kernbom.
'Zo, je bent dus toch een Amerikaanse spion,' zei Bin Laden opeens, die ongemerkt achter hem was komen staan, 'ik had het kunnen weten,' en hij riep zijn handlangers.
'Alalaam, sluit deze verrader op!'
'Maar hij heeft ons leven gered?'
'Hij wilde zich infiltreren,' zei de leider onverbiddelijk, en de valse profeet werd in een berghok opgesloten, waar hij weer helder kon nadenken.
Als het goed is, moet ik nu vanzelf in mijn cel in Marignane terechtkomen, dacht hij, maar er gebeurde helemaal niets.
Jemig, mijn volgende patroon dat doorbroken moet worden. Toen hoorde hij sleutels rinkelen en de deur van het hok werd opengedaan. In het lichtschijnsel stond het dochtertje van Osama met een papieren kroontje op haar hoofd. Ze glimlachte.
'Michel, je bent weer een vrij man!' sprak de gouverneur van de Provence, wiens stem hem in de werkelijkheid terugbracht.
'Dankjewel jongedame,' zei de geleerde terug, en met veel moeite stond hij van zijn brits op.
'Je raaskalt vriend, ik hoop dat je niet gek geworden bent.'
'Het is al goed, het tij is gelukkig gekeerd,' en hij strompelde naar hem toe.
'De aanklacht tegen je is geseponeerd,' verklaarde Claude zich nader, terwijl de ziener zijn neus weer buiten de tralies stak.
'Leve de koningin!' riep deze schor. Claude zweeg, maar zijn gezichtsuitdrukking sprak boekdelen.
In Salon werden er liederen voor de teruggekeerde held ingezet, die wankel vanaf het slaapkamerbalkon zijn bewonderaars toewuifde. Onder de toestromende menigte was ook het voltallige gemeentebestuur.
'Maak je het niet te lang, Michel? Je valt bijna om,' verzocht Anne bezorgd. Hij beloofde het kort te houden.
'Lieve familie, vrienden en stadsgenoten, ik ben weer op vrije voeten,' ving hij aan, waarop het volk hem toe jouwde. Vervolgens hielden ze zich weer gedeisd om hem uit te laten spreken.
'Gedachten zijn echter niet gevangen te zetten en in mijn cel heb ik een hoop visioenen gehad, die ik gewoon weer ga publiceren. Uit het duister komt namelijk het licht tevoorschijn. Helaas moet ik het hierbij laten, omdat mijn lichaam rust nodig heeft.' De verzwakte geleerde sloot daarop de balkondeuren en ging toen rechtstreeks naar bed.



Hoofdstuk 13



Tot aan Donau en Rijn komt drinken
Een kameel zonder berouw
Bij Rhône en Loire barst geweld los
De haantjes vertrappen hen bij de Alpen


Vannacht zou het een goede gelegenheid zijn om César een rondleiding langs de sterrenbeelden te geven en Nostradamus zocht zijn zoon.
'César ergens gezien?' vroeg hij beneden aan Anne, die met haar voeten in een teiltje warm water zat.
'Wel, in de namiddag deed hij nog een klusje in het gemeentearchief. Maar waar hij nu is, weet ik niet. Hoezo?'
'De sterren zullen vannacht gaan schitteren en ik wil hem inwijden,' lichtte hij toe. De jongen was echter onvindbaar en vader besloot op zolder nog wat werk te verrichten. Deze kamer, waar Christophe meestal zat, gebruikte hij al een tijdje niet meer om te mediteren. Afzondering was niet meer nodig. Zijn bovennatuurlijke gaven waren in de jaren versmolten met het drukke gezinsleven en de nodige stilte lag in zijn hart verankerd. Toen hij net de laatste hand legde aan een horoscoop voor een klant, kwam zijn zoon binnenlopen.
'Als dat mijn César niet is,' zei hij goedgemutst.
'Gaan we hemellichamen bekijken, pap?' vroeg de puber, die de flessen met embryo's in de uitstalkast wat bekeek.
'Je komt op een uitgelezen moment, jongen,' en vader sloeg zijn boek dicht. Hij stond op, opende het dakraam en ontkleedde het manshoge kijkglas, dat eronder was opgesteld.
'Je bent al bijna net zo lang als ik,' mompelde hij, zijn zoon in ogenschouw nemend.
'Welnu, ik zal eens kijken of... Daar is ze! Kijk César, een handlengte boven de laatste zonnegloed. Mercurius, de planeet van het verstand en de geestelijke vermogens, iets meer dan achtentwintig zodiakgraden van de Zon verwijderd.'
'Ik zie alleen een kleine, roze stip,' merkte César op, die door het apparaat tuurde.
'Klein maar fijn, maar goed, je moet ervan leren houden. Jongens houden meer van spektakel,' en vader richtte het toestel vervolgens op de maan. 'Kijk nog maar eens.'
'Wauw, dit is mooi,' zei César.
'Verwondering is het begin der wijsheid,' droeg vader voor. En toen het even later goed donker was, liet hij zijn zoon alle uithoeken van de hemel zien, zoals grootvader destijds met hem had gedaan.
In juni was het feest in de stad. Bertrand en consorten hadden eindelijk het kanaal van Craponne tot aan Salon uitgegraven en onder veel bekijks werd het irrigatiekanaal geopend. Nadat de ingenieur van het project eigenhandig de sluis opendraaide en het water langs stroomde, werd er na luid applaus een ingestudeerd muziekstuk gespeeld. Anne wilde de feestelijke huldiging thuis nog eens dunnetjes overdoen, omdat haar man wegens reuma niet in staat was geweest erbij te zijn. Zijn broers Antoine en Julien waren met aanhang uitgenodigd en vanzelfsprekend was Bertrand ook van de partij. In de tuin waren lange eettafels geplaatst, omdat de familie in de loop der jaren flink was uitgebreid. De hoeveelheid kinderen was overstelpend. Het kroost van eigen bodem rende kriskras tussen de volwassenen door en het was een drukke bedoening. Michel had speciaal voor deze gelegenheid een vaatje champagne uit Reims laten overbrengen en de vier broers beklonken het afgeronde project. Achter in de tuin waren de vrouwen ondertussen kip aan het braden.
'Laat ook wat voor ons over, weledelgeleerde heren,' riep Anne, terwijl ze het spit ronddraaide.
'Zonder ons zijn ze hopeloos verloren,' fluisterde ze de dames toe, die inmiddels aan haar vrijzinnigheid gewend waren. Bertrand vertelde met bravoure sterke verhalen en de kinderen waren niet van hem weg te branden, maar toen de kip eenmaal gaar was, moest hij zijn nederlaag bekennen. De vrouwen brachten het gevogelte op tafel en deelden het onder de wellustelingen uit.
'Nee, dank je wel,' zei Michel als enige.
'Hè, laat je dat gebraad aan je neus voorbijgaan?' vroeg Julien. 'Dat was vroeger je lievelingsgerecht.'
'Vroeger ja, maar nu leef ik bij de geuren der natuur.'
'Sla eens een dagje over Michel, het is vandaag feest,' verzocht Bertrand.
'Nee, ik moet aan mijn gezondheid denken,' zei de geleerde pertinent.
'Een klein stukje voor de gezelligheid dan,' soebatte Antoine, maar zijn broer bleef volharden.
'Dan schenk ik je nog wat champagne in, of is dat ook al niet goed voor je?' vroeg Bertrand.
'Een half glaasje dan,' zei Michel afgemeten, waarna de kippen werden verschalkt.
'Heerlijk dames, het is niet te versmaden,' prezen de mannen hen. Even later kwamen de financiën aan de orde.
'Dat was een goede tip van je, Bertrand, die investering in het kanaal,' zei Anne. 'Goede rente en de waarde van de aandelen is gestegen. We willen graag nog eens honderd kronen extra investeren.'
'Fijn te horen, gaan we regelen,' antwoordde de ondernemer tussen het kluiven door.
'Het heeft wel negen jaar geduurd voordat het kanaal hier was,' zei Michel kritisch. 'Dat is ongeveer twee kilometer per jaar. Een slak doet er sneller over.'
'Bespot me maar broer, de verdiensten staan immers toch zwart op wit,' reageerde Bertrand, die zichzelf bonen opschepte.
'Als jullie nog eens een geschil krijgen, dan kan ik jullie juridisch advies geven. We houden natuurlijk alles in de familie,' grapte Julien de advocaat, die kwistig van de champagne dronk.
'Worden jullie niet knettergek van al die mensen die continu voor jullie huis staan?' vroeg Sabine, de echtgenote van Julien.
'Ja, dat is het nadeel van beroemd zijn,' antwoordde Michel, terwijl een van de kleintjes tegen het tuinhek aanliep.
'Iedere kluns klimt zo over die omheining heen,' merkte Bertrand vervolgens op. 'Het verbaast me trouwens dat jullie nog geen last hebben van indringers.'
'We moeten het huis inderdaad beter beveiligen, en een opknapbeurt is ook nodig,' gaf zijn broer toe.
'Dan heb ik een goed idee,' zei Bertrand. 'In Avignon staat een schitterend huis leeg dat je een paar maanden kunt huren. In de tussentijd verbouw ik jullie huis voor een schappelijke prijs en zijn jullie eventjes verlost van die bedevaartgangers. Twee vliegen in één klap. Nou?'
'Heb je het niet te druk?' vroeg Michel.
'Ach, er lopen altijd opdrachten. Maar de grootste, het kanaal, is af en voor mijn broer de geweldenaar maak ik sowieso tijd. Ik weet op de beste en mooiste materialen de hand te leggen. Alvast één tip: hou de voorgevel sober, zodat de belasting je niet te hoog inschat.'
'Ik word strontziek van die grappen over mijn werk,' reageerde Antoine onverwacht fel.
'Sorry broer, ik overdrijf, het valt best mee met die belastingen,' paaide Bertrand. 'De grote steden wedijveren de laatste tijd zelfs om wie het mooiste gebouw heeft.'
'Ik vind het een plausibel voorstel,' zei Michel ten slotte. 'Wat vind jij ervan, Anne, zullen we een tijdje in Avignon gaan wonen?'
'Het staat al in de sterren geschreven,' antwoordde ze teut.
'Ik zal eerst een goed doortimmerd plan maken,' hernam Bertrand, 'daarna hoef je pas te beslissen.'
'Michel, vertel eens over de toekomst van de mens,' vroeg Elise, die er wat verloren bij zat. Maar hij kreeg niet de kans, omdat André een glas rode wijn voor zijn neus omgooide.
'Dat hoort bij een goed feest,' lachte Bertrand.
'Wat feesten betreft,' haakte Julien erop in, 'volgende maand is er wederom het wekenfeest, doet iemand daar nog wat aan?'
'Ik niet,' antwoordde Michel, die met een doekje in de weer was. 'Jullie misschien?' Maar alleen de advocaat van de familie bleek de joodse tradities nog in ere te houden, in het geheim natuurlijk.
'Voordat ik opstap,' zei Bertrand op het eind, 'wil ik nog een toost uitbrengen op vader en moeder, aan wie wij een heleboel te danken hebben,' en eensgezind hieven de broers het glas.

Toen het bouwplan was goedgekeurd, begon Bertrand direct met zijn werklieden de woning te renoveren. Intussen trokken De Nostredames per koets naar Avignon en nog voor de middag staken ze de herbouwde brug van Avignon over. Ze reden de ongastvrije stad in, waar vader in zijn jonge jaren astrologie had gestudeerd. De straten waren hem nog zeer vertrouwd. En alsof het lot ermee speelde, stond het te betrekken huis aan het Parc des Papes bij zijn oude universiteit, dat wel een andere bestemming had gekregen. Ze stapten uit en brachten hun spullen de woning in. Het deftige huis was volledig gemeubileerd en er was weinig nodig om het verblijf naar wens te maken. Michel had weinig werk meegenomen en had veel tijd over voor Anne en de kinderen. De volgende dag toonde hij zijn gezin de stad vanaf de Rocher des Doms, de rots die hoog boven alles uitstak. Daarna liepen ze met z'n achten door heel Avignon en bezochten onder meer de Rue St-Agricol, waar vader ooit in een armetierig kamertje had gewoond. Nu zat er een winkel met snuisterijen en speelgoed in gevestigd. De familie vermaakte zich prima in de wereldse stad, maar vader kreeg al snel pijn in zijn gewrichten en dat noopte hem dichtbij huis te blijven.
Mijn lichaam lijkt wel elk jaar aan veerkracht te verliezen, mopperde hij, terwijl hij op het bankje in het park plaatsnam, dat de tand des tijds wonderwel had overleefd. Daar bekeek hij de oude eiken van weleer. Ook de bomen hadden nog niet aan kracht ingeboet.
'Michel, we gaan naar de speelgoedwinkel, we zijn zo terug,' meldde Anne.
'Oké, ik red me wel.' Speelgoedwinkel? Terwijl zijn gezin de hort op was, streelde de wind zijn pijnlijke knokkels en jeugdherinneringen kwamen bovendrijven.
De tijd is werkelijk als zand door mijn vingers gegleden, mijmerde hij. Even later keerden Anne en de kinderen met tassen vol terug.
Jeminee, ze lijken op regelrechte koopjesjagers uit de Nieuwe Wereld, dacht hij weer opgewekt, en ze begonnen het speelgoed midden op het veld uit te pakken. Nieuwsgierig stond hij op, maar hij moest weer gaan zitten om zijn schoen dicht te knopen.
Die verdomde jicht, zelfs een rijgsnoer kan ik niet meer vasthouden.
'Michel, kom eens kijken wat we hebben gekocht!' riep zijn vrouw.
'Ja ja, ik kom er al aan,' zemelde hij overeind komend. Intussen sprong André door een rollende hoepel en probeerde César het fraaie kunstje na te doen.
'Je bent te groot voor die hoepel,' meende Madeleine, die even opkeek, om daarna weer verder in de tassen te graaien. Vader was het groepje verwanten genaderd en snuffelde mee. Er waren springtouwen, een bal, poppen, knikkers, een vlieger, plaksel, vilt, te veel om op te noemen. Diane liep met een dikke Chinese pop rond.
Hoe lang zal dat ze zoet houden? dacht Michel, die naast zijn vrouw in het gras ging zitten.
'Doet u ook mee, vader?' vroeg Paul. 'We gaan tikkertje spelen.'
'Doen jullie maar, je moeder en ik kijken wel toe.'
'Ho ho, ik ben geen ouwe taart,' protesteerde Anne en ze rende dartel achter de wegstuivende Paul aan. Zo trokken de dagen voorbij en iedereen genoot van de vrijheid. Mettertijd werden de zonen baldadig en de buurtbewoners narrig. Vader liet hen hun gang gaan, maar toen ze eenmaal slagertje gingen spelen en Paul de buik van Diane met een pennenmes wilde opensnijden, greep hij in.
'Nou is het mooi geweest, hier dat mes en naar je kamer!' zei hij boos en in een handomdraai liepen zijn spruiten weer in het gareel. Op een dag werd de ziener door enkele lieden op straat herkend en schaamteloos belaagd. Weldra stonden ze voor hun huis te wachten en hij besloot voortaan binnen te blijven. Het gezin speelde daarna oeverloos het bordspel Carcassonne, totdat het hen de neus uitkwam. De kinderen hadden echter nog nooit zo veel plezier gemaakt. Op een avond kreeg Michel beelden door van het steenrijke Westen, dat langzaam maar zeker zou ontaarden. Gelijktijdig slofte Pauline met een geplakte punthoed en een zwart lint op de rug zijn kamer binnen.
'Kunnen we niet vaker op vakantie gaan, pap?' vroeg ze.
'Als je later groot bent, mag je zo veel reizen als je wilt,' antwoordde hij, 'de toekomstige Europeanen doen niet anders.' Anne werd de vrijblijvendheid pas na twee maanden beu.
'Ik ben uitgepunnikt,' zei ze op een gegeven moment. 'Ik snak naar ons eigen huis, ik mis zelfs Christophe.'
'Wel, een dezer dagen verwacht ik bericht van Bertrand,' liet haar man weten. Toen de kinderen de volgende dag op zolder een balletje trapten, kwam voor hun ouders de verlossende boodschap. Het huis was klaar. Weer terug in Salon bleek dat vaders aanbidders waren afgedropen. Er stond niemand meer te gluren naar hun huis, dat een ander gezicht had gekregen. Nou eentje dan: Bertrand stond hen op te wachten en hij wees trots op de voorgevel.
'Vakmanschap is meesterschap!' sloeg hij zichzelf op de borst toen ze het rijtuig uitstapten.
'Maar ons huis is er niet gezelliger op geworden,' klaagden de kinderen. Het hele balkon was tegen inbraak verwijderd en de onderste vensters beschikten nu over tralies. Verder had de nieuwe, sterke voordeur grote scharnieren en een kijkgat. Het huis deed aan een gevangenis denken. Markant waren wel de met echt glas voorziene ramen. Een lust voor het oog en ze waren daarmee de eerste in de stad. Ter bescherming van het kostbare glas-in-lood waren de luiken intact gelaten.
'Laat me jullie alsjeblieft rondleiden,' verzocht Bertrand en ze liepen allemaal naar binnen. De woonkamer had een lambrisering van donkerrood hout gekregen en de muren waren in mooi beige geschilderd. Op de vloer waren naadloos zwartgrijze plavuizen gelegd en aan het plafond hing een indrukwekkende kroonluchter. Verder waren de meeste meubels gloednieuw. Zo stond er een rode sofa, waar André meteen opklom.
'Ga daar ogenblikkelijk van af,' waarschuwde vader, 'die is niet voor kinderen!'
'Het meeste werk zit toch in het gastenverblijf,' vertelde Bertrand, terwijl ze via de tuin daarnaartoe gingen. De veranda was nu geheel overdekt door het nieuwe verblijf, dat met een buitentrap te bereiken was.
'Nou, ik vind dat je geweldig werk hebt geleverd,' zei Anne na alles gezien te hebben. Ook haar man was onverdeeld positief.
'Verborgen schoonheid,' vatte deze het samen.

Nostradamus stortte zich weer op zijn meesterwerk, dat in een vergevorderd stadium was geraakt, en zou zijn bezoekers voortaan op de sofa ontvangen. In huis was het rustig geworden nu de oudste drie kinderen onderwijs in Arles volgden. Michel schuifelde met een kopje hete melk naar de veranda en nam plaats in een donker hoekje.
Zo, nu eerst een lekker slokje en dan maar weer zien, en toen de drank op was, look hij de ogen en concentreerde zich. De informatie van boven stroomde direct zijn lichaam binnen.
Ik takel dan wel af, maar op spiritueel gebied ga ik nog steeds vooruit, constateerde hij tevreden en geleidelijk werd hij één met verleden en toekomst. Langs zijn hoofd dromden schimmen die de meest snode plannen aan het bedenken waren. Hij bemerkte dat een van de ideeën potentie had te ontspruiten en besloot het proces te volgen. De catastrofe zou zich bij de stad van Erasmus gaan afspelen. Boven de Rijn, in een dorpje bij Rotterdam, stopte laat in de nacht een busje met kwaadwillenden. Enige tijd speurden de twee lieden de omgeving af, totdat ze er zeker van waren dat niemand hen zag. Toen reden ze van de weg af, tussen de glazen tuinkassen door. Aan het einde van de rit stelden ze het voertuig verdekt op en controleerden nogmaals de omgeving op pottenkijkers. Het was doodstil en de dorpelingen leken vredig te slapen. Schuw openden ze de achterklep van het voertuig en haalden er een verhuld object uit.
'Jan, voorzichtig!' fluisterde Mohammed. De mannen sjouwden het langwerpige voorwerp over een spoorbaan en liepen ermee naar de rivier. Op de dijk aangekomen keken ze gespannen naar de overkant, waar gigantische olietanks stonden en eeuwige vuren brandden.
'Een betere plek is er niet,' mompelde Mohammed, 'van hieruit kun je bijna alle depots zien.'
'Zeker, maar laten we doorgaan. Het is iets over vijven en we liggen achter op schema,' antwoordde Jan, die het voorwerp in de struiken verstopte. Ze liepen snel terug naar het afgesloten busje, haalden er een zware kist uit en zeulden die ook naar de rivier.
'Het moment van de waarheid breekt aan,' sprak Jan verheven en hij trok de hoes van het lange voorwerp af. 'Een cadeautje van de Saoedische prins!' en ze bewonderden de raketwerper van Amerikaanse makelij.
'Hé Jan, we doen er toch wel goed aan, hè?'
'We doen dit voor het ware geloof, dat we op de puinhopen van het decadente Westen zullen laten bloeien. Deze rivier zal stromen met het bloed van de ongelovigen,' dreunde hij op. Mohammed plaatste overtuigd de raketwerper op de schouder van zijn makker en haalde alvast de eerste granaat uit de kist. Een grote tanker voer ondertussen vanuit zee de rivier op en de olievoorraden verdwenen kortstondig uit zicht.
'Bukken, straks ziet de bemanning ons nog!' sommeerde Jan, en zenuwachtig verstopten ze zich achter de struiken. Het schip begaf zich allengs naar een verdergelegen binnenhaven en een ogenblik later kwamen de opslagtanks alweer tevoorschijn.
'Ik hoop dat je voldoende hebt geoefend,' zei Mohammed.
'Heb vertrouwen, ik schiet al die dingen naar de kloten. Dit wordt wereldnieuws!' en Jan controleerde de instellingen van het loodzware wapen, terwijl de ander op de uitkijk stond. Uiteindelijk gaf de kaaskop zijn mokka geloofsgenoot een teken om de eerste granaat in te brengen. 'Nou broeder, het is zover,' zei Jan, en op één knie zittend richtte hij het wapen op de grootste brandstofvoorraad van Europa. 'Vergeet ik bijna de temperatuur van de tanks aan te geven...'
'We hebben tien granaten en tien procent mag sneuvelen,' viel Mohammed hem bij. 'En met wat geluk slaat de brand over.' Zijn kameraad stelde vervolgens het vizier scherp en zag een paar roestige pijpen op een voorterrein, waarna hij iets hoger richtte. Het juiste doel kwam in zicht.
'Michel, waar ben je?' riep Anne, maar er kwam geen reactie.
'Oh, zit je hier, ik heb je overal gezocht.' De abrupte onderbreking deerde de ziener niet, die tijd was voorbij.
'Wat is er lieverd?' vroeg hij met z'n ogen dicht.
'André heeft een akkefietje gehad in de appelboomgaard van Gougnaud. Zijn knecht heeft door toedoen van onze zoon een vinger gebroken en kan nu niet meer zijn appels plukken. Wat zullen we ermee doen?'
'Ik zal erover nadenken,' antwoordde hij dromerig.
'En nog wat, ik kom zo langs de schepperij. Moet ik wat papier voor je kopen?'
'Neem maar een pak schetspapier mee.' Anne verdween weer en haar man verdiepte zich opnieuw in de aanslag.
'Allah is groot,' schreeuwde Jan, en hij haalde de trekker over. De raket vuurde van zijn schouder af. Gebiologeerd volgden de strijders de baan van het projectiel, dat de eerste tank vol in het hart raakte. Ze juichten van geluk en de gigantische explosie die volgde, doorbrak de nachtelijke stilte. De huizenhoge opslagplaats barstte open en de olie vatte vlam.
'Nu moeten we kalm blijven,' zei Jan ernstig, en zijn kameraad bracht een nieuwe lading in. Geconcentreerd zocht de Hollandse moslim het volgende doel op en vuurde weer af. Opnieuw een voltreffer. Ook de tweede tank stond in lichtelaaie en andermaal waren ze verrukt. Er ging inmiddels een alarm aan de overkant af en bewakers renden voor hun leven.
'Volgende,' dicteerde Jan, en zijn maat plaatste de derde granaat. Weer was het raak.
'We worden daarboven vast bijgestaan,' zei Mohammed.
'Ongetwijfeld,' antwoordde Jan. De twee gelovigen voerden hun missie feilloos uit en de volgende opslagplaats ging alweer de lucht in. Ondertussen verlichtte de vuurzee de wijde omtrek, waar spaarzame bomen als luciferhoutjes verschroeiden. De paniek op het uitgestrekte industrieterrein was compleet en alles wat wielen had scheurde weg. De hitte was er ondraaglijk.
'Yes, de brand slaat naar de andere depots over,' lachte Jan. Plotseling kwam er aan hun kant een trein langs de rivier aangereden, die hun activiteit ging verstoren.
'Wat krijgen we nou, een trein, op dit uur?' schrok Mohammed.
'We maken het karwei gewoon af, er zijn nog vier granaten over, dan zien ze ons maar.'
'Maar misschien stoppen ze om ons te pakken!'
'Je wilt toch niet zeggen, dat je daar geen rekening mee hebt gehouden?' sneerde Jan. Maar toen de trein naderde werd Mohammed overmand door angst en hij nam de benen.
'Lafaard, slappeling, ik zet de heilige oorlog wel alleen voort,' tierde Jan en hij pakte toen zelf de volgende granaat. De trein bereikte spoedig de verbeten terrorist en de machinist, al overstuur door de grote explosies, zag hoe hij aan de waterkant bezig was zijn wapen te laden. De bestuurder besloot hard door te rijden om zichzelf en zijn passagiers in veiligheid te brengen. Geïrriteerd draaide Jan zich om en dreigend richtte hij zijn wapen op de voorbij denderende trein.
'Materialistische varkens,' siste hij. De passagiers verstijfden toen ze hem zagen staan, behalve één man met een bruin gewaad, die keek dwars door hem heen.
Bij de profeet, wie is die griezel? dacht Jan en hij wendde snel het hoofd af. Geleidelijk loste de trein in de nacht op. De strijder ging weer aan de slag en schoot de zoveelste olietank kapot. Zes opslagplaatsen waren nu verwoest en de brandende olie droop de rivier in. De ziener opende zijn ogen en krabbelde peinzend aan zijn neus.
Dat is nog eens olie op het vuur gooien, en hij maakte een notitie in zijn handboekje. Vervolgens kwam hij moeizaam overeind en liep naar de keuken, waar hij nogmaals wat melk verwarmde.
Religie zonder wetenschap is blind, stelde hij, terwijl hij de kop volschonk, en hij nam achter zijn bureau plaats. Christophe kwam ineens opgewonden aanzetten.
'Ik heb twee hete berichten voor u, meester!'
'Laat maar horen,' verzuchtte de geleerde, die zich in zijn stoel liet zakken.
'Wilt u eerst het goede of het slechte nieuws?'
'Kies er maar één uit, Christophe.'
'Dan begin ik met het slechte. Barbe Regnault uit Parijs heeft uw eerste deel van De Profetieën nagemaakt en uitgegeven. Hij pleegt daarmee plagiaat en ik raad u aan dit bij het Parijse gerecht aan te vechten.'
'Wie neemt Regnault nog serieus. En wat is het goede nieuws?'
'De koningin maakt een rondreis door Zuid-Frankrijk en ze wil u komen opzoeken.'
'Dat is inderdaad goed nieuws,' glimlachte zijn meester.
'Met uw welbevinden bezoekt Hare Majesteit u de achttiende van de volgende maand. Kan ik haar een bevestiging sturen?'
'Buiten kijf,' antwoordde hij, 'het zal de kroon op mijn werk zijn.'

Onder luid trompetgeschal trok de indrukwekkende koninklijke stoet naar de heuveltop, waarop Salon de Provence lag. Honderden gardisten te paard liepen stapvoets voor de rijtuigen uit, met daarachter een zelfde soort aantal. De stadswachten hadden alle wegen met hekken afgezet en duizenden mensen hadden zich erlangs verzameld. Langzaam bewoog de parade de stadsmuren binnen om met een hoop gedrang bij het smalle Place de la Poissonnerie tot stilstand te komen.
'Michel, er staat iemand voor je bij de deur,' zei Anne leuk, terwijl de kinderen ordelijk in de entree stonden te wachten. Christophe en de dienstmeid stoften nog even vlug hun kleding af.
Tjonge jonge, ik wist niet dat ze met zo veel aanhang zou komen, dacht Michel, die vanachter het raam toekeek, en samen met zijn vrouw begaf hij zich naar de voordeur. Catherina de Medici stapte intussen uit haar gouden rijtuig en in haar kielzog volgde een schare hovelingen en kameniers.
'Hallo doctor, komt u niet, dan kom ik wel,' begroette de koningin hem.
'Majesteit, ik ben zeer vereerd met uw bezoek,' lachte hij en hij kuste haar uitgestoken hand.
'Dan moet dit uw vrouw zijn,' nam Catherina aan. Anne knikte en maakte een kniebuiging.
'Mogen mijn mensen bij u naar binnen komen?'
'Maar natuurlijk, Majesteit,' antwoordde hij, waarop de koningin en het hele adellijk gevolg de woning betraden.
'Pst, Michel, dat gaat nooit goed,' fluisterde Anne, 'ze passen bij lange na niet in het gastenverblijf.' Maar haar man maakte zich er niet druk om en nam met de hoogheid plaats in de fauteuils bij de schouw. Het gevolg verzamelde zich rondom.
'Francis, kom er ook eens bij zitten,' verzocht Catherina. De jonge koning, tot dan volkomen onopgemerkt, gaf gehoor aan zijn moeders verzoek en een kamenier schoof een stoel voor hem bij.
'U weet natuurlijk allen dat mijn zoon de officiële koning is, maar aangezien hij pas vijftien is, zal ik het land nog wel een tijdje moeten regeren.' Iedereen keek verwachtingsvol naar een reactie van de koning, maar er gebeurde helemaal niets. In plaats daarvan gaven enkele hovelingen hem maar een compliment voor zijn uiterlijk. De schlemielige Francis was inderdaad prachtig aangekleed. Zo droeg hij een hoge baret met gouden franje en een blauwe veer. Verder had hij een zwart, rode paltsrok en een grote, witte kraag.
'Ik heb Uwe Majesteit lang geleden in het Louvre mogen ontmoeten,' doorbrak Nostradamus de impasse.
'Eh, dat weet ik nog,' stotterde de puber.
'We hebben toen de hele dag door alle zalen gelopen,' lichtte de gastheer toe. Francis II was absoluut niet geschikt om het land te regeren en alle aanwezigen waren hiervan doordrongen, al zou niemand dat hardop zeggen. Zijn moeder was echter een leider pur sang. Zo moesten alle hofdames een strak zittend korset dragen om meer allure uit te stralen, maar zelf droeg ze een opvallend losse jurk.
'We willen u uitnodigen voor een diner in het Chateau de l'Empéri, waar wij de komende nachten zullen doorbrengen,' maakte Catherina kenbaar.
Ha, een logiesprobleem minder, dacht Anne van haar zorg bevrijd.
'We nemen de uitnodiging van harte aan, Majesteit,' antwoordde Michel.
'Mijn vader had een hoge pet van u op,' ontschoot het de koning opeens.
'Dat is fijn om te horen,' reageerde de ziener aangenaam verrast. En misschien was het nog waar ook.
'En niet alleen zijn vader,' zei de koningin, 'uw adviezen waren significant. Mede daardoor heb ik de eenheid in het land weten te bewaren. De strijd tussen de Guises en Coligny's laaide na de dood van mijn man in alle hevigheid op. We zijn u enorm dankbaar en willen dat laten blijken in de vorm van een toelage en diverse privileges. Voorts schenken we u twee eretitels en bij deze benoem ik u tot koninklijk arts en adviseur,' en ze overhandigde hem de oorkondes.
'Ik stel dit bijzonder op prijs, Majesteit,' en hij betuigde zijn dank met een diepe buiging. Na het eerbetoon vertrok de koningin met alle hovelingen naar het nabijgelegen fort met de hoge torens. De fabelachtige stoet verdween uit het straatbeeld en de stilte keerde terug.
'Het is als een sprookje om met jou getrouwd te zijn,' zei Anne toen ze met haar man alleen was, en zijn dag kon niet meer stuk.
De laatste avond van het koninklijke bezoek brak alweer aan. Michel en Anne begaven zich naar het Chateau de l'Empéri om feestelijk afscheid te nemen van Catherina de Medici. Na een sprankelende maaltijd met begeleidende muziek maakte de gelauwerde astroloog nog een korte wandeling met haar door de hoftuin.
'Ik kijk nu al uit naar onze volgende ontmoeting, doctor,' gaf Catherina zich bloot.
'Dat zit er niet in, Majesteit. Dit is de laatste keer dat u mij in levenden lijve zult zien.'
'Dat stemt mij zeer bedroefd,' reageerde ze geschrokken, en ontroerd nam ze afscheid van haar bijzondere getrouwe. En zo kwam er een einde aan het historische bezoek (1564) aan Salon de Provence en het leven van alledag keerde weer terug.

De allereerste school van de stad ging open. Paul, César en Madeleine leerden er vaardigheden die handig waren voor later, zoals boekhouden, recht en grammatica. Soms werden er ook Oudgriekse en Latijnse teksten voorgelezen, maar voor de gemiddelde leerling was dat wel erg droog en saai en de enige die er interesse voor had, was César. De studiebol hield ook als enige van poëzie en voordracht. Op een dag vroeg hij aan zijn vader of deze hem kon helpen met zijn toespraak in het Engels.
'Daar heb ik niet veel kaas van gegeten,' zei hij, 'maar je moet in ieder geval achter je toespraak staan, anders snijdt het geen hout. Misschien kan Christophe je helpen.' De jongeling liep meteen naar de zolder, waar de klerk buitenlandse correspondentie aan het voeren was. Vroeg in de avond zat Nostradamus op de sofa denkwerk te verrichten, toen zijn vrouw met boodschappen thuiskwam.
'Zo, daar ben ik weer!'
'Ik ben bezig, zonnetje,' antwoordde hij in andere sferen.
'Goed, ik zeg wel niets,' en ze borg de nieuwe enveloppen in de kast op. Stiekem legde ze daarna een bonbonnetje voor hem op de salontafel.
'Ik zet je pastiche wel in de keuken,' moest ze nog even kwijt.
'Fijn!' bedankte hij tussen de informatiestromen door. Occulte monomanen vereren de doden en vertonen hun krachten op de spelen. Jeruzalem zorgt wederom voor tweespalt.
Hm, heidense sekten en het beloofde land, maar ik zie nog geen overeenkomst. Zijn vrouw maakte ondertussen een storend geluid. Ze was meubels aan het verplaatsen.
'Anne, is Christophe al naar huis?'
'Ja, die is weg. Je kunt rustig in zijn kamer gaan zitten,' spoorde ze hem aan. Michel stond traag op, zag het bonbonnetje en stak het in zijn mond.
'Wat gaat er met die armstoelen gebeuren?' vroeg hij smakkend.
'Ik zet ze bij de kast neer,' verklaarde ze.
'Waarom dan?'
'Ik wil eens wat anders, steeds datzelfde.'
'Volgens mij wil je me hier gewoon weg hebben,' zei hij recht voor z'n raap.
'Helemaal niet! Ik heb zelfs nog wat lekkers voor je neergezet.'
'Ja, daarom juist,' doelde hij, 'je hebt gewoon te veel energie. Misschien moet je weer eens gaan paardrijden.'
'Geen denken aan! Ik ben dan wel bijna twintig jaar jonger dan jij, maar ik ben inmiddels ook op leeftijd. Bovendien heb ik nog kuren van de laatste valpartij, toen met Jacqueline.' En als Anne op zo'n toon sprak, was ze niet op andere gedachten te brengen. De grootmeester droop af en tijdens de tocht naar boven moest hij dikwijls bijkomen. De beelden bleven zijn zesde zintuig maar binnenstromen. Zijn zucht naar vernietiging zal toenemen en zijn volgelingen verspreiden zich als springende vlooien over het continent, borrelde het nu in hem op. De pijn in zijn lijf werd de laatste tijd erger. Zijn gewrichten stonden nu regelmatig in brand en toen hij in de werkkamer aankwam, moest hij direct op het meditatiebed uitrusten.
Mijn stoffelijk voertuig kan mijn geest niet meer aan, constateerde hij somber, en pardoes waaide hij uit zijn lichaam. Even verdween de pijn en was hij in de zevende hemel, maar de hogere werelden vervoerden hem naar een ander oord.

De minister van Buitenlandse Zaken wilde de benen strekken en bracht zijn stoel in zitstand terug. In het gangpad hing een lucht van gebakken eieren en hij besloot naar het vooronder te lopen. In de doorzichtige koepel, recht onder de cockpit, stond zijn vertaler te genieten van het uitzicht op de Atlantische Oceaan, die gestaag onder het vliegtuig door gleed.
'Je hebt lang geslapen,' zei Jim toen hij zijn baas opmerkte.
'Had ik ook nodig,' geeuwde Donald, die zijn armen uitrekte. 'Ik wil in goede vorm aan het overleg beginnen.'
'Ach, er zal wel overeenstemming komen...'
'Met de Europeanen en de Russen wel ja, maar met de Arabieren moet ik het nog zien. Geef mij maar een glaasje sap,' zei hij tegen een stewardess die langsliep. Jim nam nog een koffie en genoot opnieuw van het uitzicht.
'Zo lijkt 't net of je als een vogel over de zee vliegt,' vond hij, maar Donalds gedachten waren elders en hij hoorde hem niet.
'Ik geloof dat ik daar Frankrijk zie liggen,' merkte de vertaler even later op.
'Frankrijk, het immer lastige broertje van de Verenigde Staten,' bromde de minister. Het vliegtuig naderde de kust en daalde tot dicht boven het zeeoppervlak.
'Waarom vliegen we zo laag?' vroeg Jim.
'We komen straks boven vijandelijk gebied en zó hebben ze geen tijd om op ons te schieten,' legde zijn baas uit.
'Bedoel je de moslims?'
'Hier wel ja, maar iedereen in dit land doet waar-ie zin in heeft. Sinds de opkomst van die Chyren Selin is de democratie hier uitgehold en worden de Europese wetten niet meer nageleefd.'
'Als er maar niet op ons geschoten wordt,' zei Jim bang.
'Zo erg is dat ook weer niet. Deze Boeing heeft namelijk regenererende onderdelen die vol zitten met sensoren. De micro-elektronica zorgt ervoor dat vrijwel ieder kogelgat binnen een paar minuten wordt gedicht. Alleen bij een raketinslag komen we in de problemen.
'Raketinslag?'
'Ja, vanuit de Alpen worden af en toe raketten afgevuurd. Daar zitten fanatieke nationalisten,' lichtte de minister toe.
'Maar daar is boven Bretagne toch geen sprake van?'
'Nee, maar je weet maar nooit...' Het vliegtuig begaf zich intussen boven Ile de France en de voormalige lichtstad kwam in beeld.
'Als dat de Eiffeltoren niet is,' veronderstelde Jim.
'Dat zie je goed, die hoop roest staat nog steeds overeind, ondanks alle bomaanslagen.' Het vliegtuig minderde snelheid en de op- en neergaande vleugels van zelfbuigend staal zorgden voor een verticale landing. Met een uur vertraging landde het toestel in de veilige zone van Parijs, dat al enkele jaren volledig van haar rebelse voorsteden was afgegrendeld. Nadat de vleugels in de romp waren getrokken, taxiede het vliegtuig een hangar binnen. In een aangekoppelde slurf namen de passagiers op hangende zitjes plaats om vervolgens via een buizencomplex naar de juiste uitgang in het gebouw gebracht te worden. Een identificatiescan zorgde er intussen voor dat de bagage automatisch bij de juiste eigenaar gebracht werd, waarna iedereen nog eens door een beambte van vlees en bloed werd gecontroleerd. De Amerikaanse minister en zijn collega's werden door de Franse president opgehaald.
'Goed je weer te zien, Donald,' begroette deze hem.
'Insgelijks Louis. Zijn de andere delegaties gearriveerd?'
'Die zitten al om de tafel,' liet de president weten.
'Nog nieuws?'
'Nee, we beginnen pas als jullie erbij zijn.' De hoge ambtenaren stapten in een gepantserd voertuig en reden onder begeleiding door het centrum van Parijs.
'Is dat het Louvre niet?' vroeg Donald onderweg.
'Jazeker,' bevestigde Louis. 'Ondanks dat het zijn functie als museum verloren heeft, wordt het nog steeds goed onderhouden. In de twaalfde eeuw was het een fort dat Parijs moest hoeden tegen invallen van buitenaf. De geschiedenis blijkt zich dus te herhalen.' Na aankomst in het streng beveiligde regeringsgebouw werd het groepje naar een ondergronds kantoor gebracht, waar panorama's met watervallen de muren opvrolijkten. De onderhandelaars van de Europese Unie, Rusland en de Arabische Statenbond zaten aan de vergadertafel op de laatkomers te wachten. De Franse president opende direct het topoverleg.
'We zijn hier bijeen om escalatie te voorkomen van de almaar groeiende kloof tussen islamitische en niet-islamitische bevolkingsgroepen.'
'Dan zult u toch eerst Chyren Selin als een van onze leiders moeten erkennen,' onderbrak de Arabische diplomaat Al-Atwa hem meteen.
'Je bedoelt die Franse moslim met z'n drie kiftende vrouwtjes?' sneerde Ivanov, de woordvoerder van Rusland. Het overleg was nog maar koud begonnen of de delegaties vlogen elkaar al in de haren. Holstein, de voorzitter van de Europese Unie, deed een handreiking.
'Wij willen Chyren Selin best erkennen, maar eerst moet hij zijn volgelingen opdracht geven onze wetten te respecteren, zoals gelijke rechten voor homo's en vrouwen.'
'Onze leider is best bereid tot concessies, mits de Europees-Russische vloot bij onze heilige stad Mekka verdwijnt,' zei Al-Atwa daarop.
'Die vloot is daar puur voor een geschil met de regering van Saoedi-Arabië,' legde Holstein hem voor de zoveelste keer uit.
'Heren, hou alsjeblieft het hoofd koel. Daar varen we allemaal wel bij,' suste Donald de partijen.
'Voor jullie Amerikanen tellen alleen economische belangen,' gispte Holstein, 'maar die helpen ons niet uit de brand. Europa is verscheurd en in grote delen heerst de anarchie.'
'Europa weet ook nooit zijn eigen boontjes te doppen,' piepte Donald.
'De VS zeker wel! Die zijn indertijd onbezonnen Afghanistan en Irak binnengevallen. Sindsdien is de wereldvrede er niet beter op geworden,' merkte Al-Atwa aan.
'Dat is twintig jaar geleden, we hebben inmiddels bijgeleerd.'
'Zoals wat?'
'Wel, we staan nog steeds achter de aanval op Afghanistan, want dat was puur uit lijfsbehoud. Maar wat Irak betreft geef ik toe dat de VS een inschattingsfout hebben gemaakt. De Iraakse bevolking was achteraf niet blij met onze aanwezigheid.' De president deed een nieuwe poging om een doorbraak te forceren en richtte zich wederom tot de Arabische delegatie.
'Chyren Selin is in staat om met één toespraak op tv alle islamitische oproerkraaiers in heel Europa te beteugelen. Als hij die ene stap nou zet.'
'Hij doet niks als die vloot in de Rode Zee blijft liggen,' herhaalde Al-Atwa.
'Die vloot is daar alleen om druk uit te oefenen om Bin Laden uitgeleverd te krijgen,' benadrukte Louis. 'Met de Arabische Statenbond als geheel willen we onder geen beding oorlog.'
'Een aanval op een van ons, is een aanval op ons allen. Maar waarom al die moeite? Bin Laden is een oude man zonder invloed,' zei Al-Atwa.
'Maak dat de kat wijs,' kwam Ivanov ertussen, 'er zijn zelfs sterke aanwijzingen dat hij uw informele aanvoerder is.'
'Laat die bewijzen dan maar eens zien!'
'Kalm blijven heren!' suste Holstein nu. 'Indien Chyren in staat is om zijn volk onze wetten in acht te laten nemen, dan denk ik dat de Europese Unie wel bereid is om zijn schepen terug te trekken, maar voor de Russische schepen moet u niet bij ons zijn.'
'Rusland trekt zich niet terug, zolang Saoedi-Arabië niet zijn verplichtingen nakomt. En met die Franse gek met z'n drie vrouwtjes willen we niets te maken hebben,' reageerde Ivanov onwrikbaar.
'Chyren is geen gek,' zei Al-Atwa kwaad. 'Hij is de vreedzame hoeder van de islam. De christenen en de ongelovigen, dát zijn juist de gekken, of erger nog: misdadigers. De wonden van de kruistochten, kolonisaties en het imperialisme zijn nog lang niet geheeld.
'Dit leidt tot niets,' mompelde de Rus.
'Dan moeten we dit gesprek maar beëindigen,' dreigde Al-Atwa en zijn medewerkers stonden al op. Plotseling ging het licht uit en de panorama's verdwenen.
'Is dit soms een manier om ons onder druk te zetten?' vroegen de Arabieren in het donker.
'Nee, zeker niet, de elektriciteit moet zijn uitgevallen,' verontschuldigde de president zich, en hij drukte op de intercom om het probleem te melden. Vreemd, die werkt ook niet, verbaasde hij zich.
'Een moment geduld heren, het euvel is weldra verholpen,' en op de tast begaf hij zich naar de hal om assistentie te vragen. Ook dat nog, de toegangsdeur ging niet open, elektrische beveiliging, en voorzichtig schuifelde hij weer terug.
'Mag ik iemand zijn mobiele telefoon lenen?'
'Die werken niet meer,' antwoordde Donald, die al geprobeerd had te bellen.
Wat is hier in hemelsnaam aan de hand? vroeg Louis zich gegeneerd af. De Arabische delegatie werd ondertussen rumoerig.
'Het is evident, er wordt een spelletje met ons gespeeld,' concludeerde Al-Atwa.
'Absoluut niet,' ontkende de president in alle toonaarden.
'Wellicht door de Amerikanen,' veronderstelde een Arabische collega.
'De Amerikanen zijn bondgenoten, maar niet meer dan dat. In dit land hebben ze niets te zeggen,' garandeerde Louis, die zijn plek aan tafel weer had gevonden.
'Wij willen juist een Derde Wereldoorlog voorkomen,' zei Donald.
'Wat de mens wil, gebeurt niet altijd,' ging Al-Atwa erop in. 'De beslissingen van God zijn onweegbaar, citaat van Al-Ghazali uit het jaar elfhonderd.'
'God heeft ons juist hersens gegeven om problemen op te lossen,' schamperde Holstein.
'Ik wist het al, drie tegen één!' hekelde de Egyptenaar. Toen keerde het licht terug en de panorama's werden weer zichtbaar. Maar er viel geen spatje water meer van de bergen af.
Welke grapjas heeft met dat filmpje zitten klooien? dacht Louis gepikeerd. Een onderhoudschef kwam binnengelopen en ijlde zich naar hem toe.
'Er is een elektriciteitsstoring geweest, maar we weten nog niet waardoor,' vertelde hij zijn baas onder vier ogen. De onderhandelaars keken ondertussen wat verwonderd naar de opgedroogde watervallen.
'Wel heren, het schijnt een tijdelijke storing te zijn geweest,' verklaarde de president, 'maar blijft u alstublieft zitten, want we moeten nog verder praten over een niet-aanvalsverdrag met betrekking tot atoomwapens.'
'De Europese Unie is daar een voorstander van,' zei Holstein direct. Ook de Amerikanen en Russen zegden toe, maar de in de hoek gedrongen Arabieren waren nog niet over de brug.
'Wat krijgen we ervoor terug?' vroeg Al-Atwa vasthoudend.
'Wat krijgen we ervoor terug?' herhaalde Ivanov geërgerd. 'Geen kernbommen maar gewone bommen op Mekka.'
'Dat doet de deur dicht,' riep de Arabier gekwetst en zijn delegatie liep andermaal van tafel, toen het licht opnieuw uitviel. Niemand kon de zaal verlaten.
'Misschien wordt er van bovenaf wel ingegrepen om ons tot elkaar te brengen?' suggereerde Louis. 'Een atoomoorlog zal het einde betekenen van de gehele menselijke beschaving.'
'Nou, op hoop van zegen dan maar, en dat gezond verstand moge prevaleren,' sprak Al-Atwa tot bedaren gekomen. En nadat de storing ten tweeden male was verholpen en het water weer normaal van de rotsen afviel, werd er een intentieverklaring ondertekend om geen kernwapens te gebruiken.



Hoofdstuk 14



De goden zullen laten zien
Dat zij de oorlog bepalen
Na stilte hemel vol wapens en raketten
De grootste schade is op links


Paul, César en Madeleine kwamen laat van school thuis en ploften ergens in de huiskamer neer, terwijl vader net langsliep.
'Waarom loopt u zo moeilijk, pap?' vroegen ze. Hij aarzelde een moment wat hij moest zeggen.
'Jullie vader is oud en ziek,' zei hij toen. Vol ongeloof hoorden ze hem aan.
'U bent onoverwinnelijk!' sputterde César, maar de opgroeiende kinderen bekeken hem nader en zagen inderdaad een broze grijsaard staan.
'Aan tafel!' riep Anne plotseling. Iedereen begaf zich naar de keuken, waar een dampende uiensoep met brood en boter klaarstond. Christophe schoof ook aan.
'Warm eten vanavond?' vroeg hij verbaasd.
'Ja, ik draai het een keertje om,' zei Anne terug. Haar echtgenoot pakte als eerste een stuk brood uit de mand en smeerde er moeizaam boter op. De kinderen bleven hem maar aankijken en volgden zijn stramme handelingen.
'Wat is er aan de hand?' vroeg Anne, die bestek in de keukenla zocht.
'Papa gedraagt zich als een zieke man,' legde César uit.
'Jullie vader is wel drieënzestig jaar. Dat maakt hem tot de oudste man van de stad.'
'Hoe kan een dokter nou ziek zijn? Die weet iedereen toch te genezen?' vroeg André.
'Wetenschappers hebben niet voor alles een oplossing, zoon,' antwoordde vader. 'Hoewel de mens in de verre toekomst een techniek zal vinden om de leeftijd drastisch te verlengen.'
'Diane, leg dat speelgoed eens van tafel,' zei moeder ertussendoor.
'Hoe oud kan de mens dan worden?' vroeg Madeleine.
'Misschien wel zo oud als Methusalem,' antwoordde hij.
'Nou, straks nog eens honderd jaar de schoolmeester moeten aanhoren,' mopperde Paul.
'Of vierhonderd jaar met dezelfde etterbak getrouwd zijn,' ging Pauline eroverheen.
'Goh, ik leer nog wat van jullie. Maar wees gerust, wij maken dat niet meer mee.' Christophe zat intussen stilletjes zijn soep te eten en mengde zich niet in het tafelgesprek.
'Ik zou graag een paard willen zijn en hard door de bossen willen draven,' fantaseerde Pauline.
'Of vliegen als een vogel,' zei César daarop.
'Dat staat allemaal te gebeuren, kinderen, want eens zal de mens met hoge snelheid door de lucht en over land en water kunnen reizen.'
'Door de lucht? Plakken ze dan veren op hun armen of zo?' vroeg Paul.
'Ik denk dat jullie op school de mythe van Icarus hebben gelezen. Wel, zo zal het niet gaan. Denk eerder aan een rijtuig met ijzeren vleugels, waarin het paard verstopt zit.'
'Zitten de vleugels dan nog wel aan het paard vast?' vroeg César.
'Wat een moeilijke vragen. Nee, het zal een machine zijn die de lucht in gaat, maar hoe precies weet ik niet. De mens zal in ieder geval het leven steeds ingewikkelder maken, want ik vlieg in mijn dromen gewoon zonder vleugels.'
'Ja, maar in dromenland is geen zwaartekracht,' wierp Paul tegen.
'Nou, daar is wel degelijk zwaartekracht. Hoe zuiverder je bent, hoe lichter je wordt. En als je heel rein bent, kun je overal rondkijken. Afstand, tijd, hoogte of laagte spelen dan geen rol meer.
'Oh, daarom zitten boeven altijd in de onderwereld,' begreep César ineens, 'die zakken omlaag.'
'Exact, soms zelfs tot in het midden der aarde. Zo komt iedereen tijdens zijn slaap in zijn eigen kring terecht en overdag zoekt hij noodgedwongen zijn gelijke weer op. Een vicieuze cirkel, tenzij de mens zijn ego afbreekt. Zo moet je je ankers in de hel zien los te peuteren. Een goed mens worden, daar gaat het dus om. Een slecht mens worden gaat echter razendsnel. Jullie kennen allemaal toch wel het verhaal van de gevallen aartsengel Lucifer? Die viel in één seconde heel diep.'
'Zo'n vliegmachine lijkt me toch veel spannender,' zei Paul. Michel vond dat eigenwijze trekje van zijn oudste zoon wel leuk.
'Bij tijd en wijle zal ik me erin verdiepen, Paul,' beloofde hij dan ook. De sombere sfeer was verdwenen en de maaltijd liep positief ten einde.
'Ik ga nog een uurtje boven werken,' zei de stille nummer negen tegen zijn baas, die in zijn stoel bij de haard plaatsnam. Het kroost speelde alweer buiten, behalve Diane, die bij het raam een prentenboek zat te lezen. Ondertussen instrueerde Anne de huismeid in de keuken en naderhand zette ze zich naast haar man neer.
'Diane, zou je ons even alleen willen laten?' vroeg ze en het meisje ging daarop de tuin in.
'Wat waren de kinderen opeens bezorgd over je, is er iets bijzonders?' Michel zweeg en keek haar intens aan.
'Lieve vrouw, ik zal de komende lente niet meer halen,' antwoordde hij toen. Anne begreep dat het hem ernst was en er rolde een dikke traan over haar wangen.
'Kom kom, dat duurt nog wel even.'
'Ik weet niet of ik wel zonder jou kan leven,' snikte ze.
'Komt tijd, komt raad,' troostte hij haar en ze hielden elkaar een tijdje vast. Na dit aangrijpende moment besloot hij weer aan de slag te gaan en hij begaf zich naar de zolder.
'Zo Christophe, welke dringende zaken houden je hier zoal bezig?' vroeg hij, terwijl hij moest uitpuffen van de klimpartij.
'Uw uitgever in Londen verzocht mij uw laatste almanak in het Engels te vertalen. Zijn eigen vertaler maakte er namelijk een janboel van.' Plotseling begon Nostradamus hevig te schudden.
'Wat is er met u aan de hand, meester?'
'Niets, niets, laat me maar, de Derde Wereldoorlog staat te beginnen,' en krampachtig liep hij naar het raam toe.
'Je doet je werk uitzonderlijk goed, Christophe,' vervolgde hij, terwijl hij de avondschemer bekeek, 'maar hoe lang ben je nog bezig?'
'Ik ben zo goed als klaar,' antwoordde de secretaris, die de laatste pennenstreken plaatste.
Geen vuiltje aan de lucht, dacht de helderziende intussen.
'Zal ik die langhalskolven maar eens een keer opbergen?' vroeg Christophe bij het weggaan.
'Sorry, ik heb je niet gehoord, ik was in gedachten verzonken.'
'Of ik deze kolven nog zal opruimen? U hebt ze al jaren niet aangeraakt.'
'Ja ja, goed,' antwoordde Nostradamus, terwijl hij uit het raam bleef turen.
'Prettige avond en maar weer tot morgen, meester,' zei de klerk met een paar flessen onder z'n arm en hij vertrok. Toen raakte de hemel bezaaid met monsterlijke vindingen en de lucht werd zwart. Voor Michels ogen werd een afgrijselijke oorlog gevoerd. Het geweld was ongekend. Het regende melk, staal, vuur en pest en vele volkeren vonden de dood. Het exorbitante geweld veroorzaakte zelfs aardbevingen en rivieren verlegden hun koers. De wereldhandel stortte in en de mensen leden een enorme honger en dorst. De ziener kon op slag door alle eeuwen heen kijken en het toonde zich naakter dan naakt. Alles werd onthuld, waar hij zijn blik ook op richtte. Pas tientallen jaren later zou het leven zich op aarde herstellen om in een nieuwe wereldorde te geraken. Aquarius zou een millennium van vrede laten aanbreken, waarin de mens zijn aandacht aan hemel en ruimte zou gaan geven. Door nieuwe inzichten in de samenhang van onze planeet en het universum werden de oude geschriften geherinterpreteerd. Religie en wetenschap zouden eindelijk samensmelten. Vervolgens werd er een overkoepelend bestuur over de wereld geplaatst en de mensen zouden vanaf dat moment alleen nog maar met elkaar samenwerken. Veel schade was niettemin aan de aarde toegebracht en een onomkeerbaar proces was in werking gesteld. De planeet zou eeuwenlang door overstromingen geteisterd worden en daarna net zo lang door extreme droogtes. De profeet stak een kaars aan en plaatste zich aan het bureau, de zon was inmiddels ondergegaan. Hij opende zijn schrijfboek en schreef alle openbaringen op. Pardoes wapperde de vlam van de kaars heen en weer en hij wist dat er iets of iemand in de kamer moest zijn binnengekomen. Hij draaide zich om en zag in de deuropening zijn vrouw staan.
'Wil je met me vrijen?' vroeg ze teder. Het hemelse verzoek maakte zijn hart weer helemaal zacht. Zonder iets terug te zeggen doofde hij de kaars en toen daalden ze saampjes de trap af naar het slaapvertrek. Na de betovering in bed bood zich het volgende visioen alweer aan.

Er werd aan de deur gebeld en Ping maakte zich haastig op en rende naar buiten toe.
'Goedemorgen juffrouw Lee, stap maar in,' verzocht de instructeur, die een grote, gele bril droeg. Ze liep om de vliegauto heen, die geruisloos boven de grond zoefde, en scheerde rakelings langs de vleugels, die rapper op en neer bewogen dan het oog kon waarnemen.
'Pas op, je kunt je er lelijk aan bezeren!' waarschuwde de leraar, die aan de andere kant plaatsnam. 'Spannend,' zei ze, terwijl ze zich op de bestuurszetel vastgespte.
'Vliegen is in feite heel simpel, bijna iedereen kan het. Is dit je eerste les?'
'Ja mijnheer Norton, en ik weet van toeten noch blazen,' en ze bekeek het interieur.
'Noem me maar Unix, hoor,' zei hij, terwijl hij nog even wat noteerde.
'Nou, je boft Ping. Je krijgt les in een gloednieuwe vliegauto en wel in het allerlichtste model. Buiten de watertank weegt hij maar vierhonderdentien kilo.'
'Hij is toch wel sterk genoeg, hè?' vroeg ze.
'Natuurlijk, hij voldoet aan alle eisen,' en hij liet de doorzichtige kap automatisch sluiten. 'We zullen eerst uit Nieuwwater moeten vliegen, omdat beginners sinds kort niet meer in de stad mogen oefenen,' en met behulp van de extra bestuursinrichting bracht hij het toestel hoog boven de bebouwde kom in de broeierige hemel.
'We gaan naar het Beringplateau, daar kun je brokken maken zo veel je wilt.'
'Zo stom ben ik nou ook weer niet,' reageerde ze ad rem.
'Standaardgrapje,' verontschuldigde hij zich en ze vlogen naar het uitgestrekte oefengebied. Eenmaal daar bracht hij het toestel hoog boven het zoutplateau tot stilstand.
'Ik schakel de besturing nu over naar jou, Ping. Wil je telepathisch of verbaal uitleg krijgen?'
'Liever verbaal.'
'Goed. Het allerbelangrijkste is de stuurknuppel. Het stuur kan op en neer, in en uit, en van links naar rechts bewogen worden.'
'Dat wist ik al.'
'Ik begin toch maar bij het begin. Daarnaast zijn er de voetpedalen. Met het rechterpedaal geef je gas en met het linker zet je een loodrechte daling in. Als je niks doet, blijft de machine gewoon stationair op dezelfde plek hangen. Neem jij nu eens het stuur over, terwijl ik de pedalen voor mijn rekening neem.' Ping bewoog het stuur naar voren en het toestel kantelde ogenblikkelijk zijn neus omlaag.
'Zie je wel,' zei hij, 'we blijven gewoon op dezelfde plaats hangen en dat komt doordat ik geen gas geef. Maar nu ga ik dat zachtjes wel doen,' en de vliegauto ging langzaam naar beneden. 'Trek het stuur nu naar achteren toe, anders gaan we nog verongelukken.' Ze deed wat haar gevraagd werd en het toestel richtte de neus weer naar boven en hervond hoogte.
'Draai nu een keertje naar links en rechts,' gelastte hij. Ze probeerde het uit en ze maakten een aantal scherpe bochten.
'Nu ga je er ook gas bij geven,' vervolgde Unix, waarop zijn leerlinge de machine schoksgewijs boven het plateau liet vliegen.
'Daar in de verte loopt iemand,' zei ze opeens en ze tikte tegen het glas om hem aan te wijzen.
'Wie gaat hier nou lopen?' vroeg hij zich verbaasd af. 'Die moet verdwaald zijn. Ga er maar even naartoe,' en wat stuntelig wist ze de vliegauto in de juiste richting te krijgen.
'Je leert best snel. Aan het einde van deze lesdag kun jij vliegen,' prees hij haar. Ondertussen naderden ze de sterveling met het bruine gewaad, die zielsalleen over de uitgedroogde vlakte trok.
'Aan zijn loopje te zien is het een Langlever,' giste Ping.
'Daar kun je wel eens gelijk in hebben, want een intelligent wezen raakt hier niet verzeild. Laat ik de besturing nu maar van je overnemen,' waarna hij het geruisloze toestel precies naast de sukkelende zonderling wist te manoeuvreren. Vervolgens opende de instructeur het dak om hem iets toe te roepen.
'Kan ik je misschien helpen?' De eenling schrok zich te pletter en sloeg zinloos op de vlucht.
'Dat moet inderdaad een Langlever zijn. Met zo'n reactie!' lachte Unix.
'Wellicht komt hij uit de smeltfabrieken op de Zuidpool vandaan?' suggereerde Ping.
'Dat kan haast niet, dan moet-ie duizenden kilometers afgelegd hebben. Wel sneu dat hun voorouders de genen hebben laten aanpassen. Ze wilden vroeger zo graag eeuwig leven dat ze de nadelen over het hoofd zagen. Pas toen er kinderen kwamen, werd het duidelijk. Vandaag de dag zijn ze alleen nog geschikt om ijs te smelten.'
'Zelfs dan lopen ze nog in de weg,' grapte Ping, 'behalve deze dan...'
'Ik zal de autoriteiten van Bristol op de hoogte brengen,' zei hij en hij nam contact op en ging daarna weer door met de les. Na verschillende oefeningen begon zijn leerlinge het vliegen aardig onder de knie te krijgen en het werd tijd voor een moeilijkere opdracht.
'We gaan nu luchtstromen opzoeken. De gangbare vliegroutes laten we nog een paar lessen links liggen,' en hij gaf haar opdracht rechtsomkeer te maken.
'Op naar de Aleoetenzee, of wat er nog van over is,' riep hij leuk en met vijfhonderd mijlen per uur vlogen ze naar het zuiden toe. Even later verscheen de kust.
'Bij de eilandenketen Emperor is er nog een vrij gebied met veel luchtstroming,' maakte hij kenbaar.
'Moet ik dan daarnaartoe vliegen?'
'Als je kunt. Maar kijk ook geregeld om je heen, Ping, niet te veel op de radar steunen.'
'Ik heb nog geen radar gezien,' reageerde ze, waarop hij even moest slikken.
'Ook alle meters checken,' drong hij vervolgens aan.
'Er brandt een rood lampje,' zei ze prompt.
'Wat gaat dat ding toch snel leeg,' mopperde hij. 'Dat lampje betekent dat we moeten tanken. Zak maar tot een meter boven de zeespiegel.'
'Dan moest ik toch eerst het gaspedaal loslaten, hè?'
'Correct,' bevestigde hij. Ping haalde haar voet van het gas af en drukte het pedaal om te dalen flink in, waarop de vliegauto omlaag schoot. Toen de zee dichtbij kwam, liet ze uit angst het pedaal abrupt los, waarna ze met een schok tot stilstand kwamen.
'Er zit een automatische begrenzer op, hoor!' stelde hij haar gerust. 'Bovendien is het toestel waterdicht.' Unix loodste toen eigenhandig de auto tot vlak bij het wateroppervlak.
'Nu op de paarse knop drukken en de zuiger doet de rest. Wist je trouwens al dat je vanaf januari slechts honderd liter zeewater per dag mag tanken?'
'Nee, dat is me ontgaan,' antwoordde ze. 'Ik voel me wel schuldig dat ik nu ook ga bijdragen aan het verdampen van de zeeën.'
'Ja joh, iedereen wil zijn eigen autootje en poolijs smelten is niet genoeg om de oceanen op peil te houden. We moeten het dus zuiniger aan doen. Wat wil je ook, schier een miljard vliegtuigen in de wereld, die jarenlang water verbranden. En de droogte blijft maar aanhouden. Regen wordt heden ten dage al als een geschenk uit de hemel gezien.'
'Ik heb nog nooit regen gezien,' zei Ping, terwijl het instrumentarium een signaal gaf dat de watertank weer vol was. 'Nou, een drupje dan...'
'Jammer voor je, het is echt prachtig om te zien. Ga nu maar rechtdoor naar de eilanden,' en de vliegauto begon weer snelheid te krijgen.
'We roven de planeet leeg,' zaagde Unix door. 'De mens dacht dat hij met waterverbranding dé oplossing voor het brandstofprobleem had, maar nu komen we letterlijk en figuurlijk bedrogen uit.'
'Er is een plan om op grote schaal vochtige lucht te laten condenseren,' merkte ze op.
'Dat gaat niet werken! Voordat we dat eilandje dáár bereiken, wil ik dat je doorklimt naar tweeduizend voet en wel op koers 315. De wind waait namelijk met ruim twintig knopen uit het noordoosten en daar moet je altijd rekening mee houden.' Ze vertaalde het vakjargon, trok de stuurknuppel naar achteren en gaf goed gas. Het bleek naar wens te zijn en hij gaf haar nog een aantal taken rond de eilandenketen.
'Je hebt alles naar mijn tevredenheid uitgevoerd,' zei hij ten slotte. 'Laten we maar weer koers noord vliegen en voer het aantal toeren op naar 1800.' En ze keerden naar het Beringplateau terug. De tijd was voorbijgevlogen en de zon verdween weer in de bedompte atmosfeer.
'Heb je al gehoord dat het zonneschip van Mabus volgende week naar M'charek vertrekt?' vroeg hij toen ze weer bovenland kwamen.
'Ja natuurlijk, dat volg ik op de voet. Ze gaan met honderd man en vrouw en het gaat wel dertig jaar duren voordat ze aankomen,' zei Ping, terwijl ze de wijzers goed in de gaten hield.
'In de volksmond wordt de leefbare planeet al 'De Kleine Prins' genoemd, omdat zijn omtrek maar de helft is van die van de Aarde,' vervolgde hij.
'Kleiner dan de helft.'
'Ja, iets kleiner. Wellicht is kolonisatie van M'charek de oplossing voor ons droogteprobleem. Onze aardkloot is uitgewoond. Pessimisten voorspellen dat we het hier nog maar een halve eeuw volhouden eer de mensheid in een verzengende hitte ten onder gaat. Ze zeggen ook dat...'
'Ik ben er even niet meer bij, Unix, ik trek het niet meer,' onderbrak ze hem, waarop hij de besturing van haar overnam.
'Wat vind je ervan als we een kort bezoekje aan de Komandorskitop brengen?' stelde hij voor. 'Het zonneschip ligt erboven afgemeerd en we komen er toch langs.'
'Prima,' antwoordde Ping, die zich in ieder geval kon ontspannen. Hij voerde de snelheid op en een poosje later bereikten ze de beroemde bergtop op de Ochotsk-vlakte, waar een superlange lift tussen de aarde en de ruimte was gebouwd. Door de middelpuntvliedende kracht bleef de kabel rechtop staan. Ze vlogen er wat omheen.
'Van hieruit gaan ze volgende maand het universum betreden,' vertelde hij. 'Wat zou ik graag met dat zonneschip met die grote zeilen willen meereizen.'
'Nou, laat mij maar lekker op aarde blijven,' reageerde ze nuchter.
'Je weet niet wat je zegt. De hele wereld is verschraald; er groeit bijna niets meer.'
'Ik hou tenminste nog van de aarde.'
Sentimenten, altijd weer bij een vrouw, dacht hij. Ze vlogen nog een rondje om de lift, die tot buiten de dampkring reikte, en keerden daarna naar Nieuwwater terug.
'Ik zie die Langlever nog steeds ronddwalen,' ontdekte Ping toen ze de zuidelijke punt van de zoutvlakte overstaken.
'Ik zal het nogmaals doorgeven,' zei hij en ze vlogen de ringweg op.
'Nou, het is toch moeilijker dan ik dacht,' bekende ze, toen ze thuis werd afgezet.
'Het vliegen op zich gaat je al goed af,' prees Unix haar nogmaals. 'Maar er zijn nog meer factoren die een grote rol spelen, zoals het verkeer. Het moeilijkste blijft niettemin het slagen voor de theorie-examens.'
'Dat zien we dan wel weer. Tot volgende week!' en ze sloeg de huisdeur achter zich dicht.
Het was vroeg in de ochtend en de blote rug van Anne stak olijk boven de dekens uit. Michel staarde vanaf zijn zij naar haar stevige schouderpartij, waar haar goudbruine lokken slordig omheen lagen. Ze sliep nog en ofschoon zij een prettig aangezicht was, had hij niet genoeg rust om langer in bed te blijven liggen. Hij dekte haar rug toe en stond op. Het was koud en miezerig weer en tijdens het afdalen van de trap kraakten zijn gewrichten als een versleten kar. Beneden in de woonkamer stak hij direct de haard aan om het vocht uit het huis te verdrijven. Toen hij zijn ogen met zijn kromme vingers uitwreef, hoorde hij een doffe knal. Het geluid kwam van de tuinkant en de oude wetenschapper wilde achterhalen wat het veroorzaakt had. Hij liep via de veranda het hofje in, dat achter de woonkamer lag, en zag een mus versuft op de grond liggen.
'Arme stakker, jij dacht natuurlijk dat je het raam in kon vliegen, maar er zit sinds kort glas in. De mens brengt ook alles in de war.' Hij zag de mus een tijdje aan, die zich maar niet wist te herstellen. Toen liep hij naar binnen, schonk in de keuken een weinig water in een schaaltje en doopte er wat salie in. Terug in het hofje nam hij het diertje voorzichtig ter hand. Hij opende het snaveltje en druppelde er met een takje wat van het elixer in. Het vogeltje kwam daardoor weer bij zijn positieven, schrok toen van de grote mensenhanden en begon tegen te spartelen.
'Ho ho, ik ben de dokter,' fluisterde hij en hij plaatste de mus in een hoek, waar hij tot rust kon komen. Tijdens het bukken kreeg hij opeens een jicht-aanval en enorme pijnscheuten schoten door zijn al zijn gewrichten. Het was ondraaglijk en op handen en voeten kroop hij naar binnen. Anne was inmiddels opgestaan en liep nietsvermoedend naar beneden, toen ze haar man ineengekrompen op de sofa zag zitten. Hij moest erg lijden en ze haastte zich naar hem toe.
'Waar heb je pijn?' vroeg ze bezorgd.
'Overal,' kermde hij, 'maar vooral in mijn linkerknie.' Voorzichtig trok ze zijn pantoffel en sok uit, maar de lichte aanraking met het verrotte onderbeen deed hem al sidderen.
'Heeft geen zin om te kijken,' jammerde hij.
'Ik moet het toch even zien,' meende ze en ze rolde zijn broekspijp op. Rond het misvormde kniegewricht zag ze een paarse, opgezwollen huid.
Dat ziet er niet best uit, dacht ze en ze voelde zijn pols; zijn hartslag was extreem hoog. Ze rende daarop naar de keuken, waar ze flink wat alcohol met pijnstillende kruiden mengde.
'Drink op!' sommeerde ze. Michel dronk het glas leeg en het drankje deed hem goed. De aanval zwakte af.
'Ik ga zo dadelijk met de kinderen lavendel plukken en daar wrijf ik je hele lichaam mee in,' liet ze hem weten. Hij knikte maar en keek met een vertrokken gezicht voor zich uit. De kinderen waren nu ook uit bed gekomen en César en Madeleine zouden moeder gaan helpen. Met een rieten mand vertrokken ze naar de velden om het kruid te plukken dat een heilzame werking tegen reuma had. Het was wel even zoeken geblazen, omdat het kruid met de grijsgroene bladeren dit seizoen alleen op steile hellingen voorkwam. Toen de mand eenmaal gevuld was, gingen ze snel naar huis terug. Ondertussen was Christophe gearriveerd en samen sleepten ze de geleerde voor de derde keer naar boven. Anne wilde haar man op bed uitkleden, maar de trouwe dienaar bleef meewarig toekijken.
'Ga nu maar, Christophe,' gebood ze en schoorvoetend verdween hij. De wetenschapper lag nu ontbloot op z'n buik en zijn vrouw ging wijdbeens boven op hem zitten. Vervolgens begon ze het kalmerende kruid van top tot teen bij hem in te wrijven. Gaandeweg kwam ze legio onderhuidse jichtknobbeltjes tegen, waarover hij niks gezegd had. De uitwas voelde verschrikkelijk aan. Na de massage dekte ze hem zorgvuldig af.
'Je kunt je slaperig gaan voelen,' zei ze ten slotte. Hij bedankte haar, maar ze begreep zijn gemommel niet en liep weg. In de daarop volgende dagen herhaalde ze de behandeling twee keer per dag en het hele huis rook inmiddels naar lavendel. Zijn gezondheid ging vooruit. Weken na de geduchte knauw wist hij zich weer stapvoets door het huis te verplaatsen en hij sprak weer een woordje met zijn kinderen. Een maand ging het goed. Toen de winter echter zijn intrede deed, zakte hij in en met de grootste moeite kwam hij de dagen door. Met spoed ontbood hij een notaris en in de werkkamer liet hij in het geheim een testament opstellen.
Dezelfde gedragingen als mijn vader, dacht hij weemoedig, toen de vormelijke man met zijn wensen op papier vertrok. Nostradamus had zich nu permanent op zolder teruggetrokken en werkte tot in lengte der dagen aan zijn hoofdwerk De Profetieën, tot hij echt niet meer kon.
Nog één vers en dan is het welletjes geweest, vond hij. Toen hij de tiende Centurie voltooid had, werd hij plotseling onwel en tuimelde achterover. Daar lag hij, languit op de grond, en stil maar helder van geest staarde hij naar het plafond. Zijn aardse leven liep ten einde en bij het kijkglas blies hij zijn laatste adem uit.



Hoofdstuk 15



Mabus zal eerder sterven en dan komt
Een vreselijke vernietiging van mens en dier
Plotseling zal de wraak verschijnen
Honderd handen honger zodra de komeet inslaat


Een troosteloze vlakte met een broeierige lucht spreidde zich voor hem uit.
Is dit nu de hemel waar mijn ziel in vrede moet rusten? vroeg Michel zich ernstig af. Maar dit leek echt niet op het beloofde paradijs en hij probeerde te onderzoeken wat het dan wel was. Eén ding was zeker, zijn geest had het nog niet begeven, want hij had nog immer aspiraties. Het was hier snikheet. De zon scheen fel en was groter dan ooit tevoren. In de verte zag hij de zee en de talloze schelpen in het zand vertelden hem dat het zeewater hier eerder had gestroomd. De zee was kilometers zuidwaarts droog komen te liggen.
Dit lijkt de toekomstige Camargue wel, vermoedde hij. Iets boven de kim ontwaarde hij een teken van leven. Het leek te groeien. Langzaam drong het tot hem door dat het een machine was die op hem afsuisde, en even later stopte er een vliegauto voor zijn neus. Het doorzichtige dak gleed open en een oudere man met een grote, gele bril en een Chinees meisje kwamen tevoorschijn.
'Kan ik je misschien helpen?' riep de bestuurder vriendelijk. Maar Nostradamus kreeg niet de tijd om zijn vraag te beantwoorden, want op dat moment passeerde een grote komeet de dampkring. De stervelingen richtten de volle aandacht op het brandende gevaarte, dat met een duizelingwekkende snelheid de aarde naakte. De uitgeputte aarde had de staartster weten aan te trekken en het leek wel of haar soortgenoot als geroepen te hulp kwam. De drie wisten dat er iets verschrikkelijks ging gebeuren en keken elkaar beduusd aan. Michel schatte dat het brok steen op ongeveer duizend kilometers van hen vandaan zou inslaan. Toen dat gebeurde was de dreun overweldigend en de planeet kraakte in al haar voegen. Het voelde als een aanslag op het eigen lichaam.
De zondvloed komt eraan, realiseerden ze zich allen. De catastrofale inslag op moeder aarde deed hun bovenal beseffen aan wie de mens het leven in feite te danken had. Maar het was te laat voor nederigheid of inkeer. De goden hadden besloten het kaf van het koren te scheiden en alles weer tot blank te malen. De lotgenoten in de vliegauto keek suf voor zich uit en wachtte op wat er zou komen. De draaiende aarde, die zich tot dan vanzelfsprekend in de rondte had bewogen, minderde snelheid en ieders adem stokte.
'Mijn God, het verdwenen poolijs kan tot onevenwichtigheid leiden,' prevelde de profeet. Zijn uitgesproken woorden kwam direct uit en er vond een kanteling van de aardas plaats. De planeet begon te tollen en raakte in de vrije loop. Door het veranderde krachtenspel op het hemellichaam barstten er binnen afzienbare tijd overal aardbevingen en vulkanen uit. De vliegauto zoefde nog altijd stabiel boven de grond, maar de inzittenden hielden angstvallig de omgeving in de gaten. Onder Nostradamus' voeten begon het nu gevaarlijk te trillen en opeens bulderde de Middellandse Zee. Een vloedgolf kwam met driest geweld op hen af. De twee vliegeniers sloegen met hun toestel pijlsnel op de vlucht. De geest wist op eigen kracht de muur van water te ontwijken door zichzelf huizenhoog de lucht in te lanceren. De hemel werd inmiddels troebel: zon, maan en sterren verdwenen door wolken van stof, water en vuur. Het werd tijd om naar een veiliger oord te vluchten.
Straks heb ik geen energie meer en stort ik nog in zee, maakte Michel zich zorgen. Mijn ziel is alles wat me rest. Wat zeg ik, ik vergeet mijn herinneringen, en zijn zegeningen tellend vloog hij in hoog tempo naar de noordelijk gelegen bergen om zich er te verschansen. Onderweg werd hij zich gewaar welke afschuwelijke ramp zich ondertussen op aarde aan het afspelen was. Abnormale stormen raasden over land en zee en vliegtuigen vielen als herfstbladeren omlaag. Steden en dorpen veranderden in puin, en schepen werden verzwolgen door torenhoge golven. Een radeloze angst maakte zich meester van de volkeren der aarde en menig mens bezwijmde alleen al door vrees. Niets of niemand was opgewassen tegen dit natuurgeweld, dat almaar erger werd. Geen plek werd gespaard. Aardschotsen dreven uiteen of botsten met heftige schokken op elkaar en dikke lagen gesmolten steen vormden her en der nieuwe bergen en kloven. De krachten des hemels bleven bewegen en er viel een overvloedige regen, die jarenlang was opgespaard. In een mum van tijd werden nog droge landen door het hemelwater overspoeld. Een handvol ruimtetoestellen poogde nog met behulp van een duwstraal buiten de dampkring te geraken.
'Waarom bent U zo genadeloos, God?' vroeg Michel, die van grote hoogte toekeek, waarna hij opeens door een bliksem getroffen werd. In shocktoestand tuimelde hij kilometers omlaag maar belandde nog levend in een dal dat nog vrijwel onaangeroerd was.
Ik heb aan Hem getwijfeld, besefte hij aangeslagen, en als een slang, die voor straf op zijn buik moet kruipen, vluchtte hij de bergen in. Het zeewater bleef maar stijgen en de dalen liepen onder. Om het hoofd boven water te houden moest hij zich op een berg verschansen. Korte tijd leek hij daar veilig te zijn, maar plotseling scheurde het dal open en rode magma spatte uit gaten en kloven op. De confrontatie tussen de lava en het water zorgde voor een oorverdovend, sissend geluid. Giftige gassen en gloeiend hete stoom stegen op en bedreigden de spoedende geest, die het steeds hogerop moest zoeken.
Dit lijkt uitzichtloos te worden, dacht hij en met de moed der wanhoop klauterde hij de steile rotswanden op. Weer deden er zich uitbarstingen voor die ditmaal een enorme rukwind veroorzaakten, en hij moest zich haastig aan de wand vastklampen. Met een sprankje hoop klom hij verder. Even later deed een krachtige explosie meerdere bergflanken in elkaar stortten, maar wonder boven wonder liet het zijn pad ongedeerd. Hij zag echter geen toekomst meer voor zichzelf en vroeg zich af waar het schip ging stranden. Verslagen bereikte hij de top, waar hij het einde der tijden tot aan de horizon aanschouwde. De zondvloed was nu op zijn hoogtepunt en er was geen duidelijk onderscheid meer tussen hemel en aarde. Bergketens verdwenen in afgronden en boze zeeën schoten de lucht in. Slierten met wolken werden door gaten opgezogen om even later weer uitgespuugd te worden.
Waarom blijft deze berg als enige in de kolkende massa overeind? vroeg hij zich af. Ben ik misschien al één? En even meende hij de gelijke van God te zijn.
Oei, verstandsverbijstering, ook dat nog, begreep hij, nadat hij zijn binnenste onderzocht had. De waan was nog maar net bestreden, toen iets zeer akeligs hem van achteren bekroop. Het doordrong hem tot in al zijn vezels en duizend rillingen liepen hem over de rug.
'En, geniet je een beetje van het uitzicht?' vroeg een fluweelachtige stem met ijzeren hart opeens. De bergtop versteende en de lucht werd schraal. Met knikkende knieën draaide Michel zich om en zag iemand staan: het was Lucifer, de gevallen aartsengel.
'Je bent mijn beste leerling tot nu toe,' sprak deze verder. 'Vele wijzen op aarde denken mij doorgrond te hebben, maar lichtzinnigheid is jou onbekend.' De opperduivel had een intens zwarte uitstraling en zoog daarmee het laatste restje energie uit de wankele profeet. Er staken tien hoorns op zijn kop, maar pardoes schoot er nog één tussen, waarvoor de andere plaatsmaakten. Met zijn grote, bronzen klauwen en ijzeren tanden moest hij zijn slachtoffers moeiteloos kunnen vermorzelen. Wat overbleef werd anders wel onder zijn poten vertrapt. Zijn sterke vleugels vertelden bovendien dat ontsnappen onmogelijk was.
'Je hebt me bijzondere diensten bewezen,' veinsde hij weer. 'Je bent de grootste zondaar ooit.' En een enorme gloed van trots straalde uit zijn ogen, terwijl twee kraaien aanvlogen om op zijn schouders neer te strijken. Zijn woorden drongen nog niet echt tot de sterveling door, want die bemerkte slechts zijn eigen hart, dat als een ijskoude klomp aanvoelde.
'Je hebt met je voorspellingen rampzalige vloeken uitgesproken,' verklaarde de duivel, uit wiens bek een stukje hopplant groeide.
'Ik, ik?' stotterde Michel met stomheid geslagen.
'Ja jij, ook deze zondvloed heb jij in werking gezet. Ik had vanaf het begin al grootse plannen met je; talent blijkt zich niet te verloochenen. Ik moest je wel af en toe een zetje geven,' en hij beet de groeiende plant af en kauwde erop.
'Wat, wat bedoelt u?'
'En als beloning mag je dan eindelijk je ware meester ontmoeten,' zei satan zijn vraag ontwijkend en hij wees op zichzelf. 'Nu heb ik een voorstel: jij aanbidt mij en in ruil daarvoor geef ik jou al mijn wereldse wijsheid.'
'Dit brengt mij op het slechte pad...'
'Wat? Is mijn voorstel niet goed genoeg?' krijste Lucifer en zijn stem galmde tot in de wijde omtrek. 'Goed,' en hij schreed een pas naar voren. Zijn leerling keek intussen in paniek om zich heen en overdacht een poging om weg te vliegen.
'Dat heeft geen zin,' siste de lichtdrager, die hem feilloos had aangevoeld. 'Ik overtroef mijn tegenstander altijd. Zijn kracht is mijn brandstof,' en de wanhopige geest liet zijn plan weer varen.
'Ik ben oppermachtig. Zo plaagde ik je op de top van de Etna en kwam ik zomaar op de omslag van je boek terecht, of toverde ik een leuk vlammetje in je huiskamer. Ik was altijd en overal al bij je en weet beter wat er in jou om gaat dan jijzelf. Zo wil jij 't liefst je ziel redden. Maar wees eens realistisch. Niemand zal je helpen en je hebt amper het vermogen om weg te vliegen. En kijk eens om je heen... Je hebt geen keus!' Michel overwoog nog even om zich in zijn aardse lijf te verstoppen.
'Haha, vergeet het maar, je lichaam is al ontbonden. Er is niets meer om in weg te kruipen,' zei de duivel meteen. Elke gedachte werd ogenblikkelijk achterhaald en in stilte bad de sterveling tot God.
'Ach God. God vindt alles goed, of je nu leeft of sterft. Ik breng daarentegen licht. Je reputatie en je helderziendheid heb je aan mij te danken. Als ik je vorige familie niet aan de pest had laten sterven, was je slechts een lokaal doktertje gebleven.' Michel wist niet wat hij hoorde en dacht er serieus over om zich dan maar naar de slachtbank te laten voeren.
'Het enige wat ik van je wil is samenwerking,' deed Lucifer nu uit de doeken. 'Alle beetjes helpen en samen zijn we sterk. Wees niet zo sentimenteel, het leven gaat gewoon door. Anne heeft al een oogje laten vallen op Claude de Tende. Je weet wel, die gouverneur. En je nazaten zijn maar al te blij dat ze eindelijk onder je knoet vandaan zijn.'
'In naam van Jezus Christus!' huilde Nostradamus ineens.
'Haal je die er nu ook nog bij? Wat ben je toch hardleers. Jezus zal je niet helpen, die loopt ergens in rondjes rond en bijt zich in zijn staart.' De ziener viel van ellende op zijn knieën en haalde zich verward zijn gedane voorspellingen voor de geest. Heb ik heus al die rampen zelf veroorzaakt?
'Ja, maar dat geeft niet, hoor. Ik draai het wel terug, als ik zin heb. Op één voorwaarde dat jij je aan mij conformeert.'
'Ik verafschuw je!'
'Goed, laat ik er nog een schepje bovenop doen. Wat dacht je ervan als je naast het krijgen van al mijn inzichten, ook nog eens mag terugkeren naar Anne, mét een gezond lichaam?' Michel werd tot aan het bot getart en de verleiding was zó groot dat hij bijna zwichtte, maar gelukkig herinnerde hij zich het voornaamste.
'Jij weer met je ziel. Wees niet zo kleinzielig en denk eens ruim,' griefde satan, die opnieuw een stapje dichterbij kwam. Intussen krabbelde zijn slachtoffer overeind en zag het duivelse gezicht naderen. Het was zo gruwelijk dat hij er achteruit van moest deinzen.
'Heb ik me dan toch in je vergist?' ontstak Lucifer in toorn. 'Krijg ik stank voor dank? Ik heb nog wel Hermes op je afgestuurd om je Augiusstallen te laten luchten. Ben je dan toch zo'n simpele ziel, om in jouw gedachtegang te blijven, die ik beter aan mijn eenvoudige helpers had kunnen overlaten?'
'U bezit alleen macht op aarde. De mens zal u overstijgen,' bood zijn leerling ineens weerstand.
'Bedoel je dat handjevol idioten dat de ruimte in probeert te vluchten? Schoonheidsfoutje, niemand is perfect. Ze zijn echter gedoemd te sterven of eeuwig in het heelal rond te dolen. Er vangt hier namelijk een nieuwe ijstijd aan. Je begint me te vervelen, Nos.' De vorst der duisternis stond nu vlakbij en keek hem vol minachting aan. Toen wakkerde het heilige vuur in Michels hart aan. Zijn angsten verdwenen en met opgeheven hoofd sprak hij: 'Als er iemand is die het kwaad altijd tegemoet trad, dan zal ik dat wel zijn, maar ik bén het kwaad niet. Nooit en te nimmer zal ik dus mijn ziel aan jou verkopen.' Pardoes vlogen de twee kraaien van Lucifers schouders, die razendsnel op de afvallige afschoot en hem in de afgrond duwde.
'Brand dan voor eeuwig in de hel!' riep de duivel hem na en Michel viel in de gloeiende lavastromen.
Frankrijk was diep in de rouw na het overlijden van zijn illustere landgenoot en de vlaggen hingen halfstok. De prominenten stroomden van heinde en verre naar Salon de Provence om de ziener de laatste eer te brengen. Onder auspiciën van de familie werden de stoffelijke resten in de kerk van de Cordeliers begraven. Terwijl een priester aan het preken was, werd de lijkkist onder het oog van de belangstellenden in de graftombe geplaatst. Anne stond vooraan met haar grote kinderen zenuwachtig toe te kijken of alles wel goed ging. Haar stokoude zwagers hadden zich daarachter opgesteld. De graftombe was op Nostradamus' verzoek rechtop in de muur geplaatst, opdat zijn vijanden niet op zijn strot zouden kunnen staan. De tombe werd na de zegening van de overledene afgesloten en Anne beroerde nog even het stenen deksel, waar het portret van haar man op ooghoogte was ingegraveerd. De afbeelding toonde hem op negenenveertig jarige leeftijd. Eveneens waren zijn wapens erin aangebracht. Toen knielde ze bedroefd voor het graf neer en las haar zelf geschreven tekst op de marmeren gedenksteen, die ze eronder had laten plaatsen. De woorden waren in het Latijn uitgebeiteld: 'Michaelis Nostradami Ummortaliu.' Iedereen nam daarna op de kerkbankjes plaats en de gouverneur van de Provence hield een slotwoord.
'Zeer geachte familie en vrienden,' sprak Claude met een brok in de keel. 'De wereld heeft dezer dagen een zeer bijzonder mens verloren. Een mens die in het begin van zijn loopbaan als arts duizenden burgers van de pest heeft weten te redden en ons daarna met zijn ongeëvenaarde voorspellingen een blik in de toekomst heeft gegund. Ondanks zijn grote eigenwijsheid was Michel de Nostredame een zeer vrome man. Hij liet zich niet intimideren door wie of wat dan ook. Integendeel, hij bewandelde met vertrouwen de weg van God en trotseerde tegelijk vele gevaren. Maar buiten zijn onnavolgbare talent en volharding was hij ook een liefhebbende vader,' en alle ogen richtten zich op de zes kinderen, die zich al die tijd muisstil hielden.
Claude vervolgde: 'Ooit heb ik eens met de grootste tegenzin mijn vriend op last van hogerhand gevangen moeten zetten. Maar toen hij weer vrijkwam, koesterde hij totaal geen wrok jegens mij. Dat maakte een grote indruk op me. Ik keek tegen hem op en wie niet.'
De gouverneur richtte zich ten slotte tot zijn begraven vriend: 'Michel, als er iemand is die het juiste voorbeeld heeft gegeven van wat de Heer van ons verlangt, dan ben jij het wel. Moge je ziel nu rust vinden.' De weduwe barstte na zijn mooie toespraak in snikken uit en Claude liep naar haar toe om haar te troosten. Daarna condoleerde hij de zes kinderen en de zwagers, en iedereen volgde zijn voorbeeld. Toen de hoogwaardigheidsbekleders, vrienden en andere voorname gasten de nabestaanden deelneming hadden betoond, verlieten ze de kerk. Claude en Anne wisselden nog wat van gedachten uit.
'Ik ben te lomp tegen hem geweest,' snotterde Anne, 'hij had een betere vrouw verdiend.'
'Je doet jezelf tekort. Je bent echt zijn steun en toeverlaat geweest,' suste Claude, die bemoedigend een arm om haar heen legde. De aangetrouwde familie liep inmiddels ook de kerk uit en de kinderen stonden er wat verloren bij.
'Ik ga nu maar,' zei Anne, 'die zes dáár hebben me nodig. Of anders ik hen wel.'
'Als je behoefte hebt aan een luisterend oor, kom dan naar mij toe,' bood Claude aan.
'Lief van je, maar ik red het wel,' en verdrietig verlieten ze allemaal de kerk van de Cordeliers, die voor onbepaalde tijd op slot ging. De volgende dagen ontving Anne honderden brieven met medeleven uit het hele land, waaronder de schriftelijke betuiging van de koningin. Met hulp van Christophe zou ze iedereen een bedankbriefje terugsturen. De notaris nam ondertussen contact met de weduwe op en liet haar weten dat haar overleden man onlangs een testament had laten opmaken. In het bijzijn van de kinderen overhandigde hij het haar. Michel bleek zijn vrouw een enorm bedrag van ruim 3444 kronen achtergelaten te hebben en daarnaast kreeg ieder kind nog een eigen toelage. In de nalatenschap was ook een brief, die speciaal aan zijn zoon César was gericht. De jongeman, inmiddels zestien jaar, nam het schrijven vereerd aan en zette zich vervolgens op de veranda neer. In de schommelstoel van zijn vader las hij de beladen brief.
'Aan mijn zoon César. Moge het leven en geluk met je zijn. Je late komst heeft veel van mijn nachtelijke tijd gekost om datgene te schrijven dat ik aan je herinnering wil nalaten na mijn overgang tot de andere wereld. Het zijn inzichten over het algemeen nut en de voortgang der mensheid, waarvan de hogere machten mij kennis hebben gegeven. Ze zijn verwerkt in De Profetieën. Ik zie mij tot deze brief genoodzaakt, hoewel je tere verstand, vanwege je lage leeftijd, je nog niet in staat zal stellen de inhoud ervan te bevatten. Buiten dat al mijn voorspellingen volgens de sterren staan te gebeuren, zullen de avonturen van de mens per saldo ongewis zijn, omdat alles tot het laatste moment door God zelf bestuurd en geregeerd wordt. Astrologie kan het lot van de mens niet met zekerheid bepalen. Enkel diegene met goddelijke inspiratie kan iets wezenlijks openbaren. Ik heb die inspiratie mogen ervaren en veel van mijn voorspellingen zijn in allerhande landstreken uitgekomen. Mijn boodschappen kunnen niettemin in verkeerde handen van toekomstige leiders vallen, die de voorspellingen zullen misbruiken of verwerpen, waardoor juist het tegendeel benadrukt wordt. Dit zal de ontwikkeling van de hele mensheid ondermijnen en om deze reden heb ik de voorspellingen in onnavolgbare kwatrijnen verborgen. Zoals het aloude gezegde spreekt: waakt u ervoor de parels niet voor de zwijnen te werpen. Ik heb dus duistere en verwarde zinspreuken gebruikt om het kleingeestige verstand in heden en toekomst niet te kwetsen. Soms had ik liever willen zwijgen. Toch kan ik niet anders dan mijn inzichten doorgeven. Het zou getuigen van onverschilligheid van mijn kant, omdat de verborgen boodschappen de vaart der volkeren dienen door hen op hun plek te wijzen. Slechts ingewijden zullen de verzen weten te doorgronden. Het is de gemiddelde mens immers niet gegeven de tijden en ogenblikken te kennen. Om de gewone mensen te leiden en te hoeden zal de Schepper herhaaldelijk aan zuiver wetenden de geheimen van de toekomst en het verleden onthullen. Onthullingen van de goddelijke werken die volmaakt zijn. Het vermogen tot helderwetendheid ontvangt men uit de tere ziel van het vuur, die tijdens de nachtrust kan worden aangeraakt. De daaruit vloeiende inzichten mogen niet verward worden met de natuurlijke kennis van de levende wezens. De bovennatuurlijke inzichten stammen namelijk uit de etherische bron en liggen besloten onder het hemelgewelf. Mijn zoon, ik bid dat je het verstand nooit zult uitlenen aan dromen en ijdelheden die de hogere lichamen doen uitdrogen en de ziel uiteindelijk verloren laten gaan. Mijn werkkamer heb ik ledig achtergelaten. Ik heb mijn boekwerken vol geheime wijsbegeerte aan Vulcanus opgeofferd om haar gevaarlijke macht niet in de openbaarheid te laten komen. Toen ik de boeken verbrandde werd de lucht ongewoon helder en dat getuigde van de goede beslissing. God heeft mij bevoorrecht en ik hoop mijn bevlogenheid aan jou in de geest te kunnen overdragen. Je vader lijkt nu ver weg. Toch ben ik met mijn zintuigen niet verder van de hemel verwijderd dan met mijn voeten van de aarde. En prijs mij niet de hemel in, ik ben een zondaar, groter dan wie ook. Maar laat ik met het oog op je prille verstand ophouden hier verder in af te dwalen. Wat ik je achterlaat zijn De Profetieën. De voorspellingen hierin hebben betrekking op het gewelf waarlangs de maan zich beweegt. Zo heb ik geconstateerd dat er vóór de verbranding van de aarde dusdanige zondvloeden en overstromingen zullen plaatsvinden dat elke meter grond onder water zal komen te staan. De mensheid, zoals wij haar kennen, zal uiteindelijk ophouden te bestaan. Maar laat je niet afschrikken door dit doemscenario. Het zal eeuwen duren eer het zover is en vóór die tijd hoop ik je nog persoonlijk de verzen uit te kunnen leggen. Moge God je voorspoed toekennen.'

Salon de Provence werd een populaire bedevaartsplaats. Drommen mensen bezochten er jaarlijks de graftombe van de legendarische ziener en elke dag was er in de kerk van de Cordeliers wel geroezemoes te horen. Alleen 's nacht keerde de rust er terug en heerste er de stilte, totdat 225 jaren later twee bijgelovige soldaten dit ritueel ernstig zouden verstoren. Op een nacht tijdens de Franse Revolutie hingen Bruno en Yves, die in de buurt gelegerd waren, bij de grote fontein rond. Het onafscheidelijke duo was hard aan een verzetje toe en ze babbelden en dronken er lustig op los.
'Zo'n prachtig gietijzeren kanon gedragen door een affuit, daar droom ik nou van,' bralde Yves.
'Brute kracht,' vond Bruno maar, 'ik vind tovenarij veel spannender.'
'En hoe groter de loop, hoe mooier,' zwijmelde zijn maat verder.
'Wat moet je nou met zo'n stom kanon man, als je magische trucks kent!'
'Heb jij dan bovennatuurlijke gaven?' vroeg Yves, terwijl hij de fles wijn doorgaf.
'Nee, maar heb jij een kanon?' reageerde Bruno, die zichzelf slimmer achtte. Zijn vriend haalde zijn schouders op en nam een nieuwe slok.
'Wist jij,' vervolgde Bruno luid, 'dat in Parijs de Bastille met z'n acht torens en anderhalve meter dikke muren met de grond gelijk is gemaakt, zonder dat daar maar één kanon aan te pas is gekomen?'
'Hips, dat wist ik niet,' zei de ander aangeschoten terug en terwijl ze doorkletsten werd er een raam van een naburig huis geopend.
'Hé, kunnen jullie wat zachter doen?' riep een Salonnier die probeerde te slapen.
'Pas op, anders verander ik je nog in een kikker,' bruuskeerde Bruno en de buurtbewoner deed mopperend het luik weer dicht.
'Ben jij wel eens in Parijs geweest?' vroeg Yves extra hard.
'Nee, maar ben ik ooit ergens zonder jou geweest? We komen nog wel in Parijs.' De soldaten verveelden zich stierlijk en bezonnen zich op wat actie.
'Yves, het graf van Nostradamus is hier vlakbij, heb je zin om mee te gaan?' Die stemde ermee in en saampjes slenterden ze naar de kerk van de Cordeliers.
'Wat wil je daar gaan doen, het is midden in de nacht?' vroeg Yves onderweg.
'Ik ga wijn uit de schedel van de profeet drinken,' lichtte Bruno toe.
'Waarom dan?'
'Het verhaal doet de ronde dat je dan magische krachten ontvangt.'
'Spannend, maar je moet er nog wel in zien te komen,' grinnikte Yves.
'Makkie, laat maar aan mij over,' en ze liepen om de kerk heen naar de achterdeur.
'Kom zo terug,' fluisterde Bruno listig. Yves bleef bij de deur staan wachten, totdat zijn maat met een ijzeren staaf terugkwam. Die brak de deur moeiteloos open en ze beslopen daarop de kerk. Voorin vonden de twee soldaten de rechtopstaande tombe van de ziener en Bruno keek hoe het ding geopend moest worden. Weldra wisten ze het stenen deksel te verwijderen en tussen oude planken zagen ze het skelet van Nostradamus. Gewelddadig rukten ze de schedel ervan af en een gouden amulet viel daarbij achteloos op de bodem van de kist. Terwijl Bruno uit de hersenpan dronk, begon Yves in het midden van de kerk met de botten te jongleren. Plotseling werd de bedenker van het macabere plan door onzichtbare handen bij de keel gegrepen en uit alle macht probeerde hij ze van zich af te trekken. Yves dacht eerst nog even dat zijn vriend een lolletje maakte, maar toen deze serieus om hulp bleef roepen en paars aanliep, rende hij doodsbang weg. Voorbij de sacristie viel zomaar een heiligenbeeld voor zijn voeten en hij struikelde languit op de vloer. De burgemeester had het kabaal in de kerk gehoord en beval zijn stadswachten de insluipers in de kraag te vatten. De twee werden zonder enige weerstand op heterdaad betrapt. Bruno was bijna gestikt en hapte nog naar adem en Yves lag buiten westen op de grond.
'Gooi die soldaten in het cachot!' beval de burgemeester woedend. 'Ze mogen later als kanonnenvlees aan het front (de Slag bij Waterloo, zie hoofdstuk 3) dienen.' Toen liep hij nors naar het geschonden graf toe en ontdekte het gouden medaillon tussen de achtergebleven botjes in de tombe. Terwijl hij de inscriptie op het eeuwenoude medaillon las, viel zijn mond van verbazing open. Het huidige jaar 1791 stond er vermeld. Haastig legde hij het kleinood terug in de kist, die even later met alle botjes goed werd afgesloten. De onthutste burgemeester gaf terstond zijn mannen opdracht het graf naar de kerk van Saint Laurent te verplaatsen, waar het beter bewaard kon worden. Hij sprak er nadien geen woord meer met iemand over.



Hoofdstuk 16



Henrik Larson liep gemoedelijk onder een wolkenloze hemel tussen zijn wijnranken door. De sierlijke klimplanten hingen vol met trossen druiven en behoedzaam trok hij er één vanaf. Hij beet de blauwe vrucht doormidden en proefde aandachtig.
Ook al rijp, stelde hij vast. Het zuurzoete sap was geschikt voor de bereiding van de dieprode drank en de oogst kon worden binnengehaald.
Morgen zal ik een aantal plukkers optrommelen, nam hij zich voor en tevreden keek hij nog even naar zijn ranken in het dal, dat zich aan de rivier bevond. Het stromende rivierwater sprankelde levendig door het late zonnetje en hij genoot van het prachtige uitzicht. Daarboven, aan de horizon in het zuiden, tekenden zich statig de Pyreneeën af. Hun machtige aanwezigheid was tot hier voelbaar en het zinderde van de energieën in de wijngaard.
Laat ik maar weer naar huis toe gaan, dacht hij op zijn horloge kijkend en hij sjokte de heuvel op, waarachter Cave Lagneaux lag. Ondanks zijn Zweedse afkomst was hij in enkele jaren een zeer geliefd man in hun dorp geworden. Zijn open gezicht was voor iedereen uitnodigend. De wijsgerige Larson was in Limoux neergestreken toen hij tijdens een zuiveringstocht niet zichzelf maar een Franse vrouw was tegengekomen. Hij trouwde met haar en ze vestigden zich in de zonovergoten Aude, met zijn pittoreske dorpjes en smalle weggetjes. Ze hadden een vervallen boerderij op de kop getikt, waar nog een oude wijnpers aanwezig was, en ze restaureerden haar tot moderne staat. Het huis was in de loop der jaren van alle gemakken voorzien. Binnen de ommuurde tuin had Henrik onlangs nog een zwembad voor de kinderen aangelegd. Ondertussen trad hij Cave Lagneaux tegemoet en hij snoof de laatste geuren van de natuur op.
Wat kan 't leven toch mooi zijn, dacht hij en hij liep naar binnen.
'Brigitte, morgen wil ik met het plukken beginnen,' riep hij en hij zocht zijn vrouw op de begane grond. Ze was nergens te bekennen en hij wilde juist boven gaan kijken, toen een blondine de trap afkwam. Halverwege liepen ze elkaar tegen het lijf.
'Hallo engel, wat ben je weer mooi,' begroette hij haar. Het leek wel of ze elkaar in tijden niet hadden gezien en ze raakten elkaar liefelijk aan.
Elke dag een nieuwe vrouw, doezelde het in zijn hoofd. 'Brigitte, ik wil morgen de oogst binnenhalen.'
'Dan zal ik vanavond nog wat mensen bellen,' zei ze. 'Aan hoeveel had je gedacht?'
'Nou, vijf of zes moet wel genoeg zijn,' en ze liepen naar de woonkamer om de dagelijks zaken door te nemen.
'Je vader heeft nog gebeld, hij belt vanavond terug,' meldde Brigitte, terwijl ze een adressenboekje pakte.
'Ik bel hem nu wel even,' antwoordde hij.
'Ha pap!' riep David, die met een poes in zijn armen de wasruimte uitschoot.
'Had Mau zich weer verstopt?' vroeg vader. Het kind knikte en liep zonder de poes naar zijn kamertje boven. Het alarmklokje van de oven ging af en het echtpaar haastte zich naar de keuken, waar Brigitte een nieuw recept aan het uitvogelen was.
'Je schildersezel is al maanden niet aangeraakt,' zei ze, terwijl ze de gloeiend hete schotel uit de oven haalde, 'zal ik hem opbergen of ga je nog wat moois maken?'
'Berg maar op. Ik heb er geen behoefte meer aan. In een schilderij zit alles zo gevangen, het leeft niet. Nee, ik kijk liever naar de natuur, of naar jou!' Ze glimlachte om het complimentje.
'Ik vind je schilderij met de zonnebloemen anders nog steeds schitterend,' bekende ze en ze prikte met een mes in de groentequiche om de gaarheid ervan te controleren.
'Ach, een leuk plaatje. O ja, ik zou mijn vader bellen. Waar is dat mobieltje?'
'In de spiegelkast, schat,' antwoordde ze en hij liep de woonkamer in.
'Jij belt nog voor een aantal werkers, hè?' riep hij haar na. Hij vond het toestel en kreeg al snel zijn vader in Stockholm aan de lijn.
'Hallo pa. Je had gebeld, hoorde ik.'
'Ja, dat klopt. Je moeder had opeens zo'n onbestendig gevoel over jullie en ze vroeg of ik jullie even wilde bellen. Het geweld neemt almaar toe in Europa.'
'Hier op het platteland is het best veilig, hoor,' stelde zijn zoon hem gerust.
'Laten we het maar hopen. In ieder geval zijn we blij dat het je eindelijk voor de wind gaat. Je leek wel op een eeuwige martelaar. Verder alles goed met Brigitte en de kinderen?'
'Prima, zo kruipt Fred op dit moment nieuwsgierig in het rond. Hij kan al bijna lopen. Morgen gaan we trouwens de oogst binnenhalen.'
'Mooi en dankbaar werk, zoon. Helaas is Zweden geen wijnland en we zijn te oud om even langs te komen. Maar volgend jaar zijn we bij leven en welzijn van plan om naar jullie toe te komen. Laten we het verder maar kort houden, hè?'
Ze zeiden elkaar gedag en Henrik schakelde het mobieltje uit, het enige communicatiemiddel in huis. Hij had met zijn echtgenote afgesproken dat de kinderen tot hun zevende jaar zo min mogelijk aan ellende en verleidingen mochten worden blootgesteld. Om die reden was er bij hun geen televisie of computer te vinden.
'We gaan eten!' riep Brigitte, die Fred weer in de kinderbox plaatste. David en Lisa kwamen de trap af gelopen. Het meisje hinkte met een pak stiften naar de eethoek en maakte nog snel even een tekening, terwijl haar broertje haar handelingen volgde.
'Dat wordt helemaal niks,' plaagde hij en hij trok provocerend het papier weg.
'Klootzak,' kraamde Lisa uit.
'Hé, scheldwoorden gebruiken we hier niet,' waarschuwde vader, die niet zag wat er gebeurde, omdat hij net een paar glazen uit de keuken haalde.
'Ja, maar David pest me en doet vaker zo lelijk,' jammerde zijn dochter.
'En jij doet weer lelijk tegen hem. Zo blijven jullie in dezelfde cirkel hangen. Als jij je weet te gedragen zal hij ervan afzien om je nog verder te plagen, omdat er voor hem dan niks meer te beleven is.' Lisa had de levensles aangehoord, maar was nog steeds boos op haar broertje.
'Hij loopt nog eens onder een auto,' zei ze stilletjes, maar vader hoorde het.
'Dat zijn gevaarlijke gedachten, Lisa. Niet meer zulke voorspellingen doen. Sowieso geen voorspellingen doen; je spreekt zo nog een vloek uit! Jongens hebben zulk gedrag nou eenmaal vaker en groeien er doorgaans overheen. Maar ik zal David beter in de gaten houden,' en hij keek zijn zoon indringend aan. Af en toe haalden die klieren het bloed onder je nagels vandaan, maar over het algemeen waren het lieve kinderen. Nadat de groentequiche was genuttigd en het kroost naar bed was gegaan, bladerde Henrik in de woonkamer door een dik boek en hij maakte notities.
'Wat ben je aan het doen?' vroeg Brigitte, toen ze de afwas had gedaan.
'Ik geef volgende week een voordracht over Swedenborg in het Cultureel Centrum,' antwoordde hij, terwijl hij zijn leesbrilletje afdeed.
'Nog over een specifiek thema?'
'De echtelijke liefde,' duidde hij aan.
'Als dat maar niet te klef wordt met al onze kennissen daar. Je laat ons liefdesleven wel buiten beschouwing, neem ik aan?'
'Je kent me toch!' verzekerde hij. Ze pakte vervolgens een tijdschrift en ging naast haar man op de bank zitten. Even later schudde ze mistroostig het hoofd.
'Er is een aanslag gepleegd op het gemeentehuis van Pau,' liet ze hem weten.
'Nog slachtoffers?'
'Drie doden, ook de burgemeester is omgekomen.' Sinds enkele jaren verhardde het klimaat zich nu ook op het platteland en Henrik en Brigitte beseften hoe kwetsbaar hun eigen bestaan was. Maar naast waakzaam zijn, vertrouwden ze toch vooral op de voorzienigheid. Nadat Brigitte nog enkele telefoontjes had gepleegd, besloten ze te gaan slapen. Moeder haalde Fred uit de box en gezamenlijk gingen ze naar boven. De kleine sliep nog bij zijn ouders.

In de dageraad liep het groepje druivenplukkers naar de wijngaard, die op het zuiden lag gericht. Boven de dalen van de kathaarse contreien hing die ochtend een prachtige mystieke nevel. Eenmaal in de gaard gaf Henrik aan iedereen een emmer en een mesje om de druiventrossen mee los te snijden. Het groepje bestond uit drie mannen uit Limoux, een verdwaalde Bask en twee rondreizende meiden uit Denemarken. De houten kar, waar de volle emmers in leeggegooid moesten worden, stond al op zijn plek.
'Aan de slag mensen,' gelastte hun werkgever, waarop iedereen in zijn eigen rij ging staan.
'O ja, bij de kar staat voor jullie drinken klaar,' riep hij hun na. Even later werden de eerste emmers geleegd en werd er een slok water genomen. Rond negen uur kwam de vrouw van de baas met een picknick aangelopen en ze deelde stokbrood met diverse soorten kaas uit. Hoewel het nog vroeg was, namen de Fransen er een glaasje wijn bij. De Deense meiden verkozen echter simpel water. Na het kortstondige vertier werd het plukken voortgezet. De zon werd feller en de mist verdween. De warme zonnestralen op ieders huid maakten het werk aangenaam en er werd inmiddels gezongen en gekletst.
'De eerste twee dagen zullen jullie wel rugpijn hebben,' waarschuwde Henrik de twee dames, die dit werk nog nooit hadden gedaan, maar ze namen hem niet echt serieus. Om half twaalf brandde de zon zó sterk, dat iedereen kletsnat raakte van het vele zweten. Gelukkig brak de lunchtijd aan en ze keerden allemaal terug naar Cave Lagneaux, waar een uitgebreide maaltijd op tafel stond te wachten. De bevuilde plukkers deden hun schoenen bij de deur uit en namen vervolgens in de eethoek plaats.
'Wie van jullie kan ons de hele maand van dienst zijn?' vroeg Henrik aan tafel. 'Er is namelijk nog een hoop werk te verrichten. Zo moet het fruit nog gesorteerd, gereinigd en geperst worden.' De vier mannen zegden toe, maar de Deense meiden zouden niet meer van de partij zijn, die wilden verder trekken. Het clubje begon te eten en er werd aan tafel gezellig doorgebabbeld.
'Je man is door je kookkunsten flink aangekomen. Het was destijds een scharminkel,' zei Jules, een van de dorpsgenoten.
'Dat was-ie zeker. Hij komt eindelijk in het vlees, het zal de Franse keuken wel zijn,' beaamde Brigitte.
'Nee hoor, ik doe aan reļncarnatie,' reageerde haar man jolig.
'Wie wil er nog wat drinken?' vroeg Brigitte, die een extra schaal met gebakken aubergines wilde halen.
'Hebben jullie ook druivensap?' vroegen de dames uit het noorden.
'Jazeker, zelfgemaakte nog wel,' en ze begaf zich naar de keuken.
'Larson maakt de meest klare wijn van de hele streek,' deelde Jules het gezelschap mee. 'Er zit geen enkel kunstmatig bestrijdingsmiddel in zijn wijn.
'Bedankt voor het compliment, Jules, onze wijn is inderdaad puur natuur,' gaf deze toe. Brigitte kwam intussen met het sap aangelopen en schonk het voor de meisjes in.
'Pas op dat je er niet te veel van drinkt,' waarschuwde Henrik. 'Jullie hebben al heel wat druiven op, zag ik. Ze hebben een laxerend effect.' Plotseling krijste Fred. Hij zat helemaal alleen in de box en kreeg maar geen aandacht.
'Wat voor druivenrassen gebruiken jullie?' vroeg een van de mannen. Henrik had net een hap in de mond en verslikte zich.
'Pinot Noir en Chardonnay,' zei hij hoestend terug, waarop Jules, die naast hem zat, even op zijn rug klopte. Enige tijd later kwam het rijpen van wijn ter sprake en Henrik vertelde over de eeuwenoude wijnkelder, die onder het hele huis lag en die je vanuit de woonkamer kon bereiken.
'Na het eten zal ik hem jullie laten zien, er staan nog originele vaten,' zei hij gepassioneerd. Maar na het eten kwam er niets van zijn voorstel terecht, want iedereen begaf zich rechtstreeks naar de tuin om te ontspannen. Daar zaten ze allemaal in de schaduw van een grote appelboom en aten nog wat chocolade. Nadat er goed was uitgerust, ging men opnieuw aan de slag. Vele zonuren en geleegde emmers later zat de dag er eindelijk op en de werkers namen nog een verfrissende douche in de boerderij. Na de geldelijke beloning keerde iedereen voldaan naar huis terug.

Die avond had Brigitte alle ramen opengezet. Er was geen zuchtje wind te bekennen.
'Wat is het toch kalm en zwoel,' zei haar man. 'Het lijkt de spreekwoordelijke stilte voor de storm wel.' Vermoeid maar tevreden ging hij naast zijn mooie vrouw in de huiskamer zitten. De kinderen speelden met Lego.
Wat een schatjes zijn het nu toch, dacht vader, die hen begeesterd in zich opnam. Hij kon ze wel opvreten en een moment lang sloot hij ze in het hart. Hij raakte zelfs bedwelmd van geluk. Tegelijkertijd bewoog het wapenschild uit de zestiende eeuw buiten bij de voordeur opeens zachtjes heen en weer en het onheilspellende gepiep haalde hem uit zijn dagdroom. Een diep verborgen inzicht borrelde in hem op en zijn haren gingen recht overeind staan.
Mijn God, ik heb iets verschrikkelijks gedaan, wist hij ineens; ik heb mijn kinderen aanbeden al ware het goden. Plotseling waaide er een eigenaardige wind door het huis heen. Het was de adem van de duivel.
'Alle luiken moeten dicht!' zei vader met nadruk.
'Wat een enge wind,' reageerde Brigitte geschrokken en ze liep haastig naar de vensters toe. Binnen een minuut ontwikkelde de wind zich tot een storm. Terwijl zijn vrouw beneden de ramen afsloot, vloog Henrik naar de openstaande ramen op de tweede. De wind gierde intussen door de slaapkamers en de gordijnen slingerden door de lucht. Naarstig deed hij de luiken dicht. Weer beneden hielp hij zijn vrouw met de schuifdeuren van de opslagplaats achter het huis. Een heuse orkaan trok over de streek en buiten begon het te spoken.
'Het zolderluik staat nog open!' schoot het Brigitte te binnen en haar man spurtte nogmaals de trappen op. Daarna kropen ze angstig in de woonkamer bij elkaar, terwijl alle luiken heftig rammelden.
'Iets of iemand wil onze kinderen doden,' zei Henrik opeens.
'Wat bedoel je?' stamelde zijn vrouw, die hem niet kon volgen. David hoorde zijn vader praten en keek hem met zijn helblauwe ogen strak aan.
'Het wordt nog veel erger,' voorspelde vader. Breng de kinderen in de kelder en spijker alle luiken en deuren vast. Er is weinig tijd, ik moet nu gaan.'
'Zeg me alsjeblieft wat er aan de hand is!' verzocht Brigitte in paniek.
'Vraag me niet waarom,' antwoordde hij. 'Ik kan het je niet uitleggen... Ik laat me door iets hogers leiden.' En hij spoedde zich naar de voordeur en wierp een laatste blik op vrouw en kinderen.
Misschien zien we elkaar nooit meer, dacht hij verscheurd. Toen sloeg hij de deur achter zich dicht. In het ongewisse vocht Larson zich door de storm de heuvels in en geregeld moest hij zich aan struiken en bomen vasthouden. Zijn wijnranken werden ondertussen uit de grond gerukt en zeilden langs. Boven op de heuvel aangekomen zag hij hoe de rivier in een boosaardige watermassa was veranderd en spookachtig over het land uitwaaierde. Even treuzelde hij, maar toen besloot hij zo ver mogelijk van huis weg te rennen. Misschien wel om het kwaad van zijn gezin af te leiden. Hij liep hard door het heuvelland heen, terwijl donkere wolken hem leken te achtervolgen. Kilometers verder kwam hij achter een stevige boom op adem en hij maakte zich zorgen om zijn vrouw en kinderen. Op hetzelfde ogenblik rukte een kwaadaardige hoos het dak van hun boerderij af en de hele huisraad ging de lucht in. Pannen, kledingstukken, boeken, tafeltjes, een strijkplank, bedden, alles vloog alsof het niets woog. Zelfs de dichtgespijkerde luiken moesten het ontgelden en in de huiskamer dansten de stoelen over de vloer. De antieke spiegelkast ontplofte en duizenden glassplinters doorzeefden het interieur. Verderop stond Henrik onwetend van de ramp nog steeds te piekeren.
Ik mag me niet laten beheersen door angst, vermande hij zich en met horten en stoten rende hij door. Een harde windvlaag duwde hem weldra omver en hij bezeerde zich aan takken en stenen. Hij wist op te staan maar werd direct weer tegen de grond gesmeten. In doodsnood moest hij weer denken aan alles wat hem lief was.
Is mijn gezin nog wel in leven? vroeg hij zich af, toen er onverwachts een kruis van inzicht op zijn voorhoofd brandde.
Het kwaad vernietigt dat waaraan je denkt, zei een stem van binnenuit. Henriks bloed stolde door deze bevinding en in allerijl probeerde hij zijn gedachten te verzetten.
Niet denken, niet denken, zei hij tegen zichzelf. De boze weergod merkte weerstand en laaide subiet op. Henrik werd opgetild en woest tegen een boomstronk gekwakt. Zijn borstkas kraakte vervaarlijk en hij schreeuwde het uit van pijn. Met de grootste moeite bedwong hij zijn denkbeelden, die niets anders waren dan een vlucht voor de werkelijkheid.
Ik zal de confrontatie met die duivel moeten aangaan. Er zit niks anders op, besloot hij. Het was zijn laatste strohalm en waarachtigheid was daarbij zijn wapen, en telkens gebruikte hij dat wapen om zijn gedachten aan wie of wat dan ook te verbreken. Als reactie barstte de hel in alle hevigheid los. Henrik probeerde zich opnieuw aan een tak vast te grijpen, maar werd als een veertje weggeblazen. Uiteindelijk liet hij zich maar als een weerloos slachtoffer te grazen nemen, maar hij wist zijn vertrouwen in het goede te behouden. Hij liet zich zelfs bereidwillig dorsen, waarop het duivelse natuurgeweld des te erger werd. Zijn overgave aan alles wat is zorgde langzaam voor een kentering en vermurwd werd hij zich een gedaante gewaar. De wazige gestalte kwam hoog boven hem tevoorschijn en ging als een razende te keer. Toen begonnen de wolken der hemelen er omheen te draaien en ze bedwongen de uitzinnige duivel, die langzaam maar zeker aan het vervagen was. Na een laatste stuiptrekking gaf het kwaad zich gewonnen en loste het in het niets op. De tornado richtte zich vervolgens op de lamgeslagen wijnboer, die niets anders kon dan zich eraan overgeven. De wervelwind bleek goedaardig te zijn en zijn kracht vervulde hem van top tot teen. Toen de laatste resten van de slurf door zijn lichaam waren opgezogen, luwde de storm en kwam de natuur tot rust. Henrik kwam sprakeloos rechtop zitten en likte zijn wonden. Toen nam hij een zieltogende geestverschijning waar. De geest droeg een gewaad dat tot op zijn voeten hing, en om zijn borst droeg hij een gouden band. Zijn lange baard was blank als sneeuw en zijn ogen vlamden als vuur. In zijn linkerhand hield hij een staf met zeven sterren en zijn gezicht straalde als de middagzon. Verbaasd kwam Henrik overeind en aanschouwde het wonder. De geest stak vriendschappelijk zijn rechterhand omhoog en hief aan.
'Ik ben Michaelis Nostradamus en eeuwenlang heb ik in het vagevuur moeten wachten op een rein en zuiver mens, die mij kon bevrijden. De zevende vallei is volbracht en mijn ziel kan nu eindelijk rusten. Jij was de laatste sleutel en uit dank zal mijn licht voor altijd in je blijven schijnen.' Zijn stem klonk als een machtige waterval.
'Mijn voorspellingen zijn vanaf nu verbroken,' vervolgde hij, 'de geest is weer in de fles. Ook ik speelde slechts mijn rol. Ik was dood, maar nu leef ik voor altijd, voor eeuwig.' De geestverschijning begon te vervagen.
'Je gezin is nog in leven, ze mankeren niets, maar ik moet nu gaan om afscheid te nemen van mijn mensenhart.' Ontroerd hief Henrik zijn armen wijduit en antwoordde: 'De aarde zal je voor altijd blijven herinneren, Michel.' Nostradamus knikte instemmend, ademde nog één ademtocht in de stille lucht en zei ter afsluiting: 'Tijd is niets, verlangen naar liefde is alles,' en langzaam verdween zijn ziel in de wolken. De lucht klaarde op en de wijnboer sloeg het gade. Aan het firmament was een nieuwe ster te zien.






Gebruikte kwatrijnen uit De Profetieën van Nostradamus.

C8.1
Pau, Nay, Loron, meer vuur dan bloed
Zwemmend in lof vlucht de grote over water
Hij zal de eksters de toegang weigeren
Pampon en Durance houden hen gevangen

C1.1
Alleen in de nacht in geheime studie
Rustend op een koperen driepoot
De vlam uit het niets ontsteekt dat succes
Waar lichtzinnigheid uit den boze is

C9.90
Een kapitein van het geweldige Duitsland
Brengt het tot koning der koningen
Met foute hulp en steun van Pannonia
Zijn opstand veroorzaakt stromen bloed

C2.70
De pijl uit de hemel maakte zijn reis
De dood spreekt, een grote executie
Steen in de boom, een trots ras vernederd
Menselijk monster, zuivering en boetedoening

C1.63
De verzwakte wereld bloeit op
Langdurige vrede heerst overal
Men reist door lucht, over aarde en zee
Dan zal er weer oorlog komen

C2.57
De grote man zal voor het conflict vallen
Een belangrijke moord, te vroeg dood en betreurd
Onvolmaakt geboren, moet vaak zwemmen
De aarde bij de rivier met bloed besmeurd

C2.89
De twee grote leiders raken bevriend
Hun enorme macht zal toenemen
Het nieuwe land nadert zijn hoogtepunt
De roden zijn uitgeteld

C1.35
De jonge leeuw zal de oudere overwinnen
Een toernooi en een enkel duel
In de gouden kooi zijn ogen doorboord
Een wrede dood bij twee wonden in één

C6.97
Vijf tot veertig graden hemel brandt
Vuur nadert de nieuwe stad
Na grote ontploffingen in de breedte
Opdat de noordelingen zullen buigen

C8.77
De antichrist vernietigt spoedig de drie
Zevenentwintig jaren zal zijn oorlog duren
De ongelovigen: gevangen, dood of verbannen
De aarde bezaaid met kadavers en rode hagel

C10.72
In het jaar 1999 zevende maand
Een koning van terreur uit de hemel
Doet de grote Mongoolse leider herleven
Voor en na regeert Mars met geluk

C5.68
Tot aan Donau en Rijn komt drinken
Een kameel zonder berouw
Bij Rhône en Loire barst geweld los
De haantjes vertrappen hen bij de Alpen

C1.91
De goden zullen laten zien
Dat zij de oorlog bepalen
Na stilte hemel vol wapens en raketten
De grootste schade is op links

C2.62
Mabus zal eerder sterven en dan komt
Een vreselijke vernietiging van mens en dier
Plotseling zal de wraak verschijnen
Honderd handen honger zodra de komeet inslaat

C9.7
Hij die de gevonden tombe zal openen
En hem niet onmiddellijk dichtdoet
Zal bevangen worden door mysterieus kwaad
Je kunt beter koning van Bretagne of Normandië zijn





Originele verzen van Nostradamus
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10









gratis ebook op
www.nostredame.info