nostredame.info

home
Nostradamus gratis e-book

Roman inleiding
Hoofdstuk 1 geboorte
Hoofdstuk 4 zwerfperiode
Hoofdstuk 5 inwijding
Hoofdstuk 7 WO II
Hoofdstuk 10 atoombom
Hoofdstuk 12 New York
Hoofdstuk 15 toekomst
Nostradamus kwatrijnen



Hoofdstuk 10 - fragment

‘Als ik wist wat ik deed, heette het geen onderzoek,’ zei Einstein eigenwijs terug. ‘Maar na de Tweede Wereldoorlog zijn er in de vaart der volkeren nieuwe machtsverhoudingen ontstaan.’
‘Amerika en Rusland zeker,’ vermoedde Michel.
‘Ja, klopt. Nu kreeg ook Rusland de atoomtechniek in handen en er ontstond een wapenwedloop tussen de twee grootmachten. Beide partijen beschikken inmiddels over een zeer groot arsenaal aan kernwapens, genoeg om de wereld meer dan tien keer te vernietigen. Bovendien hebben beide leiders een zogenoemde rode knop binnen handbereik. Eén druk erop en alle kernwapens worden onmiddellijk op elkaar afgeschoten.’
‘Hoe meer invloed men op het leven heeft, des te groter is de verantwoordelijkheid,’ vond Michel.
‘Peper me dat nog maar eens in, ik voel me al zo schuldig. Maar toen ik eenmaal reputatie had verworven, heb ik me voor wereldwijde ontwapening en gelijke rechten voor iedereen ingezet. Helaas tevergeefs, want vlak na mijn dood kregen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie een fikse ruzie over Cuba en nu staan ze op het punt elkaar te vernietigen,’ en de atoomgeleerde frummelde zenuwachtig aan zijn snor.
‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, ook al is men helderziend,’ probeerde Michel hem weer op te beuren. ‘Maar wie zijn de leiders van die grootmachten?’
‘Eh, dat is president Roosevelt voor de VS en Stalin voor de USSR,’ antwoordde Albert. ‘Ik was zelfs goed bevriend met Roosevelt en...’
‘Nee, ik bedoel tijdens dat conflict, toen jij niet meer leefde.’
‘Oh, na mij. Dan zijn het John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov. Zij zullen bepalen of er een Derde Wereldoorlog gaat uitbreken, en als dat gebeurt, zal er in een Vierde Wereldoorlog met stokken en stenen worden gevochten.’
‘Heb je die twee leiders nog persoonlijk gekend?’
‘Wel, ik heb Kennedy een keer in het Witte Huis mogen ontmoeten, maar dat was vlak voordat hij president werd. Ik had toen namelijk vrije toegang tot het Witte Huis, maar kennen doe ik hem niet. De Russische bevelhebber heb ik nooit ontmoet.’
‘Het Witte Huis, wat is dat?’
‘Daar zetelt de Amerikaanse regering. De Russische tegenhanger is het Kremlin. Als je wilt breng ik je naar het eerste toe?’ Nostradamus was zeer verrast door dit ongewone voorstel en moest even de mogelijke consequenties overdenken.
‘Goed, als jij de weg weet,’ zei hij uiteindelijk.
‘Mijn herinneringen zijn nog levendig, kom maar mee,’ zei Albert weer monter en hij trok hem mee naar de trap. De kinderen sliepen als rozen op de tussenverdieping en merkten niets van de wetenschappers die afdaalden.
‘Heb je een vliegmachine klaarstaan of zo?’ fluisterde Michel, die zijn kroost niet wakker wilde maken.
‘Is niet nodig,’ reageerde de ander ook zachtjes. Ze bereikten de begane grond, waar Anne bij een kaars een stapel papieren aan het doornemen was.
‘Ben jij dat?’ vroeg ze waakzaam.
‘Ja schat, ik ga even een ommetje maken, ben zo terug.’
‘Leuke vrouw heb je,’ merkte Einstein op.
‘Dank je wel, Albert.’
‘Tegen wie praat je nou in vredesnaam?’ vroeg Anne, die de natuurkundige niet kon waarnemen.
‘Een collega,’ antwoordde haar man. Ze liet haar zweverige echtgenoot maar met rust, want die zag vaker spoken. Einstein liep zelfbewust door en de andere geleerde werd des te nieuwsgieriger waar hij naartoe geleid zou worden.
‘We gaan nog een verdieping lager,’ maakte Albert kenbaar en ze daalden de trap af naar de donkere kelder, waar ze op de tast verder gingen.
‘Hier is alleen wijn te vinden,’ stribbelde de huiseigenaar tegen.
‘Vertrouw me nu maar,’ verzekerde Einstein hem en stapvoets bewogen de twee zich voort.
‘Ik zie geen zier, ik had beter een licht mee kunnen nemen,’ sputterde Michel nogmaals, toen de kelder opeens in een verlichte gang met rood tapijt veranderde. Doelgericht betrad Albert de gang met witte muren en prompt kwam er iemand vanuit een zijgang tevoorschijn.
‘Iemand van de staf,’ zei de atoomgeleerde, die zich gedroeg alsof hij hier thuis was.
‘Hello mister Einstein,’ begroette de functionaris hem toen ze elkaar passeerden. Albert hield hem aan.
‘Weet u waar ik de president kan vinden?’ vroeg hij.
‘Ik geloof dat hij aan het oefenen is in het zwembad,’ antwoordde de medewerker. ‘Gaat u rechtdoor, aan het einde links en...’
‘Ja, ja, ik weet wel waar het is,’ onderbrak Einstein hem en de twee geleerden liepen door.
‘Jou zien ze niet, het zijn kippen zonder kop,’ zei hij, terwijl ze de hoek omsloegen, en ze kwamen al snel in het overdekte zwembad, waar een badmeester bezig was met onderhoud.
‘Is de president hier niet?’ vroeg Albert aan hem.
‘Nee, die is zojuist naar het Oval Office gegaan,’ waarop het duo zich subiet omkeerde.
‘Laten we de lift nemen, we moeten naar de tweede,’ zei Albert. Een mechanische cabine bracht hen naar boven, waar de wetenschappers weer uitstapten. Bij een van de gesloten deuren klopte de atoomgeleerde aan en wachtte een ogenblik.
‘Kom maar binnen,’ riep iemand, waarop Einstein de deur opende, die toegang verschafte tot een ovaal kantoor.
‘Hi Albert, kom je me weer eens opzoeken?’ vroeg een man in een rolstoel.
‘Ja Theodore, ik kom eens even bij je neuzen.’
‘Ik dacht dat je me naar president Kennedy zou brengen,’ merkte Michel aan.
‘Heb nog even geduld,’ suste zijn collega en ze bekeken intussen het fraaie kantoor, terwijl Theodore niets meer van zich liet horen. Alsof hij uitgeschakeld was.
‘Waarom is het hier eigenlijk ovaal?’ vroeg Michel.
‘Omdat je dan gedurende de vergaderingen iedereen in de ogen kunt kijken,’ antwoordde Albert.
‘Je bent een grapjas.’
‘Nee, serieus! Kijk, daar komt Kennedy al tevoorschijn.’ De man in de rolstoel was naar andere sferen vervlogen en daarvoor in de plaats stond nu een knappe man van middelbare leeftijd. Michel zwaaide met zijn vlakke hand pal voor het gezicht van de president, maar er volgde geen enkele reactie.
‘Mij ziet hij ook niet,’ gaf Einstein aan. Kennedy zag er bleek uit en had dikke wallen onder zijn ogen.
‘Gewoonlijk heeft hij een enorm charisma,’ hernam Albert, die op de ernst van de situatie doelde.
‘Max, je komt als geroepen,’ zei de president plotseling tegen Nostradamus, die ervan stond te kijken.
‘Max is zijn persoonlijke arts,’ legde zijn vriend hem uit, ‘deze rol is op je lijf geschreven.’
‘Op mijn lijf geschreven?’
‘Speel nou maar gewoon mee. En eh, sterkte!’ Toen loste Einstein in het niets op. Einde fragment

copyright © E.Mellema 2006













Centuries 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Albert Einstein President John F. Kennedy atoomwapens atoombom conflict
Spirituele boeken
cadeau tip
Boeken spiritueel